Van ‘Leuven Vlaams’ naar ‘Leuven Engels’?

Van ‘Leuven Vlaams’ naar ‘Leuven Engels’?

Vijftig jaar nadat de KU Leuven helemaal Nederlandstalig is geworden, wijdde de oudste universiteit van de Lage Landen een studiedag aan de internationalisering van het hoger onderwijs en de eigen taal. Luc Devoldere, hoofdredacteur van Ons Erfdeel vzw, deelt zijn indrukken van de dag. Hoe verleidelijk klinkt de sirene van de “truly international university”?

De studiedag vond plaats onder de naam Internationalisation of Universities and the National Language. In het Engels dus. Hoe kun je anders ook Vlamingen en Nederlanders samenbrengen met een Estse, een Sloveen, een Canadees, een Welshman, een Catalaan, een Zuid-Afrikaan, met Denen en Duitsers?

Die lingua franca of vehiculaire taal is vandaag het Engels en zal dat de volgende vijftig jaar ook blijven, zoals de Power Language Index aantoont aan de hand van vijf parameters (geografie, economie, communicatie, kennis en media, diplomatie). Engels komt in deze index voor Mandarijn, Frans, Spaans, Arabisch, Russisch, Duits, Japans, Portugees en Hindi. Vijftien van de zesduizend talen die de wereld telt, worden overigens gesproken door de heft van de wereldbevolking. En Google Translate heeft maar 103 talen in zijn database.

Bij de splitsing in 1968 vreesde men dat Leuven – afgesneden van het Frans, dat toen nog een belangrijke taal was in het wetenschappelijke onderzoek – de universiteit zou worden van het Hageland. In de daaropvolgende decennia ontwikkelde Leuven zich evenwel tot een moderne onderzoeksuniversiteit met groeiende internationale contacten, trots op haar vijfde plaats in de Reuters World Ranking van meest innovatieve universiteiten.

Iemand uit Gent kwam fijntjes opmerken dat zij in een andere ranking, die van Shanghai, voor Leuven staan. Dit maar om te zeggen dat de twee grootste Vlaamse universiteiten studenten en docenten willen aantrekken uit Europa en de wereld, en internationaal erkend willen worden.

Doceren, publiceren en aan onderzoek doen in het Engels is daartoe blijkbaar de enige weg. Vlaamse regelgeving vormt vooralsnog een obstakel bij die gestage verengelsing van het onderwijsaanbod, maar de complexiteit van die regelgeving laat dan weer creatieve en pragmatische ontwijking toe.

University created the nation

In kleine landen, zoals Estland (wereldwijd één miljoen sprekers, waarvan 900.000 in het land zelf) en Slovenië (twee miljoen sprekers) is de spanning tussen de opgave om de eigen taal en cultuur te behouden en de noodzaak internationaal te worden juist het grootst.

In die landen wordt van universiteiten verwacht dat ze de nationale identiteit, taal en cultuur incarneren. “University created the nation”, zei de Sloveense hoogleraar op het symposium. Kom daar bij ons maar eens om.

Scandinavië blijkt coulanter en pragmatischer dan Portugal. Duitsland blijft op zijn strepen staan van onderwijs en onderzoek in de eigen taal. Het Welsh met zijn 500.000 sprekers heeft onlangs toegang tot het hoger onderwijs bevochten – een klein mirakel.

Papiamentu op Aruba heeft dan weer geen stem, laat staan een universiteit: de taal van de kolonisator, het Nederlands, en het Engels monopoliseren het hoger onderwijs. Het Afrikaans is om allerlei redenen bedreigd in zijn voortbestaan als taal van onderwijs en onderzoek, maar tegelijk blijft het een vitale en levende taal als je kijkt naar festivals en boekproductie.

De argumenten voor onderwijs en onderzoek in de eigen taal zijn bekend. Er is een verantwoordelijkheid voor de eigen cultuurgemeenschap die recht heeft op de resultaten van onderzoek in de eigen taal. Het verdwijnen van wetenschappelijke conceptualisering in de eigen taal leidt tot functieverlies en dus prestigeverlies. De eigen taal loopt dan het gevaar achter te blijven als “kombuistaal”.

Monolingualisme leidt tot verschraling

Algemener kan men zeggen dat monolingualisme een verschraling meebrengt van de perspectieven om naar de werkelijkheid te kijken: elke taal drukt de werkelijkheid op een andere manier uit. Talen zijn meer dan inwisselbare instrumenten van communicatie.

Het monolinguale perspectief creëert ook blinde vlekken en laat belangrijke terreinen van onderzoek braak liggen. Ook al lijken de “harde” wetenschapen, zeg maar STEM (sciences, technology, engineering, mathematics) verloren voor de eigen taal, de geesteswetenschappen (literatuur, filosofie, recht, geschiedenis,…) kunnen niet zonder die eigen taal.

De studiedag eindigde met tien persoonlijke taalbeleidssuggesties van de organisator Danny Pieters, tot 2017 vicerector humane wetenschappen en internationalisering van de KU Leuven. U vindt ze hier (in het Engels). Ik beveel ze u graag aan, alhoewel ik betwijfel of zijn Alma Mater hem hierin zal volgen.

Groter kritisch vermogen

Om met de Power Language Index te eindigen: hoewel Engels met voorsprong de machtigste taal is (Mandarijn is een verre tweede, met minder dan de helft van de macht van Engels!), toont die index aan dat de echte macht ligt bij wie ook een tweede (of derde, vierde) taal kent. Polyglotten hebben een groter kritisch vermogen. Als dat geen argument is om de macht van Engels te blijven reguleren, door andere talen slim te ondersteunen.

En als nu eens alle Europese universiteiten hun studenten zouden verplichten om één jaar van hun curriculum door te brengen aan een andere Europese universiteit, en zich daar onder te dompelen in de nationale taal en cultuur en niet in hun koinè-Engels. Dat zou pas truly international zijn.

 

Het colloquium opende met een lezing van Jo Tollebeek, hoogleraar cultuurgeschiedenis en decaan van de faculteit Letteren aan de KU Leuven, waarin hij de historische context van “Leuven Vlaams” schetste. De tekst van deze lezing staat integraal afgedrukt in pas verschenen mei-nummer van Ons Erfdeel.