THEATERMAKERS TREKKEN DE STRAAT OP. Over gedeeld auteurschap in de podiumkunsten

(Evelyne Coussens) Ons Erfdeel – 2014, nr 4, pp. 88-96

Toneel is geen rechtstreekse aanjager van sociale verandering, het reflecteert slechts over die verandering, betoogt filosoof Kees Vuyk in zijn bijdrage tot de publicatie Theater en openbaarheid. Dat boek onderzoekt hoe theater zich op het moment van uitgave, in 2006, verhoudt tot de publieke sfeer. Het belicht daarbij een aantal “klassieke” locatiepraktijken van Vlaamse en Nederlandse gezelschappen zoals Hollandia, de Queeste of Dood Paard. Met “klassiek” bedoel ik: theater dat zich afspeelt buiten de reguliere theaterzaal maar niet gebonden is aan één unieke locatie. Mits wat productionele research kan de voorstelling gemakkelijk verplaatst worden en rondtoeren – de eigenheid van de productie of het auteurschap van de makers wordt door de nieuwe context niet aangetast. Denk, om recente voorbeelden te geven, aan de kringwinkels waarin het Nederlandse collectief De Warme Winkel Jandergrouwnd bracht, de bejaardentehuizen waarin de jeugdvoorstelling Zoutloos van Studio Orka momenteel speelt of zelfs de grondig verbouwde schouwburgen waarin FC Bergman Van den vos brengt. De locatie verhevigt de reflectie over vragen die in onze samenleving aan de orde zijn (consumentisme, burgerlijkheid, de omgang met ouderen, …) en voegt er betekenisvolle elementen aan toe, maar ze vormt geen constitutioneel wezenlijk element van de voorstelling.

Ik wil in dit artikel graag ingaan op twee theaterpraktijken van de laatste jaren die, elk vanuit een eigen invalshoek, een intensivering betekenen van dit “klassieke” locatiegebruik. De sitespecifieke performances van Karl Van Welden zetten bedreigende traagheid tegenover een samenleving geobsedeerd door vooruitgang en beweging. Zijn locaties zijn veel meer dan decor of figurant: ze verdiepen het verhaal dat de kunstenaar wil vertellen. De praktijken van Jozef Wouters of Simon Allemeersch richten zich dan weer op de locatie als drager van een sociaal verhaal. Hun theaterpraktijk jaagt wel degelijk sociale verandering aan. Het gaat Allemeersch en Wouters om het revitaliseren van een teloorgegane openbaarheid tot een nieuwe plek van onderhandeling. De vraag is welke consequenties deze beide locatiepraktijken hebben voor de autonomie van de makers, en wat dat zegt over de samenleving waarin ze werken.

chercher à nouveau

Prix: € 3.00

ajouter au panier