Vijftig jaar na mei ’68

De ambigue erfenis van de jaren 1960

Mei ’68: een halve eeuw geleden wrikten studenten de kasseien uit de Parijse straten. Ze waren op zoek naar het strand onder het plaveisel, maar evengoed naar projectielen om er de politie mee te bekogelen. In datzelfde jaar was Leuven al eerder het toneel van straatgeweld – het was toen overigens de derde keer dat de studentenstad tijdens de jaren 1960 met rumoer werd geconfronteerd. Wat er in 1968 in Leuven op het spel stond, wat daarvan de voorgeschiedenis was, waarop het uitliep en hoe de taalstrijd en een contestatiebeweging met nieuw-linkse signatuur elkaar eerst versterkten en daarna van elkaar vervreemdden, dat beschrijft Jo Tollebeek in Ons Erfdeel 2/2018.

Hier, op de website, blikken we terug op de hele jaren 1960 en hun ambigue erfenis. We zullen het decennium niet mythologiseren: de verbeelding kwam nooit aan de macht. Er verscheen niet overal een strand onder de straatstenen en er werd nog altijd wel iets verboden. Maar het is ontegensprekelijk waar dat tussen de late jaren 1950 en midden jaren 1970 de maatschappij en de cultuur van de westerse samenlevingen sterke veranderingen meemaakten. Dat was ook zo in de Lage Landen.

Macht en gezag, althans de traditionele vormen van gezag (dat van de overheid, opvoeders, leraren en de kerken) kregen klappen. Jongeren bevrijdden zich uit allerlei keurslijven. Seksualiteitsbeleving  werd geleidelijk aan ontdaan van angst. Er werd geëxperimenteerd met nieuwe omgangsvormen, nieuwe samenlevingsvormen. Verdovende middelen waren nog bewustzijnsverruimende middelen. Vrouwen emancipeerden zich traag maar zeker. Ze werden zich bewust van eigen lijf en eigen rechten. Muziek werd de uiting van een eigen leefwereld die zijn vinger opstak tegen wat als burgerlijkheid werd weggezet. De tijden roken naar romantiek, naar het grote gebaar, het ludieke activisme. Zelfuitdrukking werd een doel op zich. The sky was the limit. Het onmogelijke werd werkelijk. Of kon dat minstens worden.

Of is dit stiekem toch weer mythologiseren?

Na jaren van heropbouw na de Tweede Wereldoorlog was begin jaren 1960 de welvaart aangekomen. Consumptie zat definitief in de lift. Die welvaart, dat optimisme maakten veel van het hierboven opgesomde ook mogelijk.

Wat is daar een halve eeuw later van overgebleven in de Lage landen? We onderzoeken het hier aan de hand van artikelen uit Ons Erfdeel en The Low Countries.

 

 

De internationalisering van de Nederlandse blik (Piet de Rooy)

In een essay (uit Ons Erfdeel 1/2008) schetst historicus Piet de Rooy hoe het Nederlandse blikveld in de tweede helft van de twintigste eeuw steeds internationaler is geworden. Maar deze internationalisering heeft paradoxaal genoeg tegelijk tot een nieuw campanilismo geleid. De begrippen “vaderland” en “buitenland” hebben aan betekenis verloren.

Lees het stuk van De Rooy hier.

 

De globalisering van de Lage Landen begon in de jaren 1960

De Laaglandse jaren zestig begonnen al in 1958, met de Wereldtentoonstelling in Brussel, schrijft Geert Buelens, auteur van De jaren zestig. Een cultuurgeschiedenis. En de échte sixties speelden zich eigenlijk pas af in de jaren zeventig. In de sixties had je de Provo’s en de happenings, ‘Walen buiten!’ en ‘bourgeois buiten!’. Maar er was ook een fenomeen als Boer Koekoek en veel (retorisch) geweld. Die jaren zestig lijken ook nogal sterk op vandaag: er was globalisering, een culture war, een heropleving van nationalisme. Tegelijk introduceerde deze periode ook een gevoel van solidariteit waar eenentwintigste-eeuwse pleitbezorgers van een nieuw gemeenschapsgevoel nog veel van kunnen leren.
Lees dit essay, dat oorspronkelijk in het Engels verscheen in The Low Countries 2017, hier.
 

 

De prijs van de vrijheid: over de seksuele revolutie (Beatrijs Ritsema)

“Het is tegenwoordig bon ton om de sixties af te schilderen als een beetje zwarte bladzijde in de geschiedenis van de mensheid, als een bandeloze bende, waar iedereen egocentrisch achter zijn eigen lusten aanliep met excessen tot kinderporno aan toe, maar ik herinner me vooral de luchthartigheid waarmee seks tegemoet getreden werd”, schrijft Beatrijs Ritsema in. Toch hing er aan de vrijheid die met de revolutie mee kwam ook een prijskaartje. 

Lees dit essay, dat oorspronkelijk in het Engels verscheen in The Low Countries 2017

 

Ontzuiling in de Lage Landen (Marc Hooghe)

In dit essay (uit Ons Erfdeel 2/2008) richt Marc Hooghe alle aandacht op de ontzuiling. De greep van de zuilen op de cultuur en de mentaliteit van de bevolking is zowel in Vlaanderen als in Nederland sinds 1968 grotendeels verdwenen. De verzuilingsformule was in het verleden wellicht een goede manier om een diep verdeelde samenleving te ordenen. Maar de huidige, multiculturele samenleving is veel sterker versplinterd en veel diverser. Een nieuwe verzuiling kan daar geen antwoord op bieden.

Lees zijn stuk hier.

 

De klokken luiden. En de minaretten? Secularisering in Vlaanderen (Patrick Loobuyck)

Patrick Loobuyck bespreekt de secularisering van Vlaanderen sinds de jaren zestig. De rol van de religie in de Vlaamse samenleving is nog nooit zo klein geweest als nu. En precies op het moment dat Vlaanderen het hoogtepunt van secularisering meemaakt, en hierdoor nauwelijks nog weet hoe ze met religieuze beleving in de publieke ruimte moet omgaan, vestigen zich hier mensen die in hun migratierugzakje een sterke en zichtbare religieuze identiteit meedragen. Terwijl vroeger de kerkklokken altijd en overal in Vlaanderen mochten luiden, maken minaretten – als ze al worden toegelaten – hier nu best geen ‘lawaai’.

Lees Loobuycks essay hier

(oorspronkelijk in het Engels verschenen in The Low Countries 2017)

 

De tweeslachtige religieuze erfenis van de jaren 1960 in Nederland (Ger Groot)

De religieuze erfenis van de jaren zestig in Nederland is tweeslachtig, stelt Ger Groot in dit essay. Niet de toenemende secularisering was kenmerkend, maar juist een modernistisch verzet tegen de ontbinding die onderhuids al voelbaar geworden was in de traditionele kerkelijkheid. Anno 2018 is de religie nog lang niet uitgespeeld – zeker niet in een land dat haar van oudsher zowel aan protestantse als katholieke zijde diep heeft gekoesterd. En wat met de nieuwgekomen islam? Díé is ‘nog niet door de Verlichting heengegaan’, zo wordt hem vaak verweten. Maar trefzekerder is misschien de vaststelling dat zij de jaren zestig nog niet heeft doorgemaakt. Díé erfenis, zoveel breder en relevanter dan de achttiende-eeuwse vraag naar het (dogmatisch beleden) bestaan van God, is voor een levende religieuze cultuur momenteel waarschijnlijk van veel groter belang. Dat is een riskante erfenis, met een ongewisse uitkomst.

Lees het essay van Groot hier

(oorspronkelijk verschenen in het Engels in The Low Countries 2017)

 

De vermaledijde autoriteit (Cyrille Offermans en Henk de Smaele)

Tegenwoordig zitten de jaren zestig vaak in de beklaagdenbank, schrijft essayist Cyrille Offermans. De antiautoritaire jongeren van toen zouden de wegbereiders zijn geweest van de stijlloze burgers van nu die geen enkel gezag meer aanvaarden. Maar de avant-garde van de protestcultuur onderscheidde zich destijds door een grote sensibiliteit voor vormen van gezag die op geen enkele legitieme basis konden steunen. Het behoort tot de cynische grillen van de geschiedenis dat centrale concepten van de antiautoritaire tegenbewegingen van de jaren zestig een paar decennia later letterlijk maar met omgekeerde stootrichting opdoken in de reclame- en commandocentra van de ‘gedeterritorialiseerde’, supranationale concerns. Een halve eeuw na de contestatie van de jaren zestig, is er echter geen behoefte aan nog meer flexibiliteit, discontinuïteit en mateloosheid, er is behoefte aan nieuwe, niet-paternalistische vormen van autoriteit, gebaseerd op een grote, vertrouwenwekkende kennis van zaken en het vermogen die over te dragen op anderen.

Lees hier het essay van Cyrille Offermans.

(oorspronkelijk verschenen in het Engels in The Low Countries 2017)

Ook Henk de Smaele noteerde in 2008 (toen we in Ons Erfdeel veertig jaar mei 68 herdachten) dat in Vlaanderen en in Nederland tegenwoordig laatdunkend wordt gedaan over de erfenis van '68. De emancipatie van vrouwen en homo's, twee verworvenheden van de contestatiebewegingen uit de jaren zestig, worden beschouwd als kenmerkend voor onze westerse samenleving. Maar de bewegingen die ten grondslag lagen aan deze emancipatie, liggen zwaar onder vuur. Een schrijnende paradox, vindt De Smaele.

Lees hier zijn stuk.

 

Doorzichtige politiek

De Nederlandse politicoloog Ido de Haan schetst de oorzaken en de gevolgen van de roep om “transparantie” in de politiek die sinds de jaren zestig ook in Nederland luid weerklonk. De toegenomen openbaarheid heeft niet alleen positieve effecten: ze leidde ook tot een sterk gegroeide druk op de staat om zich actief te bemoeien met allerlei maatschappelijke misstanden.

Lees hier het essay van De Haan, dat oorspronkelijk in Ons Erfdeel 4/2008 verscheen. En hier vind je de kernpunten van zijn betoog: “De staat schermt zich af van de blik van de burger in naam van de openbaarheid: de innerlijke tegenspraak is illustratief voor het contradictoire karakter van de toenemende openbaarheid in Nederland”

 

 

Van bezit naar gebruik. Over deeleconomie

Bezit is voorbijgestreefd. Ruilen, geven en delen van goederen en diensten is het nieuwe handelen. Ziedaar, de essentie van de deeleconomie. Een beweging die de jongste jaren ook in België en Nederland aan een sterke opmars bezig is en met scherpe tanden aan de wortels van het kapitalisme knaagt. Sharing is caring, roepen de voorstanders. Hun stem klinkt als een echo uit de idealistische jaren zestig. Is de deeleconomie echt schatplichtig aan the golden sixties? Ja, maar.

Lees hier het artikel van Tom Christiaens.

(oorspronkelijk verschenen in het Engels in The Low Countries 2017)