A. Alberts in Ons Erfdeel

Op deze pagina vind je een overzicht van alles wat Ons Erfdeel in de loop der jaren heeft gepubliceerd van en over de Nederlandse schrijver A. Alberts (1911 - 1995). Alle artikelen zijn integraal online te lezen.

Schrijvers die nog maar namen lijken

• In Ons Erfdeel 2/2015 duikt de jonge schrijver Thomas Heerma van Voss (1990, Amsterdam) in “het verstilde universum” van A. Alberts. Het is het eerste stuk uit de nieuwe Ons Erfdeel-reeks Schrijvers die nog maar namen lijken. Daarvoor hebben we aan jonge auteurs, literatuurcritici en -wetenschappers gevraagd zich te buigen over twintigste-eeuwse schrijvers van wie de naam wel breed bekend is, maar van wie men zich kan afvragen of hun boeken nog worden gelezen. Op die manier willen we een onbevangen blik werpen op oeuvres die zijn vergeten of in de tijd dreigen weg te glijden.

Hieronder vind je een impressie van Heerma van Voss’ bevindingen. Zijn volledige artikel kun je hier lezen.

“Dat is de kracht van Alberts’ proza: de strakke, gekortwiekte toon nodigt uit almaar verder te lezen, en tegelijk suggereert hij met die zakelijkheid een complete achterliggende wereld (…) Het resulteert in een krachtig, consistent oeuvre, dat bestaat uit een omvangrijke hoeveelheid verhalenbundels, romans, memoires en essays. Het fictiewerk is daarvan vandaag de dag het meest interessant, zeker de verhalen die niet te duidelijk in een historische periode geworteld zijn. (…) En toch had ik tot voor kort nooit van A. Alberts gehoord. Zijn naam viel niet tijdens mijn middelbareschooltijd, zijn boeken werden niet aangeraden door anderen, en tijdens mijn vier jaar tellende studie Nederlandse Taal & Cultuur in Amsterdam sprak niemand over hem. (…) Hoe kan het dat zo’n interessant oeuvre, bovendien in 1975 bekroond met de Constantijn Huygensprijs en in 1995 met de P.C. Hooftprijs, zo zelden genoemd wordt?"

Artikelen over Alberts

• In het artikel ‘De twee gezichten van Albert Alberts’ wil Rudi van der Paardt laten zien dat vastliggende meningen over stijl en thematiek van A. Alberts voor correctie vatbaar zijn, maar ook dat er  nog veel te ontdekken valt. Volgens hem is het onjuist te spreken over dé stijl van Alberts, want “in feite bewegen zijn stijl en vertelwijze zich tussen twee uitersten: die van de breedvoerigheid en superioriteit van een historicus als Robert Fruin in zijn ‘factie’ en de kortheid en gewoonheid van de nog wel eens met hem in verband gebrachte Nescio in zijn fictie.” Lees hier zijn overige bevindingen.

• In 1983 looft Walter van de Laar in zijn artikel ‘Het proza van A. Alberts’ de rijkdom van het letterkundige werk van de schrijver en de kenmerken van diens bijzondere manier van vertellen. “Met een uiterste economie aan middelen weet hij het essentiële van een sfeer, een situatie, een  figuur te treffen. Zijn stijl is tot op de grond gesnoeid, ontdaan van iedere overbodigheid. Zijn woordgebruik is bijna gierig. Alleen datgene wordt gezegd, wat voor een goed begrip van de voortgang van het verhaal noodzakelijk is, alsof hij de tijd van de lezer wil uitsparen en daarom uitweidingen achterwege Iaat.” Een volledig  overzicht van het werk van Alberts, met behandeling van de stijl, de techniek, de toon en de thematiek, vind je hier.

• Recensie van Een koning die van geen nee wil horen. De Europese ambities van Lodewijk XIV 1638-1715 door Erik Vandewalle, die het boek bestempelt als “boeiende lectuur” van “een voortreffelijk stilist”. Hij voegt eraan toe dat “Alberts boek over Lodewijk XIV voor een deel een biografie is, maar vooral het terrein van de buitenlandse politiek, de diplomatie en het militaire bestrijkt. We staan dus ver van de tendens in de hedendaagse geschiedschrijving die bij voorkeur met zuiver kwantitatieve gegevens (sociale, economische, demografische) werkt.” Het volledige artikel leest u hier.

•  Recensie van De Hollanders komen ons vermoorden. De scheiding tussen Noord- en Zuid-Nederland. 1585-1648 door Jozef Deleu, die zich een bewonderaar verklaart van Alberts. “De laconieke en ironiserende prozaïst Alberts wordt door de historicus niet verraden”, volgens Deleu. Sterker nog, “hij brengt de diplomaten, de legeroverheid, de clerus en de gewone mensen van die tijd dichter bij de lezer; hij roept deze wereld op door een manier van schrijven die ontdaan is van het jargon dat zoveel historische werken onleesbaar maakt. Verveling en geleerddoenerij zijn dit boek volkomen vreemd.” Lees de volledige bespreking hier.

Artikel van A. Alberts

• Naar aanleiding van de publicatie van het Verzameld werk van H.J. Friedericy werpt Alberts in 1986 een retrospectieve blik op diens Indische leven en de manier waarop hij dit heeft verwerkt in zijn roman en verhalen. Volgens Alberts was Friedericy een “natuurtalent” wiens “roman, verhalen en herinneringen onmisbaar zijn voor degenen die naderhand een evenwichtige beschrijving willen geven van India in zijn laatste jaren. Ze vormen bovendien lectuur, die terecht op de bovenste plank thuishoort.” De volledige beschrijving van Friedericy’s leven en werk vindt u hier.