Astrid Roemer krijgt P.C. Hooft-prijs 2016

Astrid Roemer krijgt P.C. Hooft-prijs 2016

De P.C. Hooft-prijs 2016, deze keer bestemd voor verhalend proza, gaat naar de Surinaamse schrijfster Astrid Roemer (Paramaribo, 1947).

Uit het rapport van de jury (Karin Amatmoekrim, voorzitter Sander Bax, Toef Jaeger, Edzard Mik en Pauline Slot):

Politiek engagement en literair experiment gaan bij Roemer hand in hand. Naar het oordeel van de jury leidt dat tot romans die tegelijk scherpe en relevante interventies in het publieke debat zijn én complexe literaire verbeeldingen van de geschiedenis van Suriname. Het is een geschiedenis die voor velen in Nederland nog tamelijk onbekend is, buiten de steekwoorden ‘slavernij’ en ‘Decembermoorden’, maar die onlosmakelijk met ons land verbonden is, en daarmee ook, middels het unieke oeuvre van Roemer, met onze literatuur.

Deze belangrijke oeuvreprijs  (goed voor 60.000 euro) wordt officieel uitgereikt in het Letterkundig Museum, op donderdag 19 mei 2016.

Volgens Arjan Peters in de Volkskrant heeft de jury gekozen “voor een schrijfster die in de jaren zeventig tot en met negentig naam maakte met romans, verhalen, toneelstukken en poëzie”.

“Met de bekroning van Astrid H. Roemer met de P.C. Hooftprijs 2016 gaat de belangrijkste Nederlandse literatuurprijs voor het eerst naar een auteur uit het Caraïbisch gebied”, schrijft NRC Handelsblad, die Roemer als P.C. Hooft-laureaat ook een “verrassing” noemt.

Roemer in Ons Erfdeel

Het oeuvre van Astrid Roemer kwam drie keer aan bod in Ons Erfdeel.

In 1988 schreef Wim Rutgers een uitgebreid artikel over de romans van Roemer, ‘Mijn portret van letterhout’. Hij ziet hoe zich in deze boeken “een evolutie aftekent van het sociaal-realistische Surinaamse verhaal, over de sociaal bewogen migrantenroman naar de meer intellectueel ingestelde en feministische benadering”. Nog volgens Rutgers maakt Roemers ontwikkeling duidelijk “dat twee soorten Surinaamse literatuur zijn ontstaan: een in Suriname die gericht is op het eigen land en een als minderhedenliteratuur met een eigen thematiek in Nederland”. Lees hier het volledige artikel

In 1997 besprak August Hans den Boef een reeks boeken van Roemer: Gewaagd leven (1996) en de verzameling Maar ik blijf (1996) met daarin Over de gekte van een vrouw (1982), Nergens ergens (1983) en Een naam voor de liefde (1990). “De metaforische manier waarop Roemer het huidige Suriname beschrijft, is heel wat minder onschuldig dan Nederlandse critici (...) haar verwijten”, zegt Den Boef over Gewaagd leven. Van de trilogie roemt hij “de exuberante stijl, een sensueel proza dat geregeld aan poëzie doet denken”. Lees hier de volledige recensie.

Diezelfde Den Boef recenseerde in 2000 de trilogie Was getekend (1998), Lijken op liefde (1997) en Gewaagd leven (1997), die later is gebundeld als Roemers drieling.  “Het moge duidelijk zijn dat deze trilogie het magnum opus van Astrid Roemer is geworden”, besloot Den Boef toen. Lees hier zijn volledige tekst.

Foto © Uitgeverij In de Knipscheer.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed