De vrije pers onder druk? Een beschouwing van Luc Devoldere

De vrije pers onder druk? Een beschouwing van Luc Devoldere

Staat de vrije pers onder druk? Hoe kunnen kranten en opiniebladen hun informatieve en kritische functie blijven vervullen? Is een gedeelde Vlaams-Nederlandse mediaruimte haalbaar en wenselijk? Over die vragen bogen zich afgelopen woensdag Peter Vandermeersch (NRC), Bert Bultinck (Knack), Karl van den Broeck (www.apache.be)Margreet Fogteloo (De Groene Amsterdammer) en Ward Wijndelts (Vrij Nederland) tijdens een boeiend debat in De Brakke Grond. Luc Devoldere, hoofdredacteur van Ons Erfdeel, dat samen met deBuren de avond organiseerde, leidde het debat in met een beschouwing die je hierna kunt lezen.

Door Luc Devoldere
De Brakke Grond, Amsterdam, 8 februari 2017

Foto's Bart Grietens

Le Journal. Un Monsieur?

Laat mij beginnen met de Amerikaanse president.

“Were it left to me to decide whether we should have a government without newspapers, or newspapers without a government, I should not hesitate for a moment to prefer the latter (...).”

Aldus Thomas Jefferson, de derde Amerikaanse president, gestorven in 1826. Hij verkoos dus kranten zonder regering boven een regering zonder kranten.

In die eerste decennia van de negentiende eeuw richtte Giacomo Leopardi, het gebochelde genie uit Recanati, een dorp in de Italiaanse Marken, zijn spot dan weer op het vooruitgangsgeloof van die eeuw: op de kranten die het uitdroegen, op de baarddragende revolutionairen die ijs verorberden in de cafés. Hij kondigde van de weeromstuit de oprichting aan van een weekblad dat niet gericht zou zijn op “de toename van de industriële welvaart, noch op de verbetering van de maatschappelijke structuren, noch op de vervolmaking van de mens”.

Het blad is er nooit gekomen.

De krant, zoals wij die kennen, ontstond in de zeventiende eeuw, beleefde zijn bloei in de late negentiende en twintigste eeuw. “Le Journal était un Monsieur.” Zagen we de Indian summer van de krant in de Lage Landen wellicht vanaf de jaren zestig tot het jaar 2000?

In 2016 zouden de feiten het hebben verloren van de emoties of erger, zouden we het tijdperk ingegaan zijn van post truth, het postfactische. Fake news of nepnieuws zou zich als een virus wereldwijd hebben verspreid. We, of toch zeer vele mensen, zouden leven in een “feitenvrije wereld”. En in 2017 bleken plots “alternatieve feiten” te bestaan.

Dat is natuurlijk niet allemaal in 2016 gebeurd. Het begon eigenlijk al met Nietzsche, en zijn perspectivisme, zijn stelling dat alles interpretatie is en dat interpretatie machtuitoefening is: men verovert de werkelijkheid en lijft ze in. Na de dood van God stierf de waarheid. Alleen de interpretaties bleven over. En interpretaties waren daden van macht. Het postmodernisme zou Nietzsches intuïtie democratiseren: geen god, geen zekerheden, geen waarheid. Alles is weggerelativeerd. Feiten zijn constructies, wie zou er dus nog om malen?

GELOOF IN WAARACHTIGHEID

Laat ons tegenover dit postmodernisme, dat nu eindelijk in alle poriën van onze mens- en wereldbeelden is doorgedrongen en uitgezaaid, toch maar de nuttige fictie van “feiten” naar voren blijven schuiven, misschien niet het geloof in de objectiviteit, maar wel in waarachtigheid, waarheidsgetrouwheid of de vaste intentie trouw te blijven aan de waarheid, de ambitie om de ware toedracht der feiten te blijven beschrijven, integer, zo ongebonden en onafhankelijk mogelijk.

Dat model is natuurlijk niet dood. Sta mij toe in onze Lage Landen Jérôme Heldring er het icoon van te noemen. Het gaat in dit model dan om het controleren van feiten – minstens bevestigd door een alternatieve bron; het gaat over hoor en wederhoor, bronnenbescherming enzovoort. Maar de baseline van dit klassieke, journalistieke model is de scheiding tussen feiten en opinie: “Comment is free, facts are sacred.” Heldring zei daarover:

Wij respecteren onze lezers te zeer dan dat wij hen als onvolwassenen willen behandelen. Daarom zullen wij hun ook geen meningen opdringen. Het is ons doel hun in de eerste plaats de ruimst mogelijke informatie te geven, op grond waarvan zij dan zelf hun eigen mening kunnen vormen. Willen zij daarnaast nog kennis nemen van onze mening, die gescheiden van die informatie gegeven wordt, dan is dat meegenomen.’

En de nestor van de Nederlandse journalistiek gaat verder:

Ik geloof nog altijd dat de lezers de krant vooral lezen om het nieuws. Nu zij dat eerder dan ooit krijgen, dankzij alle nieuwe communicatietechnieken, verschuift het belang van de krant naar de duiding van het nieuws, de analyse. Voor de lezers is de duiding van al dat nieuws uit die onmetelijke stroom belangrijker dan het commentaar.

En dan zette Heldring zich af tegen het columnistendom, de baaierd, de plethora, de diarree van meningen. Hij pleitte van de weeromstuit voor de beknoptheid, de synoptische kwaliteit van The Financial Times.

INFLATIE VAN NIEUWS EN MENINGEN

Maken we de crisis mee van de vrije pers? Staat ze onder druk?

De era van de poortwachters – vertrouwenwekkende redacties die optreden als keuzeheren en filters van de werkelijkheid en wat men als nieuws uit die werkelijkheid presenteert – lijkt voorbij. Het poortwachtersmonopolie is in elk geval verloren. De informatieconsument is anno 2017 een eclectische omnivoor geworden, een zappende alleseter. De gebruiker kiest meer en meer soeverein. Hij aanvaardt minder en minder dat een instantie (een redactie, een zender etc.) die keuze voor hem bepaalt. Digitale dragers maken op maat gesneden informatie mogelijk. Nieuws wordt meer en meer gepersonaliseerd. Op elk moment kan iedereen om het even wat ad hoc oproepen, lezen, bekijken of beluisteren. Op een ogenblik dat hem of haar past. Er is een inflatie, een bombardement van nieuwsmeldingen en meningen op het internet, in principe – en dat heeft verstrekkende gevolgen – gratis. Dat lijkt en is vaak ontvoogdend.

Maar er is meer aan de hand. Sinds een jaar ongeveer weten we dat algoritmes van Google en Facebook “echokamers” opleveren, bubbels waarin we comfortabel en onwetend rond blijven hangen: we krijgen meer en meer informatie die eigen opvattingen, het eigen gelijk bevestigt (confirmation bias). En fake news kan makkelijker dan ooit worden gemaakt en verspreid.

Intussen betalen we met zijn allen ook een prijs: het wegvallen van de binding, de cohesie; het verzwakken van het samenhangende, met velen gedeelde platform dat een krant, een weekblad, een tijdschrift is.

Blijft het niet wezenlijk voor een samenleving dat een minimum aan ervaringen en lotgevallen gedeeld wordt, dat lezers hetzelfde te lezen, dat kijkers hetzelfde te zien krijgen? Een krant, weekblad of tijdschrift werpt – wierp? – zich dan op op als zo’n samenhangend en met velen gedeeld platform. Noemde Thorbecke de krant niet ooit het vehikel van de natie voor de omgang met zichzelf?

Een redactie maakt keuzes uit de nieuwsstroom en biedt die aan de lezer aan. Een redactie treedt dus op als filter, als poort-, als sluiswachter. Zij sluit een contract met de lezer. Maar de lezer lijkt blijkbaar minder en minder dat contract te willen afsluiten. Het veronderstelt namelijk vertrouwen in autoriteit, in het gezag van de krant, het vermogen iets te zeggen te hebben.

We maken tegelijk ook de crisis mee van de intellectuele autoriteit, van het deskundigendom, het expertendom. Iedereen is vandaag namelijk gelijk. Iedereen journalist, blogger, vlogger.

De nieuwe vier ruiters van de Apocalyps heten Google, Facebook, Apple en Amazon. Dat zei Emily Bell, oud-journalist van The Guardian en docent aan de afdeling digitaal van Columbia School of Journalism.

Scherper nog: met name Google en Facebook zijn de nieuwe en de grootste mondiale mediabedrijven geworden. Daar kan geen krant of televisiezender meer tegenop.

Als de kranten en weekbladen geen “nieuws” meer te brengen hebben – links en rechts ingehaald door twitterende, facebookende burgerjournalisten die het nieuws op hun smartphone registreren, instagrammend, fotograferend en filmend wereldwijd dumpen – al dan niet voorzien van hun hoogsteigen commentaar, wat rest hen dan nog?

De analyse (ontleding) van de feiten, de duiding (al een vorm van interpretatie), het commentaar (zeker een interpretatie en een beoordeling), het bieden van context en perspectief, en last but not least: de controle van de macht?

ONHERROEPELIJK VERSNIPPERD

Een laatste beschouwing over de verwarrende tijden waarin we leven: tijden van versnelling en verstrooiing.

Zonder over ontlezing te spreken, kunnen we niet om het feit heen dat langzaam maar zeker een andere omgang met geletterdheid aan het groeien is. Informatie moet sneller en korter. De brede adem heeft het moeilijk. De diepgang en nuancering ook. Wij lijden allen aan continuous partial attention, voortdurende gedeeltelijke aandacht. Onze aandacht is inderdaad onherroepelijk versnipperd. Divertissement noemde Pascal dat, verstrooiing: we worden niet alleen verstrooid, we zijn het ook. Letterlijk dan: we kunnen onze aandacht niet meer lang gericht houden op één zaak. Willen we het nog?

Toch veronderstelt echte aandacht de gave der onderscheiding. Ze veronderstelt ook afstand van de waan van de dag. Een samenleving heeft immers lezers nodig, goede lezers. Lezers die een tekst kunnen ontleden en een boodschap kunnen ontrafelen.

Maar we zijn meer surfers dan lezers geworden. Alessandro Baricco nam de metafoor van het surfen letterlijk. Ze is namelijk onthullend. Een surfer valt niet van zijn of haar plank: zolang hij beweegt, scheert hij over de oppervlakte van de zee. Maar als we nu eens behoefte hadden aan stilstand – aandacht dus – en duiken – diepgang dus? En aan kritische distantie?

Kritiek veronderstelt distantie. De criticus moet niet objectief zijn maar integer. Kritieken zijn immers geen wetenschap, maar persoonlijke stellingnames. De integriteit van die stellingname bestaat erin dat men zijn criteria expliciteert, zijn oordeel argumenteert. Kritiek plaatst het te besprekene in een context, een traditie. Geen traditie zonder kritiek, geen kritiek zonder traditie.

STAAT VAN DE UNIE

Voor de laatste keer: staat de vrije pers – een tautologie? – onder druk? Het spanningsveld tussen redactionele onafhankelijkheid en commerciële druk is er altijd geweest. Neemt het vandaag toe?

Er is namelijk het kelderend verdienmodel van papieren kranten en weekbladen; vele dagbladen zullen de eerstkomende jaren verdwijnen. Compenseren digitale abonnementen en digitale inkomsten deze achteruitgang van papieren inkomsten? 

Hoe zit het met de advertentie-inkomsten, die lang het verdienmodel van de traditionele papieren krant bepaalden naast de betalende gebruikers ervan? We zien overigens de advertentiemarkt zelf van aard veranderen: kranten verkopen nu meer en meer individuele profielen aan adverteerders.

De gedachtewisseling hierover gaat ons allen aan. Als hoofdredacteur van Ons Erfdeel, het Vlaams-Nederlandse culturele tijdschrift, dat in 2017 zestig jaar bestaat, gaat ze iedereen die aan dit blad meewerkt a fortiori aan.

Beschouw de culturele tijdschriften als de tweede loopgraaf die hier uitkijkt naar de loopgraaf waar de gevechten het eerst worden geleverd.

Daarom wilden we er een Staat van de Unie aan wijden. Ik dank de Brakke Grond, het Vlaamse bruggenhoofd en/of vijfde colonne in Amsterdam, voor de gastvrijheid. Die is gezien en niet onopgemerkt gebleven.

Wij organiseren die Staten over de toestand in belangrijke velden van de Vlaams-Nederlandse samenwerking, samen met onze partner in crime, het Vlaams-Nederlandse Huis in Brussel, deBuren.

De vorige, over het Nederlands in de wereld, vond plaats in Brussel, op 10 november 2016. De neerslag van dat gesprek vindt u overigens in het nieuwe nummer van Ons Erfdeel, dat verschijnt in een nieuwe vormgeving, met dezelfde zin voor diepgang en nuancering gemaakt.

De derde Staat van de Unie vindt plaats in de historische bibliotheek van de Antwerpse Nottebohmzaal op 31 mei en zal gaan over het uitgeven van boeken in de Lage Landen.

En in september willen we het hebben over de casus van onze Oude Meesters, want als de Lage Landen voor iets bekend zijn in de wereld, dan is het wel voor onze Hollandse en Vlaamse schilders.

De neerslag van die gesprekken vindt u dus telkens terug in Ons Erfdeel. Scripta manent.

Maar nu terug naar de pers.

In tijden dat kranten weekbladen afscheiden die allemaal op elkaar lijken en in weinig verschillen van wat al in hun dikke zaterdagedities staat, in tijden dat vele gevestigde weekbladen het noorden kwijt lijken, blijf ik hopen op kranten en bladen die de lezer ernstig nemen, op journalisten die zichzelf aan hun eigen haren trekken uit het moeras van de lifestyle en de gratuite meningen, die feit van commentaar kunnen scheiden, die afstand nemen van de heiligverklaring van emotie en commotie, die onverschrokken, ongebonden en onafhankelijk zijn.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed