Een paper over Vondel in het Engels? Tijdens de zomercursus van de Taalunie is het Nederlands de internationale lingua franca

Aan de Universiteit Gent volgen momenteel 120 buitenlandse studenten de Taalunie Zomercursus Nederlands. Hoogleraar moderne Nederlandse literatuur Yves T’Sjoen bood er een workshop aan over de poëzie van Hugo Claus. In dit blogbericht deelt hij zijn bevindingen: “In het faculteitsgebouw hoor ik studenten van Noord-, Midden- en Zuid-Europa met cursisten van elders in de wereld in het Nederlands converseren. Nederlands is een internationale taal, de lingua franca. In tijden van verengelsing van het universitair onderwijs is het niet overdreven daar even bij stil te staan. (...) Er zijn geen sterkere pleitbezorgers denkbaar dan deze jongeren die gefascineerd zijn door onze taal, in die mate dat zij ook onze literatuur willen ontdekken en in vele gevallen misschien later vertalen in hun moedertaal. (...) Hun ongeloof over het betreurenswaardige fenomeen dat de universiteit in de Lage Landen studenten soms aanspoort om papers over pakweg Vondel in het Engels te schrijven, sterkt mij in de overtuiging dat we vanuit de universiteit nog méér het Nederlands moeten uitdragen en promoten in de wereld. (...) En neen, deze studenten zijn er ook geen voorstander van om de dt-regel in het Nederlands gewoonweg af te schaffen.

Door Yves T’Sjoen

Van 29 juli tot 11 augustus heeft aan de Universiteit Gent de Taalunie Zomercursus Nederlands – taal, cultuur en beroep plaats. In totaal 120 studenten die buiten het moedertaalgebied het Nederlands als vreemde taal volgen, zijn geselecteerd door hun thuisuniversiteit.

Zij beheersen het Nederlands in voldoende mate om gedurende twee weken workshops in onze moedertaal bij te wonen en een professionele stage te lopen. Met de financiële steun van de Taalunie en de vakgroepen Letterkunde en Taalkunde wordt de internationaal gerenommeerde zomercursus Nederlands weer mogelijk gemaakt.

Universiteit Gent is sinds drie jaar de enige academische instelling in de Lage Landen waar internationale studenten hun Nederlands kunnen bijspijkeren en daar is de universitaire gemeenschap bijzonder trots op. De universiteit biedt logistiek (studentenhome) en faciliteiten (leslokalen) opdat gastlezingen en workshops in optimale omstandigheden kunnen worden gevolgd.

In een organisatie van het Universitair Centrum voor Talenonderwijs (UGent) zijn voor de eerste week lesprogramma’s samengesteld volgens vier vooraf bepaalde beroepstrajecten. Studenten met belangstelling voor respectievelijk media en politiek, literatuur en cultuur, zakelijk en literair vertalen én taalkunde en didactiek komen aan hun trekken. Binnen elk traject presenteren deskundigen referaten en seminaries, studenten krijgen specifieke (interculturele) werkopdrachten, ze schrijven een blog. In de tweede week lopen zij stage in een bedrijf, op een krantenredactie, in een culturele organisatie.

Ook voor deze editie van de Taalunie Zomercursus Nederlands hebben zich een dertigtal instituties bereid verklaard een of twee studenten een stageplaats aan te bieden. Haven van Gent, tal van mediabedrijven, Poëziecentrum, Bibliotheek De Krook en vele andere partners ontvangen deze week deelnemers aan de cursus. De lijst met betrokkenen organisaties voor het bedrijfsbezoek kan hier worden geraadpleegd. Op basis van twee dagen stagebezoek bereiden studenten een poster voor die bij aanvang van het feestelijke slotevent voor het publiek wordt getoond. In 2016 kwamen Eszter Kovács uit Hongarije en Saurabh Pal uit India zo twee dagen meelopen bij Ons Erfdeel vzw. Hun ervaringen lees je hier (Eszter) en hier (Saurabh). De lotgevallen van de huidige cursisten kun je op deze blog volgen.

 

Claus internationaal

Voor het traject literatuur en cultuur mocht ik vorige week een workshop van drie uur aanbieden over de (vroege) poëzie van Hugo Claus (1929-2008). Samen met de studenten is aan de hand van gedichten de wording van een dichterschap besproken. Aanleiding is de tiende verjaardag van het overlijden van de schrijver, en dat mocht voor een internationaal jongerenpubliek worden gememoreerd.

Voor velen was het een eerste kennismaking. In totaal volgden zesentwintig studenten de bespreking. Een anthologie met teksten van Claus is gelezen door enthousiaste en weetgierige studenten uit onder meer Duitsland, Engeland, Hongarije, Indonesië, Kroatië, Letland, Polen, Rusland, Spanje en Zuid-Korea. De meesten hadden de naam al eerder gehoord, maar bleken niet vertrouwd met het literaire werk. De zomercursus maakt het mogelijk studenten letterkunde, die verspreid over de wereld een opleiding Nederlandse taal- en letterkunde volgen (als hoofd- of als bijvak), in contact te brengen met Claus’ dichtwerk.

Door zelf gedichten te lezen en te becommentariëren ontwierpen zij met eigen culturele bagage, vanuit hun belezenheid en individualiteit, een particulier portret van de gedichten. Van Claus als dichter. Verrassend was de zienswijze soms. De extramurale neerlandistiek (of beter: de internationale neerlandistiek) toont afdoende aan hoe de leeswijze elders complementair is en verrijkend voor de wijze waarop wij bijvoorbeeld Claus lezen in het moedertaalgebied. Er worden associaties tot stand gebracht met dichters die de studenten in hun eigen taal- en cultuurgebied kennen.

Om evidente redenen ontgaan hen bepaalde referentiële lagen, maar zij voegen vanuit hun creatieve verbeelding nieuwe betekenissen aan toe aan de gedichten. Niet gehinderd door de biografische anekdotiek of de reputatie van Claus, als monstre sacré van de naoorlogse Vlaamse letteren, lezen zij vrank en vrij. Deze benadering is een verademing. Van moedertaalsprekers die de poëziecursussen in Gent volgen, hoor ik vaak dat zij Claus “een moeilijk dichter” vinden en met die ingesteldheid beginnen zij soms met tegenzin aan de (verplichte) lectuur.

 

Ambassadeurs voor een taal

Het is al meermaals geopperd: buitenlandse studenten Nederlands zijn de ambassadeurs van de taal in de wereld. Ieder jaar wordt naast een excursie (Den Haag, Brussel, Kortrijk) een avond met gastgezinnen georganiseerd. Zomercursisten uit Pretoria, Kiev en Wrocław vertelden honderduit over het belang van de tweeweekse studie- en stagetijd in Gent: het belang van een taalbad in de Lage Landen, de uitbreiding van een internationaal netwerk, professionele perspectieven, contact met culturen van Nederland en Vlaanderen. Het spreekt inderdaad voor zich dat deze jonge mensen, van Argentinië, China en de VS tot India en Zuid-Korea, het Nederlands op de wereldkaart zetten.

In de wandelgangen van het faculteitsgebouw hoor ik studenten van Noord-, Midden- en Zuid-Europa met cursisten van elders in de wereld in het Nederlands converseren. Nederlands is een internationale taal, de lingua franca voor studenten die niet gehinderd door lands-, politieke en culturele grenzen met elkaar kunnen communiceren. Niet in het Engels maar in een taal die volgens cijfers van de Taalunie door 15.000 studenten wereldwijd wordt gestudeerd in 40 landen en aan 175 universiteiten.


Antidotum voor een overdosis verengelsing

In tijden van verengelsing van het universitair onderwijs is het niet overdreven daar even bij stil te staan. Studenten in Italië, Servië en bijvoorbeeld Zuid-Afrika spreken en schrijven over boeken van Arnon Grunberg en Harry Mulisch, Tom Lanoye en Dimitri Verhulst, Toon Tellegen en Joke van Leeuwen in het Nederlands én in hun eigen moerstaal. Velen studeren ook historische Nederlandse letterkunde.

Ik vernam dat zij het heel bizar vinden dat aan onze universiteiten moedertaalstudenten Nederlands door sommige docenten worden aangemoedigd over teksten van bijvoorbeeld Vondel in het Engels te schrijven. Niet alleen in Nederland, ook aan de alma mater hoor ik wel eens een pleidooi voor een bachelorpaper over Vondel door moedertaalsprekers Nederlands in het Engels.

Over de kwaliteit van dat Engels spreek ik mij niet uit, laat staan over de aantoonbare meerwaarde in een opleiding neerlandistiek. De verbazing van de studenten Olha (Oekraïne), Marta (Polen) en Mart-Mari (Zuid-Afrika) sprak in ieder geval boekdelen. Hun ongeloof over dat betreurenswaardige fenomeen, ik durf nog niet van een tendens te spreken, sterkt mij in de overtuiging dat we vanuit de universiteit nog méér het Nederlands moeten uitdragen en promoten in de wereld. De deelnemers aan deTaalunie Zomercursus Nederlands zijn daar volop mee bezig.

Er zijn geen sterkere pleitbezorgers denkbaar dan deze jongeren die gefascineerd zijn door onze taal, in die mate dat zij ook onze literatuur willen ontdekken en in vele gevallen misschien later vertalen in hun moedertaal. 

Ik hoor nu vele enthousiaste stemmen, ik geniet tijdens deze twee zomerse weken van het Nederlands dat in Gentse straten en kroegen in alle variëteiten en accenten te beluisteren is. En neen, zij zijn er geen voorstander van om de dt-regel in het Nederlands gewoonweg af te schaffen, zelfs de Afrikaanssprekende studente uit Pretoria niet.

Ten slotte twee desiderata. Buitenlandse studenten zijn vragende partij om in gesprek te treden met studenten verbonden aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten. Hoewel het zomerreces is, moet een ontmoeting tussen intra- en extramurale studenten Nederlands in Gent te regelen zijn. Er ligt een plan voor om een versie van Zomergasten te presenteren met (niet-)moedertaalsprekers die samen over (de vertaling van) hedendaagse Nederlandstalige literatuur praten.

Daarnaast valt het aan te bevelen ook wetenschappelijk personeel werkzaam in de universitaire neerlandistiek actiever te betrekken. Niet aan een bureau maar in de wandelgangen is dezer dagen de toekomstmuziek van het vakgebied te horen. Een aantal van de studenten is de Erasmusstudent, en misschien wel de onderzoeker, de vertaler en de communicatieverantwoordelijke van morgen voor het Nederlands.

 

Het feest van het Nederlands wordt eind deze maand verdergezet: van 27 tot 31 augustus organiseren de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek en de KU Leuven het 20ste Colloquium Neerlandicum, met als thema ‘Nederlands in beweging’. Ons Erfdeel vzw organiseert tijdens het colloquium een debat over taalvariatie (woensdagavond 29/8). Daarvan volgt een uitgebreid verslag in Ons Erfdeel 4/2018, net als van het hele colloquium. 

 

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed