Luis in de pels van de artistieke wereld - Jef Geys (1934-2018)

Luis in de pels van de artistieke wereld - Jef Geys (1934-2018)

In het Limburgse Genk is op 83-jarige leeftijd kunstenaar Jef Geys overleden (Leopoldsburg, 1934). Geys, die tot het laatst actief bleef, onder meer op zijn blog, begon in de jaren zestig en maakte in de jaren zeventig naam met zijn plannen om het Antwerpse Museum voor Schone Kunsten op te blazen.

Dat is een treffende illustratie van de subversieve inslag die zijn werk altijd heeft gehad. Zie ook zijn latere suggesties om het Antwerpse beeldenpark Middelheim en de Parijse Cour Royale om te vormen tot een groentetuin, en zijn daadwerkelijke kweken van groenten in een Gents park.

Foto: Jef Geys, Zwarte overall, 1991, Collectie M HKA, Antwerpen

Geys in Venetië

Groenten – beter: eetbaar en/of geneeskrachtig onkruid – keren ook terug wanneer hij in 2009 België vertegenwoordigt op de Biënnale van Venetië. In het Belgisch Paviljoen installeerde hij “een herbarium van onkruid”, zoals kunsthistoricus Lars Kwakkenbos in Ons Erfdeel schreef in zijn beschouwing over de expositie, getiteld ‘De marge verlicht’ (te lezen via de link, scrollen tot bij het stuk over Geys).

Geys had vooraf aan vier kennissen die in een stad wonen of werken gevraagd om daar telkens op zoek te gaan naar twaalf planten die er op straat groeien. In Venetië hing hij dat onkruid, ingelijst en toegelicht, aan de muren met telkens een foto van de exacte plek waar de planten in elke stad werden gevonden, en een foto van het naambordje van de straat.

Voor één euro kon je in Venetië ook een editie van het Kempens Informatieblad kopen, een zelfgemaakte krant waarmee Geys sinds 1965 zijn tentoonstellingen en projecten begeleidt. Aanvankelijk wilde Jef Geys dat zijn inzending voor Venetië zou bestaan uit een eetbare editie van het Kempens Informatieblad, met daarin ook alle kennis die uiteindelijk in het Belgisch Paviljoen kwam te hangen. Die eetbare krant zou op 150.000 exemplaren worden gedrukt en in heel Venetië worden verspreid. Daklozen zouden erin kunnen lezen welke planten eetbaar zijn of geneeskundige krachten hebben. Zo’n eetbare krant bleek technisch gezien echter niet mogelijk.

Volgens Kwakkenbos was Geys’ expositie in Venetië (zie foto hierboven) typisch voor zijn hele werk:

Onkruid houdt zich op in de marge van onze biotoop, de mensen voor wie dit project mede was opgezet, noemen we marginaal en de kennis die zulke planten genereren, associëren we vooral met exotische, primitieve of oude samenlevingen, die zich in de marge van ons kennisveld bevinden. Geys opereert vanuit marges: hij herformuleert ze, zonder hun bestaan op te willen heffen of als dusdanig te ontkennen.

Het welzijn van Jan Modaal

Gewassen, groenten en onkruid keren voortdurend terug bij Geys - zie ook zijn Zaadzakjes. Kunstjournalist Eric Bracke, die in 2002 met ‘Luis in de pels’ een uitgebreid portret van Jef Geys voor Ons Erfdeel schreef, ziet het oeuvre van deze kunstenaar dan ook als:

een groot work in progress [..] dat telkens weer nieuwe vertakkingen krijgt. Maar de voedingsbodem voor deze jonge scheuten is nog altijd dezelfde als veertig jaar geleden: het is de consequente wijze waarop de kunstenaar in het leven staat.

Volgens Bracke kijkt is Geys “een socialist omdat hij naar de wereld kijkt vanuit het standpunt van het gewone volk. Zijn maatstaf is het welzijn van Jan Modaal. Jef Geys kiest altijd de kant van de zwakste partij, vaak is dat meer dan een abstract principe”.

Geys vond, dixit Bracke, de realiteit van het gewone volk “klemmender dan de kunstwereld, die hij tracht te ontmaskeren als een elitair circuit met mercantiele doeleinden en snobistische pretenties. Of op zijn minst relativeert hij alles wat in die wereld gebeurt, door dingen uit het dagelijkse leven binnen te smokkelen die dat verheven aura van kunstwerk niet hebben”.

Tegelijk doet Geys volgens Bracke “meer dan de knuppel in het hoenderhok gooien. In sommige projecten waarin hij zijn betrokkenheid bij de populaire cultuur toont, zit ook een broze, subtiele poëzie die moeilijk in woorden te vatten is”.

Vrijheid, gelijkheid, broederlijkheid

Ondanks zijn subversieve kant en zijn antagonistische houding tegenover de kunstwereld, werd hij toch breed erkend als een van de belangrijkste Vlaamse kunstenaars: hij vertegenwoordigde Vlaanderen op de Biënnale van Sao Paulo in 1991, kreeg in 2000 de Vlaamse Cultuurprijs voor Beeldende Kunst en vertegenwoordigde België op de Biënnale van Venetië.

Ook was hij met zijn werk aanwezig  op allerlei belangrijke kunstmanifestaties, zoals het spraakmakende Chambres d’Amis in Gent. Bracke in Ons Erfdeel: “Terwijl andere kunstenaars te gast waren bij bemiddelde kunstverzamelaars of op zijn minst geïnteresseerde kunstliefhebbers, koos Geys in Gent zes mensen die in een huis van de sociale huisvestingsmaatschappij leefden. Hij plaatste er een nieuwe deur met daarop in sierlijke letters de leuze van de Franse Revolutie: ‘Vrijheid, Gelijkheid, Broederlijkheid’.”

Losse eindjes

Geys kreeg ook diverse grote tentoonstellingen. Tijdens een van de recentste exposities, in het Gentse S.M.A.K. in 2015, ontvouwde Geys zijn levenslange omgang in en met de beeldende kunst, van de prilste bron tot ver voorbij de monding. Maar een eenduidig oeuvre-overzicht was het niet, zo schreef Bart Janssen in een uitgebreide bespreking op onze blog:

Welke andere kunstenaar gaf ooit meer inkijk in zijn interne keuken? Maar Geys biedt je meestal alleen losse eindjes, het patchwork van het kunstwerk, het project en het oeuvre moet je zelf knopen.

Bovendien maakte Geys van de tentoonstelling zelf ook een kunstwerk, misschien het zelfs wel wel dé creatie. “De expositie als ‘Gesamtkunstwerk’ in de breedste zin van het woord”, schreef Bart Janssen.

Wellicht mag het woord ‘expositie’ in de voorgaande zin eenvoudigweg worden vervangen door ‘leven’: Geys’ bestaan was doordrenkt van kunst, en vice versa.

Deze artikels interesseren je wellicht ook:

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed