Marjolijn van Heemstra wint BNG Bank Literatuurprijs – lees onze recensie van ‘En we noemen hem’

Marjolijn van Heemstra wint BNG Bank Literatuurprijs – lees onze recensie van ‘En we noemen hem’

Van Heemstra weet hoe je de lezer nieuwsgierig maakt. ‘En we noemen hem’ is een kleurrijk kluwen van feiten en herinneringen. Om een verhaal te schrijven dat zowel naar het verleden wijst, als naar de toekomst, moet je een schrijver van formaat zijn.

Dat zegt de jury van de BNG Bank Literatuuprijs, die dit jaar is toegekend aan Marjolijn van Heemstra voor haar roman En we noemen hem (Das Mag, 2017). 

Van Heemstra, wier bekroonde boek verfilmd en in vijf talen vertaald wordt, haalde het van drie andere genomineerden:

  • Murat Isik -  Wees onzichtbaar (Ambo/Anthos, recensie in Ons Erfdeel 4/2017) 
  • Alma Mathijsen - Vergeet de meisjes (De Bezige Bij, recensie in Ons Erfdeel 2/20108)
  • Arjen van Veelen - Aantekeningen over het verplaatsen van obelisken (De Bezige Bij, recensie in Ons Erfdeel 1/2018)

In En we noemen hem gaat Marjolijn van Heemstra op zoek naar het ware verhaal achter ‘Bommenneef’, haar oudoom die als zogenaamde verzetsheld was uitgegroeid tot familielegende — de oudoom naar wie ze haar zoon wilde vernoemen. Maar tijdens haar zwangerschap probeert Marjolijn erachter te komen wie deze ‘held’ eigenlijk was en begint ze te twijfelen: kan ze haar zoon wel opzadelen met de geschiedenis die met deze naam gepaard gaat?

Sebastiaan Kort was in zijn Ons Erfdeel-recensie (die je onder aan dit bericht kunt lezen) wat minder enthousiast over En we noemen hem: “Wie het totale resultaat overziet, zal constateren dat dit eerder een vorm van persoonlijke journalistiek is dan van literatuur.”

De BNG Bank Literatuurprijs is een oeuvreprijs voor Nederlandstalige auteurs die jonger zijn dan 40, minstens twee literaire prozawerken hebben geschrevenen en nog niet zijn doorgebroken. Van Heemstra publiceerde eerder twee dichtbundels, een roman, een boek met verhalen van Marokkaanse moeders over hun migratie naar Nederland en ze schreef een reeks toneelstukken, waarin ze vaak ook zelf acteert.

Dit zijn de vorige winnaars van de BNG Bank Literatuurprijs:

Hierna vind je de Ons Erfdeel-recensie van En we noemen hem door Sebastiaan Kort. 


PERSOONLIJKE JOURNALISTIEK

En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra

Ik ben van eenvoudige komaf, maar ergens in mijn hoofd hield ik er rekening mee dat zich diep in mijn familiegeschiedenis een tsaar, een avontuurlijke ballonvaarder of dubbelspion schuilhield die de stamboom postuum in elk geval een béétje glans zou geven. Recent bezoek aan een genealogische website hielp mij uit de droom: in amper twee, drie uur tijd wist ik af te dalen tot het jaar 1790, en op de lange, lange weg daar naartoe trof ik tsaar noch ballonvaarder noch dubbelspion aan. Sterker nog, het leek wel alsof mijn voorvaderen zich erin hadden gespecialiseerd om elkaars levensloop te dupliceren: niet alleen waren zij allemaal “los arbeider” of “boerenlandarbeider” geweest, ze hadden zich ook allemaal, eeuwenlang, amper buiten de grenzen van twee, drie bij elkaar gelegen dorpen begeven. Op een feestje, enkele dagen na mijn digitale speurtocht, vatte ik het door mij aangetroffen gezelschap samen als “buk- en raapvolk”, intussen verwijzend naar Vincent van Goghs De aardappeleters voor een illustratie van hoe gezellig de gezinnen er ’s avonds bij moeten hebben gezeten.

Maar dan Marjolijn van Heemstra! Ergens in En we noemen hem geeft ze en passant een inkijkje in haar bloedlijn. Wat te denken van die overoudtante van haar, “die in 1939 in een klein vliegtuige naar Rhodesië vloog om Afrikaanse vrouwen te bekeren en toen zelf als een blok voor een stamhoofd viel met wie ze vijf jaar in een hut heeft gewoond”? Of neem die verre oom van haar, die “overleed in het huis van zijn maîtresse en door twee neefjes het huis uit werd gesmokkeld, waarna ze uren rondreden op zoek naar de juiste plek om zijn lijk eervol achter te laten”? Of Van Heemstra’s overgrootvader: twee maanden voor de bevrijding werd hij gefusilleerd; op een parkeerplaats nabij Zutphen kunt u nog een herdenkingskruisje van hem vinden.

Van Heemstra heeft dus genoeg familieverhalen om uit te kiezen, maar ze koos voor een andere. De reden is, tja, de reden is toeval. Of liever: een opeenstapeling van kleine voorvallen. Hiermee opent ze haar boek, met een opsomming (in één zin) van de gebeurtenissen die haar in wezen tot de verplichting dreven om zich in het verhaal van de zogenoemde “bommenneef” te verdiepen, een verre bloedverwant die kort na het einde van de Tweede Wereldoorlog een aanslag op een man initieerde die in zijn ogen de straf had ontlopen die hij verdiende. Deze Frans en zijn daad groeiden in de jaren daarna bij de familie Van Heemstra uit tot een mythe met een heroïsche strekking: wat Frans gedaan had mocht niet, maar was ethisch gezien gerechtvaardigd. Het slachtoffer verdiende de beul die Frans voor hem was geweest.

Van Heemstra was van dit alles al lang en breed op de hoogte, maar de mare kreeg pas importantie toen ze zwanger werd: ze werd min of meer geacht om de aanstaande zoon naar de held uit de familie te vernoemen. En we noemen hem is de queeste naar de waarachtigheid van het verhaal. Een verhaal waar menig Van Heemstra, wellicht in stilte, maar toch, de familiale eer aan heeft opgehangen. Want wie heeft er nou een held in de familie?

Het bijzondere is dat Van Heemstra vervolgens een verhaal construeert door een ánder verhaal te smoren. Want de bommenneef en zijn bom, het stak toch allemaal wat minder zuiver in elkaar dan gedacht. Van Heemstra neemt ons mee in haar onderzoek in archieven en gesprekken met betrokkenen (die overigens niet allemaal echt staan te springen om mee te werken). Intussen, en hiermee belanden we bij de structuur van dit boek, tikt de klok door: nog maar zoveel maanden, nog maar zoveel weken en Van Heemstra’s kindje is er. Vernoemt ze het naar Frans of doet ze dit, op basis van de te ontvouwen waarheid omtrent hem, niet?

Je zou je kunnen afvragen, en ik deed dit al vroeg, waarom Van Heemstra dit überhaupt wel zou doen. Goed, ze zou ermee tegemoet komen aan de wens van nog levende en inmiddels overleden familieleden. Maar de vraag die ze in het geheel niet opwerpt, is of iemand die een moord pleegde (en bijvoorbeeld niet naar de politie stapte om het slachtoffer veroordeeld te krijgen) de eer verdient om een kind naar hem vernoemd te krijgen. Ze prakkiseert er duchtig op los, maar dit vraagstuk komt helemaal niet aan de orde. En dat is ironisch, want hoewel ze wel degelijk een mythe ontrafelt, is ze impliciet ook een horige van de mythe dat bepaald illegaal post-oorlogsgeweld toegestaan zou kúnnen zijn.

Dat valt extra op in een boek dat verder juist gekenmerkt wordt door redelijkheid, feiten en de blijkbare noodzakelijkheid om het moreel juiste te doen. Daar komen we aan bij een ander punt: de vraag in hoeverre En we noemen hem een work of art is. Want wat is het dat indruk maakt? Ten eerste is dat de anekdotische kern, de bommenneef die anderen oppookte om een aanslag te plegen waarbij drie mensen de dood vonden, van wie er twee niks met enigerlei oorlogsmisdaad te maken hadden. Wat zeker ook in het voordeel van Van Heemstra spreekt, is de manier waarop ze zo nu en dan de verbeelding loslaat op haar verhaal. De feiten of het bewijsmateriaal schieten tekort, en daarom verlaat ze zich op haar voorstellingsvermogen om in te voelen waarom Frans of een ander zich zus of zo gedragen heeft.

Maar voor mij is dat te weinig om te kunnen stellen dat En we noemen hem een geslaagd kunstwerk is. Wie het totale resultaat overziet, zal constateren dat dit eerder een vorm van persoonlijke journalistiek is dan van literatuur. Let wel, nergens op het boek is de aanduiding “roman” te vinden, maar bij mij bleef desondanks de vraag hangen wat er nog meer uit dit bronnenmateriaal te slaan was geweest. Denk hierbij aan de zelfmoord van de zus van Willem Frederik Hermans. Sinds de tweedelige biografie van Willem Otterspeer weten we hoezeer Hermans die daad (en de ontluistering van Hermans over het geheime leven dat zijn zus leidde) abstraheerde door het in verhalen en romans te verwerken, door verborgen drijfveren te thematiseren.

Van Heemstra heeft haar wederwaardigheden vooralsnog niet naar een abstracter, wellicht indrukwekkender niveau getild: ze bedrijft verslaggeverij, ze ensceneert niet, er is, afgezien van een soort wijze man die haar helpt bij haar onderzoek, geen sprake van symbolische figuren. Ze brengt wat ze te weten is gekomen niet in actie. Maar aan voedingsstoffen heeft ze in elk geval geen tekort.

Sebastiaan Kort

Marjolijn van Heemstra, En we noemen hem, Das Mag, Amsterdam, 2017, 218 p.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed