Negentig jaar na de dood van Jules Lemire - 90 ans après la mort de Jules Lemire

Negentig jaar na de dood van Jules Lemire  -  90 ans après la mort de Jules Lemire

Aan de gevel van het stadhuis van Hazebroek hangt op dit ogenblik een portret van Jules Lemire (1853-1928). Op 7 maart is het negentig jaar geleden dat Lemire in Hazebroek overleed. Hij was van 1893 tot 1928 volksvertegenwoordiger en van 1914 tot aan zijn dood in 1928 burgemeester van Hazebroek.

Lemire werd in 1853 in Noord-Berkijn (Vieux-Berquin) geboren en studeerde aan het klein-seminarie van Hazebroek. In 1878 werd hij tot priester gewijd. Lemire was van oordeel dat de kerk zich met de moderne maatschappij moest verzoenen. Hij aanvaardde de Republiek en de gelaïciseerde maatschappij. In 1893 wordt hij tot député verkozen, met een christen-democratisch programma. Al snel kwam hij omwille van zijn ideeën in conflict met kerkelijke oversten en in 1914 werd Lemire geschorst. In 1916 werd die schorsing weer opgeheven.

In 1896 stichtte Lemire de “Ligue du coin de terre et du foyer”, te vergelijken met het "Werk van den akker en den haard" in België. Het was de bedoeling te zorgen voor volkstuintjes voor de arbeiders, zodat ze zelf gezonde groenten en fruit konden kweken en ze ook weggehouden werden van het verdorven leven van de stad. De naam van Lemire is onverbrekelijk verbonden met deze volkstuintjes, die ook vandaag nog bestaan. Maar Lemire heeft ook belangrijk parlementair werk gedaan o.a. in verband met het respecteren van de zondagsrust, de regeling van de arbeidsduur, nachtwerk, vrouwenarbeid, enz. Hij sprak zich ook uit tegen het cumuleren van mandaten door politici. Ook als burgemeester drukte hij een stempel op zijn stad. Sporen van zijn beleid zijn vandaag nog altijd te zien. Hij liet een kraamkliniek bouwen en een nieuw ziekenhuis, moderniseerde de ingangen van de stad, creëerde een openbare tuin, een bibliotheek, enz.

Regionalist
De moedertaal van Lemire was het Frans, maar hij had aan het seminarie wel een basiskennis van het Vlaams opgedaan. Zijn vriend en latere voorzitter van het Comité Flamand de France, Camille Looten had hem daarbij geholpen. Maar Lemire een “flamingant” noemen, zoals Jean-Marie Gantois dat heeft gedaan, strookt zeker niet met de waarheid. Lemire was geïnteresseerd in het regionalisme en was een duidelijke voorstander van decentralisatie, maar hij hield toch meer van zijn grote vaderland Frankrijk, dan van het kleine vaderland Vlaanderen.

Over Lemire zijn verschillende biografieën verschenen, zoals in 1968 door Jean-Marie Mayeur en in 2013 door J.-P. Vanhove. In het jaarboek De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français van 1982, 1983, 1989, 2007 en 2014 publiceerde de Vlaamse historicus Michiel Nuyttens verschillende artikelen over Jules Lemire.


In Hazebroek kan het huis van Lemire bezocht worden. De Association de l’Abbé Lemire heeft er een museum ingericht.

 Het huis van Lemire in Hazebroek -  La maison de Lemire à Hazebrouck

La façade de l’hôtel de ville d’Hazebrouck est actuellement ornée d’un portrait de Jules Lemire (1853-1928). Celui-ci est décédé un 7 mars à Hazebrouck, il y a quatre-vingt-dix ans. Il a été député  de 1893 à 1928 et maire d’Hazebrouck de 1914 jusqu’à sa mort.

Jules Auguste Lemire nait en 1853 à Vieux-Berquin et étudie au petit séminaire d’Hazebrouck. En 1878, il est ordonné prêtre. Lemire pense que l’Église doit se réconcilier avec la société moderne. Il accepte la République et la laïcité. Élu député chrétien-démocrate en 1893, il ne tarde pas à entrer en conflit avec sa hiérarchie ecclésiastique en raison de ses idées. En 1914, il est suspendu. Suspension levée dès 1916.

En 1896, l’abbé Lemire fonde la Ligue du coin de terre et du foyer. L’idée est de créer des jardins populaires où les ouvriers  pourraient eux-mêmes cultiver des fruits et légumes bons pour la santé et d’échapper aux miasmes de la vie urbaine. Le nom de Lemire est indissociable de ces jardins ouvriers, dont l’existence perdure aujourd’hui. Mais l’abbé Lemire a également effectué un important travail parlementaire, œuvrant notamment en faveur du respect du repos dominical, de la réglementation du temps de travail, du travail de nuit, du travail des femmes, etc. Il s’est aussi opposé au cumul des mandats des hommes politiques. Il a également marqué de son empreinte la ville dont il a été maire. Les vestiges de sa politique sont toujours visibles. Il est notamment à l’origine de la construction d’une maternité et d’un nouvel hôpital, de la modernisation des entrées de la ville, ainsi que de la création d’un jardin public et d’une bibliothèque.

Régionalisme
La langue maternelle de Jules Lemire était le français, mais l’abbé a acquis au séminaire des bases de flamand. Son ami, futur président du Comité Flamand de France, Camille Looten, l’a aidé dans cet apprentissage. Pour autant, il est erroné de dire comme Jean-Marie Gantois que Lemire est un « flamingant ». Lemire s’est intéressé au régionalisme et a été un fervent partisan de la décentralisation, mais il a toujours préféré sa grande patrie, la France, à sa petite patrie, la Flandre.

Il existe des  biographies de l’abbé Lemire, dont celle de Jean-Marie Mayeur (1968) ou de  Jean-Pascal Vanhove (2013). Par ailleurs, l’historien flamand Michiel Nuyttens a publié différents articles sur Jules Lemire dans les annales bilingues De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français 1982, 1983, 1989, 2007 et 2014.

À Hazebrouck,  la maison de Jules Lemire se visite. L’Association Mémoire de  l’abbé Lemire en a fait un musée.