Onze touchscreenbehoeftes - Recensie van ‘Als je een meisje bent’ van Maartje Smits

In de debuutbundel van Maartje Smits, Als je een meisje bent, wordt de ervaring van het internet in poëzie nagebootst. Het wereldwijde web is niet alleen een fenomeen dat in de vorm van klikken, scrollen, updaten en zoeken constant aanwezig is (“onze touchscreenbehoeftes”), het is ook iets dat onze taal en onze levens onvermijdelijk beïnvloedt. In Ons Erfdeel 2/2016, dat begin mei verschijnt, bespreekt Kila van der Starre deze dichtbundel. Hieronder kun je Van der Starres recensie lezen, inclusief verwijzingen naar Smits’ vele online gedichten.

 

Onze touchscreenbehoeftes - Als je een meisje bent van Maartje Smits

Als je Google laat zoeken naar de titel van de debuutbundel van Maartje Smits (1986), Als je een meisje bent, krijg je twee soorten hits. Ten eerste vind je YouTubevideo’s, forumtopics en blogposts over onderwerpen als “10 dingen die KUT zijn als je een MEISJE bent”, “Hoe koop je jongenskleding als je een meisje bent?” en “Hoe geef je een presentatie met autoriteit – zelfs als je een meisje bent?” (werkelijk waar, zoek maar op). Ten tweede beland je op tweedehandssites die het boek Als je een meisje bent (1971) van Michaela Bach verkopen, een handboek over lichaamsverzorging, make-up, slank blijven, kamerinrichting, de pil, tafelmanieren en meer.

In de bundel van Maartje Smits komen de facetten van deze zoekresultaten op een intrigerende wijze samen: ideeën van vroeger en nu over meisje-zijn en vrouw-zijn worden gethematiseerd in een vorm en taal die duidelijk ingebed is in en voortvloeit uit het internet. Op pluriforme en polyfone wijze worden de aspecten van het meisje-zijn belicht: de relatie tussen moeder en dochter (“een moeder schroomt / een meisje scheelt / een moeder wast / een meisje”), een veranderend lichaam (“borsten wegbidden / een jaar lang vergeving vragen”), eetstoornissen (“theelepeltjes wekken de illusie dat je meer kunt eten”), het andere geslacht (“mannelijkheid is leugenachtig”), seks (“een erfenis met tepelklemmen”), schuldgevoel (“bijt scrub ingroeiende zonden”). Net als in de debuutbundel Kameleon (2015) van Charlotte Van den Broeck richten de gedichten zich niet alleen op de aspecten van het meisje-zijn, maar vooral op de transformatie van meisje naar vrouw. Het gedicht ‘Stil schaduw schip’ toont het moment tussen die twee identiteiten in een metafoor van een in de lucht stilhangend attractieparkschip:

vlak voor alles kantelt, staat het  

stil. (wereld wind pretpark)

[…]  

alles verwacht, het

klapt, kantelen. alles

maar nu nog niet

In de bundel is het internet niet alleen een fenomeen dat in de vorm van klikken, scrollen, updaten en zoeken constant aanwezig is (“onze touchscreenbehoeftes”), maar het is ook iets dat onze taal en onze levens onvermijdelijk beïnvloedt. Vanaf het begin van het internettijdperk gebruiken we metaforen uit de pre-internettijd om de onderdelen en de handelingen op het medium te beschrijven (surfen, global village, pagina, link, cloud). Smits’ poëzie laat zien dat we tegenwoordig ook internetmetaforen gebruiken om de offline-realiteit te beschrijven: “ik zoom in op mooiweermensen”, “een uitzicht refresht”, “tussenkamers met ondeugdelijke privacyinstellingen”, “wees een pop-upmeisje”.

De invloed van het internet op Smits’ werk is ook tot ver buiten de grenzen van haar debuutbundel te vinden. Ze is naar eigen zeggen filmend dichter, dichtend filmmaker, subjectieve journalist, schrijvend detective en imker. Afgestudeerd aan de afdeling Beeld & Taal van de Gerrit Rietveld Academie (2009) en de afdeling Design van het Sandberg Insituut (2011) is Smits docent Creative Writing, redacteur van digitaal tijdschrift hard//hoofd en freelance schrijver. Prozateksten, essays en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in onder andere De Gids, nY, Deus Ex Machina en Poëziekrant, maar het meeste werk van haar staat verspreid op het internet. Op haar website (maartjesmits.nl) zijn onder de kop ‘Beeldend werk’ uiteenlopende teksten, video’s, installaties en projecten te vinden. Een zoektocht door YouTube, Vimeo en Soundcloud brengt echter nog eens meer dan het dubbele aantal werken aan het licht, zoals de fascinerende videogedichten ‘Zwembad’, ‘Keri South Beach overloper’, ‘In afwachting verblijven wij’ en ‘Spelende maltezers’.

Maartje Smits.

De tekst van enkele “videogedichten”, “poëziefilms” of “video verses”, zoals Smits de werken noemt, zijn opgenomen in haar debuutbundel. Het openingsgedicht van de bundel, ‘Via via’, is bijvoorbeeld te beluisteren en te bekijken in een “videopoem” dat Smits in juli 2014 op YouTube plaatste. Een voordracht van dat gedicht door Smits is gemonteerd over verschillende shots van een verwaarloosd gebouw met betonnen palen (een oud tankstation?) naast een snelweg, waar we Smits in de schemering kartonnen borden boven haar hoofd zien houden met woorden erop gestift (“gevraagd” “for sale”, “gister”, “gratis”, “af te halen”, “morgen”, “bod”, “dag”, “bye”, “dag”, “buy” etc.). Onderaan in het beeld wisselen woorden op een steeds sneller tempo elkaar af in een ondertitelinglettertype (“look”, “transparant”, “noteworthy”, “Ansehn”, “regarder”, “grand”, “robuste”, “wegkijken” etc.). Betekenis- en klankassociaties lijken beide woordreeksen te sturen. Het gedicht dat Smits’ stem in een derde taallaag in de video voordraagt is veel narratiever: “gister zag ik mijn moeder fietsen / in een stad waar wij allebei niet wonen”. Het lyrisch subject heeft in het hoofd “een rijtje vragen met mama erboven”, die we vervolgens te horen (en in de bundel te lezen) krijgen.

De taallagen in de korte film staan op verschillende manieren in relatie tot elkaar. Sommige woorden komen bijvoorbeeld in alle taallagen voor (“gister” en “morgen” staan zowel op de kartonnen bordjes, als onderin het beeld, als in het voorgedragen en gepubliceerde gedicht). De taallagen lijken soms elkaars metaniveau te vormen, bijvoorbeeld wanneer woorden uit de ondertiteling het semantisch veld van de reeks op de bordjes vormen: “verkoop”, “vendre”, “buy”, “aanbieding”. En ook het hoofdthema van het voorgedragen gedicht wordt in kernwoorden weergegeven in de ondertiteling: “mam”, “Kinder”, “ma”, “kind”, “terughalen”, “achterlaten”. De poëziefilm stort in korte tijd een grote hoeveelheid informatie uit over de kijker-lezer-luisteraar. Drie taallagen en een beeldlaag (plus nóg een taallaag als je met de bundel op schoot de video bekijkt) worden gecombineerd, waarbij bovendien vier verschillende talen worden gebruikt en waarbij je zowel moet kijken, lezen en luisteren om alle informatie te vergaren. Net als in de bundel lijkt de ervaring van het internet hier in poëzie te worden nagebootst: een stortvloed aan meertalige informatie in woord (zowel geschreven als oraal) en beeld wordt in zowel narratieve vorm als in de internettraditie van “tags” aan ons gepresenteerd. Bekijk hieronder ‘Via’:

 

 

In de bundel concretiseert het titelgedicht onderwerpen die regelrecht uit Michaela Bachs handboek lijken te komen (“Onzekerheden”, “Persoonlijke hygiëne”, “Voortplanting”) met pornografische readymades (“wil je foto zien klik NEUKMAATJE voor verder gaan”) en emancipatorische slogans (“klim wees een vrouw in managementfunctie maar altijd een meisje”). Het gedicht suggereert dat meisjes niet meer naar tips op zoek gaan in handboeken voor meisjes, maar op het internet. Dat is de plek, of we het willen of niet, waar pubers leren hoe seks “hoort”, waar problemen besproken worden en waar tips worden uitgewisseld.

De bundel van Maartje Smits geeft aanleiding om de convergence culture theory van mediawetenschapper Henry Jenkins te betrekken op poëzie. Volgens Jenkins vraagt onze hedendaagse cultuur, waarin de meeste cultuuruitingen in meer dan één medium bestaan, om een multimediale aanpak in de kritiek. Kunnen we voor dichters als Maartje Smits, Astrid Lampe, Eva Cox en F. van Dixhoorn een enkel op de papieren bundel gerichte bespreking nog verantwoorden? Zijn de videogedichten, interactieve poëzie en performances online onderdeel van Als je een meisje bent ? Maartje Smits heeft een intrigerende bundel geschreven over twee grote thema’s aan het begin van de eenentwintigste eeuw: de vrouw en het internet. Buiten de bundel waaiert haar poëzie in multimediale vormen uiteen en ook die maken het boek tot een geslaagd debuut.

KILA VAN DER STARRE

MAARTJE SMITS, Als je een meisje bent, De Harmonie, Amsterdam, 2015, 48 p.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed