The Low Countries 25: de ambigue erfenis van de sixties

The Low Countries 25: de ambigue erfenis van de sixties

‘Be realistic. Demand the impossible’

Onder dat motto buigen we ons in de pas verschenen 25ste editie van ons Engelstalige jaarboek The Low Countries over de jaren zestig. Hier kunt u het boek bestellen, hieronder leest u het woord vooraf van hoofdredacteur Luc Devoldere en kunt u de eerste twintig pagina's doorbladeren.


We zullen niet de fout maken de jaren zestig te mythologiseren. De verbeelding kwam nooit aan de macht. Er verscheen niet overal een strand onder de straatstenen en er werd nog altijd wel iets verboden. Maar het is ontegensprekelijk waar dat tussen de late jaren vijftig en midden jaren zeventig de maatschappij en de cultuur van de westerse samenlevingen sterke veranderingen meemaakten. Dat was ook zo in de Lage Landen.

De eerste symptomen van de protestcultuur stamden al uit de jaren vijftig. De heetste gebeurtenissen vonden plaats eind jaren zestig en de gevolgen op brede schaal van een en ander werden duidelijk in de jaren zeventig.

Macht en gezag, althans de traditionele vormen van gezag (dat van de overheid, opvoeders, leraren en de kerken) kregen klappen. Jongeren bevrijdden zich uit allerlei keurslijven. Seksualiteitsbeleving  werd geleidelijk aan ontdaan van angst. Er werd geëxperimenteerd met nieuwe omgangsvormen, nieuwe samenlevingsvormen. Verdovende middelen waren nog bewustzijnsverruimende middelen. Vrouwen emancipeerden zich traag maar zeker. Ze werden zich bewust van eigen lijf en eigen rechten. Muziek werd de uiting van een eigen leefwereld die zijn vinger opstak tegen wat als burgerlijkheid werd weggezet. De tijden roken naar romantiek, naar het grote gebaar, het ludieke activisme. Zelfuitdrukking werd een doel op zich. The sky was the limit. Het onmogelijke werd werkelijk. Of kon dat minstens worden.

Maar wellicht ben ik nu stiekem weer aan het mythologiseren.

Na jaren van heropbouw na de Tweede Wereldoorlog was begin jaren zestig de welvaart aangekomen. Consumptie zat definitief in de lift. Die welvaart, dat optimisme maakten veel van het hierboven opgesomde ook mogelijk.

Wat is daar een halve eeuw later van overgebleven in de Lage landen? Ik citeer hier twee zinnen uit de antwoorden die je in The Low Countries 25 vindt: ‘There was plenty of narcissism and ego-tripping in the ‘Golden Sixties’, but this period also introduced a feeling of solidarity from which twenty-first century advocates of a new sense of community still have a great deal to learn.’ (Geert Buelens) En: ‘There is no need for more flexibility, discontinuity and extravagance; there is, however, a need for non-paternalist forms of authority, based on a deep, confidence-inspiring knowledge of affairs and the power to delegate them to others.’  (Cyrille Offermans)

We hebben het in dit boek over studentenopstanden in Amsterdam in 1969 en 2015, over de iconische singer-songwriter van de Lage Landen die nog altijd zingt: Boudewijn de Groot. Over de seksuele revolutie en de prijs die men altijd betaalt voor een revolutie. We vragen ons af wat de happenings van popart ons nog te zeggen hebben en we onderzoeken hoe heftig  de secularisering was in de Lage Landen afgelopen halve eeuw en in welke mate deeleconomie vandaag schatplichtig is aan initiatieven en praktijken die in die jaren de kop opstaken.

We sluiten het thema af met een uitgepuurde literaire bloemlezing: Harry Mulisch als fellow traveller van Provo, een ode aan erotisch vitalisme van Jef Geeraerts (die nu voor sommigen seksistisch en neokolonialistisch klinkt) en de positiebepaling van een dichter die een betrokken buitenstaander was in de jaren zestig, Leonard Nolens.

We were not a poetic theme by Mao.
We thought, we’ll make our own poem.
We thought, we’ll make history here
On the sly.
(Leonard Nolens)

 

 

Deze artikels interesseren je wellicht ook:

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed