Vertaler Marnix Vincent (1936-2016)

Marnix Vincent is overleden. Hij werd 79. In zijn persoon waren de Nederlandstalige én de Franstalige cultuur verenigd. Als getalenteerd literair vertaler Nederlands-Frans was Vincent thuis in poëzie, proza en theater

Vincent werd geboren in 1936. Zijn eerste taal was het dialect van Deurle bij Gent, maar als heel jong kind kwam hij terecht in Wallonië, waar hij in het Frans werd opgevoed. Na zijn middelbare school studeerde hij in Gent Romaanse filologie. Hij werkte er ook als assistent moderne Franse literatuur. In Brussel werkt hij voor het Institut libre Marie Haps, aan de afdeling voor vertalers en tolken.

Zijn belangrijkste auteurs waren Hugo Claus, Willem Elsschot en Gerard Reve, maar hij vertaalde ook werk van Leonard Nolens, Luuk Gruwez, Stefan Hertmans, Benno Barnard en Jozef Deleu.

Voor Septentrion (het Franstalige zusje van Ons Erfdeel) vertaalde hij tientallen gedichten, en voor het Mercatorfonds vertaalde hij heel wat kunstboeken. In 2009 verscheen bij Actes Sud zijn vertaling van de brieven van Vincent van Gogh.

Marnix Vincent zocht nooit de aandacht op, maar zijn talent is niet onopgemerkt gebleven: in 2005 ontving hij de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor vertalingen van Nederlandstalige letterkunde.

In het eerstvolgende nummer van Septentrion zal een artikel staan over deze unieke vertaler: ‘Un Maître à traduire discret : Marnix Vincent (1936-2016)’, geschreven door Luc Devoldere. Een versie van die tekst kun je hieronder lezen.

Een discrete vertaalmeester: Marnix Vincent (1936-2016)

door Luc Devoldere

Wat ik zal missen: de bezoeken van Marnix Vincent waarbij hij zijn vertalingen van gedichten voor Septentrion met mij wilde bespreken. Hij deed zijn jas uit. Weigerde iets te drinken. We zaten tegenover elkaar aan tafel. Hij haalde zijn vertaling boven en stelde enkele vragen. Altijd pertinente vragen. Netelige vragen. We spraken Nederlands. Hij daagde mijn Nederlands uit. Het Frans tolereerde geen vaagheid, geen mist, zei hij.  Ik moest dus even diep in de tekst duiken als hij had gedaan. Vertalers zijn de beste lezers, de traagste, de meest wantrouwige. Niet dat ik van veel hulp was, alhoewel hij altijd het tegendeel beweerde. In een opdracht van Cruel bonheur, zijn vertaling van de bundel Wreed geluk van Hugo Claus (1929-2008), had hij geschreven dat ik hem hielp “à vaincre mes hésitations et tourments de traducteur”. Laat me zeggen dat ik niet meer was dan een klankbord. Maar wat een aarzelende, zoekende en stimulerende gesprekken heb ik met hem gehad. Over de ondraaglijke lichtheid van adjectieven, de Sirenen die rijmen zijn en het oorverdovende belang van ritme.

Marnix was dan ook de hoffelijkheid zelve. Mijn kinderen beweerden dat hij uit de negentiende eeuw kwam. Precies, meticuleus. Iemand die zich zelf uitwist. Hij hield niet van openbare plaatsen, van te veel mensen in een kamer. Je zag hem niet op mondaine bijeenkomsten. De Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor vertalingen van Nederlandstalige letterkunde die hij in 2005 kreeg voor zijn Franse vertalingen van poëzie, ging hij niet ophalen. Hij vroeg mij dat te doen. Hij luisterde naar de radio om dan te zeggen dat ik goed gesproken had. Alsof ik hem kon vervangen.

Zijn voorbeeld en mentor bij het vertalen was Maddy Buysse (1908-2000), schoondochter van de schrijver Cyriel Buysse en een van  de eerste vertalers naar het Frans na de Tweede Wereldoorlog. Hij schreef over haar een portret in Septentrion.

Van Hugo Claus, voor wie hij een grote bewondering had, vertaalde Vincent zo goed als de volledige poëzie, hij werkte mee aan de vertaling van het tweede en derde deel van zijn verzamelde theaterwerk en verzorgde de vertaling van diverse prozatitels.

Van Leonard Nolens vertaalde Vincent Bres, een unieke gedichtencyclus, een oeuvre in evolutie, verdeeld over  verschillende bundels, maar in de Franse vertaling voor het eerst gepresenteerd als de kwintessens van Nolens’ oeuvre.

Met Le Paradoxe de Francesco van de Stefan Hertmans ging de vertaler nog verder: deze verzameling van gedichten en essays bestaat alleen in het Frans en is misschien wel een van de best geslaagde boeken van Hertmans.

Vincent vertaalde ook klassiek proza. Van de grote Vlaamse romancier Willem Elsschot Villa des Roses, Lijmen/Het been (L’Embrouille), Het tankschip (Le Bateau-citerne) en Het dwaallicht (Le Feu follet). Van de even grote Nederlandse prozaïst Gerard Reve Bezorgde ouders (Parents soucieux) en De vierde man (Le Quatrième Homme).

En dan al die gedichten dus voor Septentrion. Het toeval wilde dat hij een groot deel van zijn tijd doorbracht bij zijn levensgezellin die in mijn straat woont. De laatste keren zocht ik Marnix daar op. Toen was de nevel, de mist in zijn hoofd al gekomen. Hij ontkende die discreet. Hij stierf op 6 april 2016, bijna tachtig. Marnix Vincent laat kinderen en kleinkinderen na, veel dankbare schrijvers met wie hij intense contacten onderhield tijdens het vertaalproces. En al zijn vertalingen natuurlijk.

In mijn editie van Cruel bonheur, vind ik de vertaling van het slotgedicht van Claus, “Behoud”. Hij heeft er “Préserve” twee keer met potlood vervangen door “Garde”:

Garde
Garde le désir.
Oublie ce pour quoi tu voulais
rester dans le froid et y mourir
quand tu pensais que le monde était
un printemps ou un jardin
ou une femme.
(…)

Op Marnix' doodsprentje staat dit vers van Eva Gerlach (1948), uit Un Grand Cru. 50 poèmes choisis par Jozef Deleu. extraits de Septentrion:

Crosse
Tout à coup le monde a perdu son éclat
comme le mangeur de citron perd le brilliant de ses dents.

Nous rentrons chez nous, consultons le panneau de l’arrêt
(les bus étaient plus nombreux que prévu),

plions du linge, buvons un verre, puis
un autre, travaillons encore un peu,

voyons le dernier journal télévisé,  et de bonne heure
nous étendons tout droits côte à côte dans le noir frémissant.

Kolf
Plotseling was de glans uit de wereld verdwenen
zoals het glad van je tanden wanneer je citroen eet.

We gingen naar huis, bekeken de kaart op de halte
(er ging veel meer vervoer dan we hadden gedacht),

vouwden een was op, dronken een borrel, namen
er nog een werkten nog wat,

zagen het laatste journaal nog, lagen bijtijds
rechtuit naast elkaar in het suizende donker

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed