Vijftig jaar na mei ’68: De klokken luiden. En de minaretten? Over secularisering in Vlaanderen

In de jaren 1960 maakten de westerse samenlevingen sterke veranderingen mee, met mei ’68 als orgelpunt. Wat is daar een halve eeuw later van overgebleven in de Lage landen? We onderzoeken het een maand lang op de website van Ons Erfdeel.

Patrick Loobuyck bespreekt in dit essay de secularisering van Vlaanderen sinds de jaren zestig. De rol van de religie in de Vlaamse samenleving is nog nooit zo klein geweest als nu. En precies op het moment dat Vlaanderen het hoogtepunt van secularisering meemaakt, en hierdoor nauwelijks nog weet hoe ze met religieuze beleving in de publieke ruimte moet omgaan, vestigen zich hier mensen die in hun migratierugzakje een sterke en zichtbare religieuze identiteit meedragen. Terwijl vroeger de kerkklokken altijd en overal in Vlaanderen mochten luiden, maken minaretten – als ze al worden toegelaten – hier nu best geen ‘lawaai’.
 
door Patrick Loobuyck

 

De laatste decennia is de Vlaamse samenleving op levensbeschouwelijk vlak indringend veranderd. Mensen van mijn generatie (ik ben geboren in 1974) en jonger kunnen zich nauwelijks voorstellen hoezeer het maatschappelijke en persoonlijke leven tot begin de jaren 1970 nog door de religie doordesemd was. Zo goed als iedereen was kerkelijk katholiek en de ongelovigen hadden iets om tegen te strijden. God was overal en de Kerk was invloedrijk en machtig.

Parochies vormden sociaal weefsel. Ze waren de bakermat voor een hechte gemeenschap en het ontplooien van allerlei sociale activiteiten. De zondag was een bijzondere dag met eigen kledij en rituelen. Sacramenten waren heilig, priesters waren raadgevers. De biecht werkte therapeutisch: bevrijdend voor een te penetrant schuldbesef.

De beste studenten werden priester of jezuïet. Vlaanderen zond ijverig zijn zonen en dochters uit om te missioneren. Katholieke priesters droegen de soutane, nonnen sierden scholen en allerlei andere instituten met vaak opzichtige kappen. Preken boezemden ontzag, soms zelfs angst in en bisschoppen konden ongegeneerd en invloedrijk stemadvies geven.

Vlaanderen was een CVP-staat en wie niet naar katholieke scholen ging, kon de hemel wel vergeten. Staatsscholen waren overigens sowieso voor ‘een ander soort publiek’ dan de katholieke scholen.

De anticonceptiepil was tot eind de jaren zestig niet vrij te verkrijgen. Wie niet te veel kinderen wilde, gaf (periodieke) onthouding een plaats in het leven. Plezierig en veilig vrijen, abortus, euthanasie en homofilie waren onbespreekbaar.

Hier vloekt men niet, God ziet u; het hing zelfs op het toilet. En vloeken staat hier niet alleen voor de godverdommes, het stond ook symbool voor zelfbevrediging en het hebben van afwijkende of opwindende gedachten.

De Vlaamse samenleving was getekend door levensbeschouwelijke breuklijnen en het middenveld was verzuild georganiseerd. De vele organisaties met een “C” of “K” in de naam zijn hiervan nog de getuigen. Pers, ziekenzorg, armoedebestrijding, onderwijs, vakbondswerking, arbeidersbewegingen, mutualiteiten, ontwikkelingssamenwerking, jeugdbeweging, sportclubs en fanfares; niets ontsnapte aan de logica van de verzuiling.

Het dagelijks leven was georganiseerd op basis van verticaal pluralisme zonder dwarsverbanden. Men werd geboren, ging naar school, was professioneel en sociaal actief, was verzekerd en gesyndiceerd, werd verzorgd en ging dood in dezelfde zuil. Individuen, gezinnen en families hadden een duidelijk levensbeschouwelijk etiket en dat bepaalde de sociale en professionele mogelijkheden.

Met de levensbeschouwelijke ander was er nauwelijks contact. Wie in het socialistische volkshuis kwam, ging niet naar parochiehuizen en omgekeerd. Er was niet alleen geen contact, er was ook een vorm van polarisering. Liberalen en socialisten waren in de ogen van de kerk lange tijd des duivels; de macht van de kerkelijke instellingen en organisaties stond in de ogen van atheïsten dan weer elke vorm van bevrijding in de weg.

Het is in deze context dat sinds midden vorige eeuw zowel in Nederland als in Vlaanderen organisaties als het Humanistisch Verbond het daglicht zagen. Ze kwamen op voor de belangen en de gelijke behandeling van niet-gelovigen en gingen op basis van humanistische waarden als vrij onderzoek, vrije meningsuiting, scheiding tussen kerk en staat en zelfbeschikking een strijd aan om de samenleving in haar verschillende geledingen te ontdoen van de dominante klerikale macht.

 

God en gebod verdampen

De hierboven geschetste samenleving bestaat niet meer. De secularisering, het proces waarbij God en zijn gebod uit de samenleving verdampen, heeft op korte termijn het levensbeschouwelijke landschap hertekend. De kerkparticipatie en de godsdienstige betrokkenheid zijn drastisch verminderd, het kerkelijke leergezag heeft – ook bij gelovigen en kerkelijken – aan autoriteit ingeboet, het geloof in God en een leven na de dood slinkt en religie speelt over het algemeen zowel op persoonlijk als op maatschappelijk vlak een veel bescheidener rol dan ooit voorheen.

Kerkelijke feestdagen als Kerstmis, Pasen en Pinksteren zijn verworden tot catho-laïque feestdagen: iedereen heeft vakantie en men zoekt familie op, maar vraag mensen niet meer wat er precies gevierd of herdacht wordt. Het culturele referentiekader is totaal aan het verdwijnen, waardoor jongeren vaak zelfs een madonna met kind op een schilderij niet meer als dusdanig blijken te herkennen.

Gezien Vlaanderen voorheen haast homogeen katholiek was, vertaalt de secularisering zich in een krimpscenario van de katholieke kerk. De cijfers over het kerkbezoek zeggen niet alles, maar ze zijn wel frappant en indicatief.

Het percentage dat nog regelmatig naar de kerk gaat ligt nu onder de vijf procent en de gemiddelde leeftijd van de kerkbezoeker ligt boven de 65 jaar. De wekelijkse, laat staan de dagelijkse kerkpraktijk, die tot enkele decennia geleden voor zoveel mensen het leven ritmeerde, is op sterven na dood. Kerkgebouwen staan leeg, worden verkocht en krijgen een nieuwe bestemming.

Waar eind de jaren zestig zo goed als iedereen zijn kind liet dopen, gebeurt dat nu nog bij de helft van de geboortes. Het percentage kerkelijke huwelijken is nog sterker gedaald. In 1967 werden in Vlaanderen nog 92 procent van de huwelijken kerkelijk ingezegend. In 2016 was dat minder dan één op de vier. We kunnen daarom verwachten dat ook het percentage doopsels in de volgende generaties gevoelig zal dalen. Ouders die niet kerkelijk gehuwd zijn, zullen ook minder geneigd zijn hun kinderen te laten dopen en godsdienstig op te voeden.

Uit alle psychologisch en sociologisch onderzoek blijkt immers telkens weer hoe belangrijk de ouders zijn voor het continueren van een religieuze traditie. Het aantal mensen dat op geen enkele manier nog kerkelijk participeert en bij de kerk betrokken is, zal blijven stijgen. Het einde van de secularisering is nog niet in zicht.

Ook het aantal religieuzen zit op een absoluut dieptepunt. Kloosters, abdijen zijn verworden tot ouderentehuizen en komen leeg te staan. De katholieke kerk heeft in België recht op meer dan 7.000 priesters die betaald worden door de overheid, maar slechts minder dan de helft daarvan wordt nog ingevuld. De priesters zijn met uitsterven bedreigd en er zijn nagenoeg geen roepingen meer. Er is daarom niet alleen het probleem van vergrijzend personeel, er dreigt een absoluut personeelstekort.

Priesters werken steeds langer en cumuleren meerdere functies en parochies. De parochiestructuur is geamendeerd, de priesterseminaries zijn gehergroepeerd, priesters worden geïmporteerd en leken worden als parochie-assistent geëngageerd, maar de vraag hoe de Vlaamse kerk straks verder moet, als kerk-zonder-priesters, is hiermee niet opgelost.

Als mensen naar hun levensbeschouwelijke identiteit gevraagd wordt, blijkt ongeveer de helft van de Vlamingen zich nog katholiek of christelijk te noemen. Maar gelet op de kerkpraktijk gaat het voornamelijk over cultuurchristenen: ze vinden de zogenaamd christelijke waarden belangrijk, erkennen de waarde van bepaalde onderdelen van de christelijke traditie, kiezen voor een katholieke school en laten hun kinderen eventueel ook nog de eerste communie doen, maar ze hebben voor het overige weinig of niets meer met de kerk en de bijbehorende godsdienstige beleving en opvattingen te maken.

Priesters en ‘echte’ gelovigen hoor je dan ook steeds meer klagen dat deze rituelen uitgehold worden omdat de mensen die deelnemen niet meer vanuit godsdienstige beweegredenen participeren en nauwelijks nog voeling hebben met het religieuze gebeuren. Men wil bijvoorbeeld nog wel trouwen voor de kerk, maar alleen als de priester belooft dat hij het niet te veel over God zal hebben…

 

Terreinkatholieken

Ook de mensen die zich niet van de Kerk hebben afgekeerd, herkennen zich vaak niet meer in het instituut. De toenadering die het Tweede Vaticaans Concilie (1962-5) aankondigde, is onder meer tenietgedaan door de rigide houding van de kerk ten aanzien van seksualiteit (o.a. Humanae Vitae 1968; Veritatis Splendor 1993) en de plaats van de vrouw in de kerk.

Dit zorgt ervoor dat zelfs wie achterblijft in de kerk, de “terreinkatholieken”, het geloof steeds meer beleeft alsof er geen paus is – in een verzwegen schisma. Zeker inzake seksualiteit zijn er in Vlaanderen maar weinig katholieken, priesters, theologen en leerkrachten rooms-katholieke godsdienst die de kerkelijke standpunten volgen.

Dat voorbehoedsmiddelen en homoseksuele handelingen intrinsiek slecht zijn, dat seksualiteit buiten het huwelijk zonde is en echtscheiding verboden – deze standpunten van de kerk vallen ook voor gelovigen niet meer uit te leggen. Een aantal priesters hebben een 'verboden' partner, maar bisschoppen zien het door de vingers zolang het 'verdoken' blijft.

En naar aanleiding van de buitengewone bisschoppensynode over het gezin in Rome (5-19 oktober 2014) schreef zelf een bisschop, Johan Bonny van het bisdom Antwerpen, een opmerkelijke werktekst die voor meer openheid en vergaande hervormingen pleit op ethisch vlak.

Onderzoek uit 2013 en 2014 bevestigt dat ook kerkelijken en randkerkelijken het vertrouwen in de kerk in toenemende mate verliezen. Bijna vier op de vijf katholieken beweren beschaamd of teleurgesteld te zijn in de katholieke kerk, bijna zestig procent is van oordeel dat de kerk als instituut irrelevant is geworden, en zeventien procent overweegt om de kerk te verlaten. Dit kan te maken hebben met de schandalen inzake kindermisbruik, waarbij zelfs een bisschop betrokken was, die de laatste jaren naar boven zijn gekomen.

Ook inzake liturgie vinden gelovigen soms geen inspiratie meer binnen de kerk. De voorbije decennia zijn er verschillende initiatieven geweest waarin christenen op eigen houtje gemeenschappen uitbouwen en liturgisch experimenteren. Sommige van die gemeenschappen bloeien, andere verdwijnen snel. De kerk blijkt ook niet zo gauw geneigd dergelijke gemeenschappen te ondersteunen of te erkennen.

 

De jeugd van Vlaanderen

In het onderwijs kent Vlaanderen een aparte situatie. Ongeveer zeventig procent van de leerlingen gaat naar katholieke scholen. Deze scholen worden volledig door de overheid gesubsidieerd, iedereen is er in principe welkom, maar elke leerling moet er het vak rooms-katholieke godsdienst volgen. Het gros van de leerlingen op katholieke scholen is seculier en ontkerkelijkt, maar ook de helft van de moslimkinderen in Vlaanderen gaat naar een katholieke school.

De officiële scholen daarentegen zijn verplicht om alle erkende levensbeschouwingen aan te bieden als daar vraag naar is. In het secundair onderwijs volgt de helft van de leerlingen er het vak niet-confessionele zedenleer – het vak dat georganiseerd wordt door het geïnstitutionaliseerde en door de overheid erkende vrijzinnig humanisme. Ongeveer een vierde van de leerlingen volgt rooms-katholieke godsdienst en een vijfde volgt islam. Door immigratie en de demografische evolutie is het percentage leerlingen dat islam volgt de laatste jaren sterk gestegen.

Maar ondanks de secularisering blijft de verhouding tussen het aantal leerlingen dat rooms-katholieke godsdienst volgt en het aantal dat zedenleer volgt vrijwel stabiel. Wel is het zo dat de rituelen die vroeger bijna automatisch gelinkt waren aan het vak rooms-katholieke godsdienst steeds minder aantrekkingskracht hebben. De praktijk van het vormsel (meestal op twaalfjarige leeftijd) is de laatste tien jaar met dertig procent gedaald en meer dan een derde van de kinderen in het katholiek onderwijs doet geen eerste communie meer.

Uit jongerenonderzoek blijkt overigens dat de groep die zich niet meer tot een levensbeschouwing bekent de snelst groeiende groep is. Secularisering vertaalt zich bij jongeren niet in een toename van het atheïstisch vrijzinnig humanisme. Integendeel, ook die groep slinkt. Jongeren denken mentaal ontzuild. Een derde van de jongeren geeft aan dat ze levensbeschouwelijk onverschillig zijn en helemaal geen levensbeschouwing aanhangen.

Jongeren kloppen voor hun zingeving en levensoriëntatie steeds minder aan bij wat we traditioneel onder religie en levensbeschouwing verstaan. Jongeren zijn daarom niet nihilistisch: zingeving wordt sociaal, materieel en individueel ingevuld zonder veel levensbeschouwelijke referenties.

 

Komt God terug?

Men kan er blij om zijn of triest, maar een ding is zeker, de rol van de religie in de Vlaamse samenleving is nog nooit zo klein geweest en er zijn nauwelijks plaatsen buiten West-Europa waar religie dusdanig naar de zijlijn verplaatst is.

Toch is religie niet verdwenen. Met name de aanwezigheid van de islam (en in minder mate ook van evangelische kerkgemeenschappen) heeft ertoe bijgedragen dat religie zichtbaar blijft en religieuze diversiteit een thema van maatschappelijk debat geworden is. Vlaanderen telt gemiddeld zes procent moslims. In steden als Brussel, Gent en Antwerpen ligt dat percentage een stuk hoger en in bepaalde scholen en wijken is een grote meerderheid moslim.

Het is natuurlijk juist dat er door immigratie nu meer actief beleefde religie aanwezig is in Vlaanderen dan mocht die immigratie er niet zijn geweest. Maar dat betekent niet dat de secularisering teruggedraaid wordt. Het illustreert vooral dat elders – waar de migranten vandaan komen – de secularisering zich niet op dezelfde manier heeft gemanifesteerd als hier.

Het is overigens nog onduidelijk hoe de islam zich hier als geloofstraditie en -praktijk verder staande zal houden. Er is een groep die, onder meer als reactie op de westerse seculariseringsdruk, de religie gaat benadrukken als identity marker. Het relatieve succes van het salafisme is daarvan een voorbeeld. Er is echter ook een grotere groep die mee seculariseert. De eerste tekenen van “ontmoskeeïng” en een lossere omgang met religieuze voorschriften zijn al merkbaar.

Ook de toenemende media-aandacht voor godsdiensten en religieuze thema’s in Vlaanderen is geen uiting van desecularisering. Televisieprogramma’s over religie durven wel eens goed te scoren en op de radio en in kranten wordt veel over religie bericht en gesproken. Dat is echter geen teken van een religieuze heropleving. Het zijn veeleer uitingen van interesse voor religieuze fenomenen, die vaak pas fascinerend zijn voor zover ze zonderling of choquerend zijn of als dusdanig worden gepresenteerd.

Het klinkt paradoxaal, maar het is precies omdat Vlaanderen zo vergaand geseculariseerd is, dat de aanwezigheid van religie steeds meer aandacht krijgt en onderwerp van debat is. Secularisering maakt de aanwezigheid van religie niet alleen opvallender maar ook problematischer.

Enkele decennia geleden was bijvoorbeeld de discussie over levensbeschouwelijke kleding in de publieke ruimte nauwelijks denkbaar. Religie was overal en tot midden jaren zestig waren priesters en nonnen in hun religieuze klederdracht niet uit het Vlaamse straat- en schoolbeeld weg te denken.

Nu is het opvallend, soms zelfs verdacht, dat moslimmannen hun baard laten groeien en moslimdames uit vroomheid een hoofddoek dragen. En terwijl de kerkklokken altijd en overal in Vlaanderen mochten luiden, maken minaretten – als ze al worden toegelaten – hier best geen ‘lawaai’.

Zolang de samenleving doordrongen was van religie, was de publieke uiting van religiositeit niet opvallend, laat staan onderwerp van debat. De secularisering en de levensbeschouwelijke diversiteit hebben hier verandering in gebracht.

Precies op het moment dat Vlaanderen het hoogtepunt van secularisering meemaakt, en hierdoor nauwelijks nog weet hoe ze met religieuze beleving in de publieke ruimte moet omgaan, komen er zich hier mensen vestigen die in hun migratierugzakje een sterke en zichtbare religieuze identiteit meedragen.

Bovendien gaat het vaak om een godsdienst(beleving) die weinig ervaring heeft met het samenleven in een seculiere context en op sommige punten ook op gespannen voet staat met de uitgangspunten van de seculiere samenleving.

Het is in die zin dus normaal dat Vlaanderen debatteert over de hoofddoek en religieuze kledij, het aanbieden van koosjer en halal voeding, de zeggingskracht van de sharia, interpretatie van heilige teksten, creationisme, bidden op de werkvloer, vrijheid van meningsuiting, homoseksualiteit, onverdoofd slachten, spanning tussen geloof en wetenschap, godsdienstvrijheid en man-vrouw gelijkwaardigheid.

Religie is onderwerp van debat ondanks en dankzij de secularisering – niet omdat de secularisering op haar retour is.

Deze artikels interesseren je wellicht ook:

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed