Vlaams minister-president Geert Bourgeois prijst Ons Erfdeel in 11 juli-toespraak

Vlaams minister-president Geert Bourgeois prijst Ons Erfdeel in 11 juli-toespraak

De minister-president van de Vlaamse regering, Geert Bourgeois, heeft gisteren, aan de vooravond van de Vlaamse feestdag (vandaag 11 juli) een toespraak gehouden bij de Guldensporenviering in Kortrijk. 

Aan het eind van zijn toespraak prees hij uitvoerig de culturele instelling Ons Erfdeel vzw, die zestig jaar geleden is opgericht. Hieronder kun je Bourgeois' lof voor Ons Erfdeel lezen. Zijn volledige toespraak vind je op zijn website of bij Knack. De Standaard heeft de toespraak gefilmd. De passage over Ons Erfdeel begint op 19'47''.

Hier in Kortrijk, op een steenworp van Rekkem en in aanwezigheid van Luc Devoldere, naar wie we daarnet  hebben kunnen luisteren, is het passend hulde te brengen aan Ons Erfdeel. Het is immers zestig jaar geleden dat, onder impuls van wijlen André Demedts, het tijdschrift is opgericht door Jozef Deleu, die van de uitbouw ervan zijn levenswerk heeft gemaakt. Zestig jaar al draagt Ons Erfdeel op een belangrijke en unieke wijze bij aan de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland, waar het tegelijk product en promotor van is.

Nederland is onze naaste buur en de eerste en belangrijkste partner van ons buitenlands beleid. We hebben een deels gemeenschappelijk verleden, we hebben gemeenschappelijke economische belangen, we hebben ook en vooral een gemeenschappelijke taal. En dat is de Nederlandse standaardtaal. Ons Erfdeel is geplant op het humus van het cultuurflamingantisme, met veel aandacht voor de Nederlandse taal en de taaleenheid tussen Noord en Zuid, inclusief Frans-Vlaanderen. Voor wie toen jong was, zoals ik, en studeerde, was het vanzelfsprekend die taal, dat Standaardnederlands te leren en te gebruiken – en dat is het, wat mij betreft, nog steeds.

Standaardnederlands is volgens de Nederlandse Taalunie het Nederlands dat algemeen bruikbaar is in het openbare leven, onder meer dus in het bestuur, de administratie, de rechtspraak, het onderwijs en de media. Standaardnederlands is met andere woorden het Nederlands dat we in elk geval gebruiken  in contacten met mensen buiten onze vertrouwde omgeving, in contacten met mensen die we helemaal niet of niet zo goed kennen.

Zowel in Vlaanderen als in Nederland neemt het informeel taalgebruik toe en staat het Standaardnederlands onder druk. Dat valt te betreuren. En daarom was ik blij met wat Luc Devoldere, in een verjaardagsinterview met Doorbraak, zei – ik citeer:

“Onze taalemancipatie is helemaal niet beëindigd. Vandaag moet je meer dan ooit opkomen  voor het intelligente gebruik en – vooral – het exclusieve gebruik van de standaardtaal in de openbare ruimte. […] Een cultuurgemeenschap heeft een cultuurtaal nodig. Als Vlaanderen ons ter harte gaat, dan moet de standaardtaal en het niveau van de Vlaamse cultuur ook ons ter harte gaan”.

Einde citaat, waarbij het “ons” op de redactie van Ons Erfdeel slaat, maar we mogen en moeten dat uiteraard uitbreiden tot al wie Vlaanderen ter harte gaat, tot al wie de samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland, en de toenadering van Vlaanderen en Nederland ter harte gaat. Het Standaardnederlands garandeert dat de Vlamingen elkaar verstaan, dat de Nederlanders elkaar verstaan en dat Vlamingen en Nederlanders elkaar onderling verstaan.  Het is daarenboven de taal die jaarlijks wordt onderwezen aan en geleerd door vele duizenden anderstaligen: leerlingen van secundaire scholen in onze buurlanden, studenten aan 175 universiteiten in veertig landen en vreemdelingen die in ons taalgebied komen wonen.

Vlaamse dialecten kunnen mooi zijn, maar voor de publieke ruimte hebben wij maar één taal: het Nederlands.

Het is de taal die alle Nederlandssprekenden, waar ook ter wereld, verbindt.

Het is de taal die Vlaanderen en Nederland verbindt.

Het is de taal die “oude” en “nieuwe” Vlamingen verbindt.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed