Vlaams-Nederlands gastlandschap van 2016 galmde na op Frankfurter Buchmesse 2017

Vlaams-Nederlands gastlandschap van 2016 galmde na op Frankfurter Buchmesse 2017

Het Vlaams-Nederlandse gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse 2016 was een succes, zeiden de organiserende letterenfondsen vorig jaar al. Maar pas bij de Buchmesse van dit jaar bleek dat écht: de interesse voor Nederlandse en Vlaamse literatuur is volgens de fondsen structureel groter geworden. Toch merkte niet iedere uitgever dat even sterk, zo stelde Maarten Dessing dit jaar vast in Frankfurt.

Wat een verschil met een jaar geleden. Het Nederlands-Vlaamse gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse 2016 verleidde tientallen auteurs, de ene na de andere delegatie politici en honderden belangstellenden in het boekenvak om eens te kijken wat er eigenlijk gebeurt op de grootste boekenbeurs ter wereld.

Nu dat allemaal achter de rug is, waren weer alleen de uitgevers en hun foreign rights managers ter plaatse om in gesprekjes van dertig minuten de vertaalrechten van een titel uit hun fonds te proberen slijten aan hun buitenlandse collega’s. En natuurlijk keken ze ook zelf rond naar wat het buitenland te bieden had.

Wie niet beter wist, zou zelfs kunnen denken dat iedereen Nederland en Vlaanderen alweer was vergeten. Op de talloze podia verspreid over het beursterrein schitterden Nederlandstalige schrijvers door afwezigheid. Bij de debatten over alle denkbare aspecten van het boekenvak – van de ontwikkelingen op de selfpublishingmarkt tot de geheimen van een succesvolle boekhandel – ontbraken dit keer de kenners uit de Lage Landen. Jamal Ouariachi was een van de zeer weinige uitzonderingen. Omdat hij eerder dit jaar de European Union Prize for Literature kreeg voor Een honger, gebruikte hij het momentum om samen met zijn redacteur buitenlandse uitgevers te porren voor een vertaling van zijn roman – dankzij de prijs mét subsidie van de EU.

‘Ons best blijven doen’

Toch galmde het gastlandschap van vorig jaar luid en duidelijk na. De directeuren Tiziano Perez van het Nederlands Letterenfonds en Koen van Bockstal van het Vlaams Fonds voor de Letteren gaven hoog op van de verhoogde interesse voor onze literatuur. “Door het gastlandschap is ons netwerk met 30 procent gegroeid”, zei Perez bijvoorbeeld tegen het Nederlandse vakblad Boekblad. Van Bockstal was nog positiever: “De interesse is, uitgedrukt in een indexcijfers, in één klap gestegen van 100 naar 150. Dat zakt volgend jaar naar 145 of 140 en het jaar daarop nog wat lager, om dan uiteindelijk na een jaar of vijf tot tien, als de invloed van het gastlandschap is uitgewerkt, te eindigen op 125. Het wordt altijd meer dan het geweest is.”

Dat wil zeggen: “Als wij tenminste ons best blijven doen”, voegde Van Bockstal daaraan toe. De beide Letterenfondsen – die dit jaar voor het eerst een gezamenlijke stand hadden zonder dat er een bijbehorend gastlandschap was – hadden zich al bij het binnenhalen van het gastlandschap gecommitteerd aan een langetermijnproject. Nu de nieuwsgierigheid van de internationale literaire gemeenschap is gewekt, moet die voortdurend van nieuwe prikkels worden voorzien. Daarom treden dit najaar meerdere Nederlandstalige auteurs op tijdens  verschillende Duitse festivals en worden er al plannen gesmeed voor soortgelijke tournees in 2018 en 2019.

Belangstelling voor Birney, Verbeke, Terrin en Verhulst

“We hebben het geluk gehad dat we met Stefan Hertmans’ Oorlog en terpentijn en Lize Spits Het smelt twee boeken hadden die in het buitenland én een commercieel succes waren én een heel goede critical acclaim kregen”, zei Van Bockstal. “Uitgevers nemen ons daarom serieuzer. Voor het gastlandschap dachten ze: ‘Literatuur uit Vlaanderen? Tja, misschien zou het wat kunnen zijn, maar om gericht te zoeken? Nee.’ Nu willen ze weten wat Vlaanderen nog meer te bieden heeft. Als wij nu beginnen over de nieuwe Tom Lanoye zegt een Britse uitgeverij als Bloomsbury: daar gaan we leesrapporten van laten maken. Maar het is wel zaak dat we heel selectief blijven in de keuze van wat we in het buitenland voorstellen. En dat we onze scope verbreden, door meer aandacht te hebben voor non-fictie.”

Er zijn in het jaar nadat iedere uitgever zich op de Nederlandstalige literatuur had gestort dan ook heel wat deals te noteren. Voor Nederland is er belangstelling in nieuwe titels zoals De tolk van Java van Alfred Birney en Hoe ik talent voor het leven kreeg van Rodaan Al Galidi die beide in het Engels zullen verschijnen, en klassiekers als Kees de Jongen van Theo Thijssen en Kroegverhalen van Simon Carmiggelt, die beide in het Duits zullen worden vertaald. Vlaanderen verkocht de Arabische rechten van twee romans van Dimitri Verhulst aan de Egyptische uitgeverij Al Arabi. Dertig dagen van Annelies Verbeke en De bewaker van Peter Terrin gaan naar Duitsland.

Rommelige indruk bij de Fransen

Niet alle uitgevers deelden in het vanzelfsprekende enthousiasme van de letterenfondsen. Voor velen onderscheidde deze editie zich nauwelijks van de vele Buchmesses die ze al achter de rug hebben. Eentje merkte in de wandelgangen zelfs op dat met het gastlandschap ook de gretigheid van de Duitsers voorbij is. Voorafgaand aan 2016 wilde iedere Duitse uitgeverij ten minste één Nederlandstalige auteur. Nu hadden ze door de aandacht voor andere taalgebieden – zoals Georgië, Noorwegen en Canada, gastlanden van de komende jaren – nog geen tijd gehad om onlangs verschenen Nederlandstalige titels te lezen. En dat terwijl de Duitsers vaak als eerste toeslaan en zodoende de brug naar andere taalgebieden zijn.

Eigenlijk was er maar één voordeel van het gastlandschap waar echt iedereen het over eens was. Dat de Nederlandse-Vlaamse presentatie zo gunstig afstak tegen de Franse. De Ikea-kasten van onbehandeld hout die je van beide kanten kon bekijken maakten zo’n verpletterend rommelige indruk, zeker als het ook maar een beetje druk was in het gastlandpaviljoen, dat iedereen spontaan dacht: de gedurfde keuze van vorig jaar was beter. En wie vervolgens langs de stand van de Letterenfondsen liep en opnieuw de slogan This is what we share zag staan, kreeg prompt zin om zich weer te verdiepen in de Nederlandstalige literatuur. Ook al leken er dit jaar amper Nederlanders en Vlamingen rond te lopen.

In het eerstvolgende Ons Erfdeel-nummer (begin november) staat een uitgebreid artikel waarin gepeild wordt naar de effecten op lange termijn van het Vlaams-Nederlandse gastlandschap op de Frankfurter Buchmesse 2016. Hier vind je een overzicht van alle blogberichten die we vorig jaar over dat gastlandschap hebben gepubliceerd.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed