Wat schreef Ons Erfdeel over ‘Hoe heette de hoedenmaker?’, de opnieuw uitgeven cultroman van Loekie Zvonik uit 1975?

Wat schreef Ons Erfdeel over ‘Hoe heette de hoedenmaker?’, de opnieuw uitgeven cultroman van Loekie Zvonik uit 1975?

“Een adembenemend vertelde kroniek van een aangekondigde dood.” Zo wordt Hoe heette de hoedenmaker? van de Vlaamse schrijfster Loekie Zvonik (1935-2000) aangeprezen op de achterkant van de zopas bij Cossee verschenen heruitgave.

Dat die Amsterdamse uitgeverij Zvoniks debuutroman uit 1975 na meer dan veertig jaar een nieuw leven geeft, is mede te danken aan het enthousiasme van Wout Vlaeminck (1989). Hij werkt in de Openbare Bibliotheek Brugge en is gefascineerd door vergeten schrijvers, onder wie dus Zvonik – hoewel hij pas geboren is zes jaar nadat haar laatste boek is verschenen, De eerbied en angst van Uri en Irma Bosch (1983).

Vlaeminck schreef een begeleidend essay bij Hoe heette de hoedenmaker?, dat door Cossee als een aparte publicatie is uitgegeven en in de betere boekhandel te krijgen is als extraatje bij de roman. Het stuk is ook te lezen op de website van Cossee, bij het online literair magazine indruk en bij Knack Boeken. In deze tekst vraagt Vlaeminck zich af: “wie is deze verlegen coryfee, die uit het niets aan het literaire firmament verschijnt en zich na een blitzcarrière in de Nederlandse letteren aan het publieke oog onttrekt?” En uiteraard breekt hij een lans voor Zvoniks debuutroman:

De trefzekere en gevoelige verteltrant waarmee ze over universele thema’s als liefde, eenzaamheid, heimwee, dood en rouw schrijft, zal ongetwijfeld op de bewondering van een nieuw lezerspubliek kunnen rekenen.

Maar wie is nu deze aan de vergetelheid ontrukte schrijfster, en waarover gaat haar boek? Loekie Zvonik is het pseudoniem van Hermine Louise Marie Zvonicek, dochter van een Limburgse moeder en een Tsjechische vader. Tijdens haar studies Germaanse filologie in Gent heeft Zvonik een relatie met Dirk De Witte, een getroebleerde en door zelfmoord geobsedeerde jongeman met literaire ambities.

Jaren later – beiden zijn intussen getrouwd, De Witte is een gepubliceerd schrijver – vlamt de liefde tussen hen weer even op tijdens een congres voor filologen in Wenen dat ze allebei bezoeken als leerkracht. Verkeerde verwachtingen en De Wittes monomane fixatie op (literaire) zelfdoding leiden tot het onvermijdelijke: De Witte brengt zichzelf om het leven door zich te verstikken in zijn garage met de uitlaatgassen van zijn auto.

Dit verhaal staat centraal in het autobiografische Hoe heette de hoedenmaker?, waarin Zvonik met name de laatste weken van De Wittes leven reconstrueert in een elegante en rustige stijl vol literaire verwijzingen. “Een mooie, zeer liefdevol geschreven roman”, zo leest de blurb van Jeroen Brouwers op de kaft van de heruitgave.

Van Brouwers staat achteraan in het boek ook een stuk, ‘De vroegvoltooiden’, waarin hij herinneringen ophaalt aan Zvonik en De Witte, die hij allebei persoonlijk heeft gekend. Boeiend is vooral de weergave van zijn correspondentie met Zvonik. Die gebeurde onder meer via een exemplaar van Hoe heette de hoedenmaker?, waarin Brouwers met potlood in de marge vragen, opmerkingen en commentaren noteerde. Zvonik reageerde daarop “met dezelfde koelte als waarmee haar roman is geschreven”, aldus Brouwers:

Zo ligt het [boek] meer dan veertig jaar later nog voor me met in de ruimten naast, onder en boven de bladspiegels de reacties van mij de lezer, hier en daar bijterig kritisch, en van haar, de kalme, zachtmoedige schrijfster.

Bij Knack Boeken kun je een verkorte versie van ‘De vroegvoltooiden’ lezen. 

Dat Brouwers geïnteresseerd is in dit boek en de relatie tussen het ‘verdoemde schrijverskoppel’ Zvonik en de suïcidale De Witte (in het boek heten ze Hermine en Didier), verwondert niet: in zijn monumentale boek De laatste deur, over zelfmoord in de letteren (besproken in Ons Erfdeel), wijdt hij ook een stuk aan De Witte, over wie hij niet erg mild oordeelt:

Door zich zelf zo kort na zijn debuut […] om het leven te brengen is De Witte van de middelmatige maar nog altijd beloftevolle schrijver die hij was toen hij nog leefde definitief de mislukte schrijver geworden die ‘in het gebied van de stilte’  het zijn aan die stilte bijdraagt.

Loekie Zvonik in Ons Erfdeel

Terug naar Zvonik: Hoe heette de hoedenmaker? werd erg goed onthaald door de literaire critici en werd in 1976 bekroond met de VBVB Debuutprijs. Die lof lijkt zich te herhalen, want Persis Bekkering roemde het werk in de Volkskrant als “een roman waaruit je eindeloos wilt citeren” en “een wonder van schrijfkunst, een verfijnd borduurwerk van citaten, verwijzingen en motieven, in een stijl die tot aan de details [...] volmaakt is”.

Ook in Ons Erfdeel was recensent Hanneke van Buuren destijds enthousiast, al had ze ook bedenkingen:

Zo knap, en pakkend ook, als de verweving is van thema's in Hoe heette de hoedenmaker?, zo ‘goedkoop’ echter is de uiterlijke vormgeving. Zvoniks taalgebruik is hoogst persoonlijk. Daar hoeft niets aan af of bij. […] Zvonik heeft geen gemakkelijke typografische oplossingen nodig. Dit bedoel ik als compliment. Haar werd terecht m.i. de Debuutprijs 1976 toegekend.

Lees hier de volledige bespreking.

Maar Van Buuren was in Ons Erfdeel nog veel meer te spreken over Zvoniks tweede roman, Duizend jaar Thomas (1979), volgens haar een serieuze sprong vooruit was na het debuut:

Heel knap werden in dat boek [Hoe heette de hoedenmaker?] verleden en heden plus hun verheviging in gelezen literatuur, Hesse vooral, in één stromende compositie neergezet. (Zij kreeg er de Debuutprijs 1976 voor.) Iets dergelijks, maar dan veel meer uitgebouwd, treft men aan in de nu verschenen tweede roman Duizend jaar Thomas (bekroond met de Yang-prijs 1979). […] Zvonik heeft duidelijk de leerlingenjaren achter zich. De gezellen van het gilde kunnen haar nu zéker trots en vreugdevol begroeten.

Lees hier de volledige recensie.

Zvonik kwam nadien nog één keer aan bod in Ons Erfdeel, in een essay van Eduard Luteijn die haar drie romans aan een grondige analyse onderwerpt. Lees hier de volledige tekst.

 

Tot slot: hoe heette die hoedenmaker nu eigenlijk? Dormac, zo staat er in hoofdstuk vijf. Maar om te weten wat dat precies betekent, zul je toch Zvoniks boek moeten lezen.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed