Wie is Philippe Van Snick, winnaar van de Ultima voor beeldende kunst en ontwerper van kunst voor het nieuwe VRT-gebouw?

Wie is Philippe Van Snick, winnaar van de Ultima voor beeldende kunst en ontwerper van kunst voor het nieuwe VRT-gebouw?

Philippe Van Snick (Gent, 1946) geldt als een van de pioniers van de Belgische naoorlogse avant-garde, maar zijn werk is – ondanks een grote renommee in de museale en de academische wereld – grotendeels onbekend bij het grotere publiek.

Dat schreef Joris D’hooghe vijf jaar geleden in Ons Erfdeel, maar daar zal wellicht spoedig verandering in komen: niet alleen kreeg Van Snick gisteravond de Ultima (Vlaamse Cultuurprijs) in de categorie beeldende kunst, hij creëert ook kunstwerken voor het nieuwe gebouw van de VRT, de Vlaamse openbare omroep. Over die opdracht kun je hier de documentaire De poëzie van het systeem bekijken. (Foto kunstenaar © Koen Bauters)

De jury van de Ultima’s noemt Van Snicks werk “extreem puur en gereduceerd, zowel in vorm als in middelen, maar ook enorm rijk aan interpretatie en beleving”. Nog in het rapport staat:

Zijn artistieke strategie bestaat uit een zelf ontwikkeld ordeningssysteem van kleur- en tekenpatronen, zonder zich op te sluiten in een rigide of formeel kader.

(...) ook in onze huidige gemediatiseerde en gedigitaliseerde beeldcultuur blijft zijn gereduceerde, abstracte vormentaal relevant. 

Philippe Van Snick heeft een belangrijke bijdrage geleverd aan de artistieke ontwikkelingen in Vlaanderen. De voorbije jaren brachten erg gewaardeerde solotentoonstellingen zijn werk naar een internationaal publiek.

Hierna kun je het Ons Erfdeel-portret lezen dat Joris D’hooghe van de kunstenaar maakte. 

 

VERANKERD IN HET VERLEDEN BLIJFT HIJ VERNIEUWEN

Een tweede leven voor Philippe Van Snick

Philippe Van Snick (Gent, 1946) geldt als een van de pioniers van de Belgische naoorlogse avant-garde, maar zijn werk is – ondanks een grote renommee in de museale en de academische wereld – grotendeels onbekend bij het grotere publiek. Een succesvolle tentoonstelling in het Leuvense Museum M bracht daar in 2010 een eerste verandering in, en sinds kort krijgt de kunstenaar ook een tweede leven in het galeriecircuit dankzij Tatjana Pieters.

Nadat hij is afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten in Gent, toont Van Snick aan het eind van de jaren zestig zijn werk in toonaangevende galeries, en hij is in 1969 een opgemerkte deelnemer aan de zesde Biënnale van Parijs. Begin jaren zeventig raakt hij gefascineerd door de meetkundige vorm. Daaruit vloeit een reeks werken voort met als centrale elementen de ellips – de vorm die “ontstaat uit een verantwoorde keuze van een aantal snijpunten die zich binnen de rechthoek aaneensluiten” – en de “hieraan herinnerende” eclips. Van Snick verbindt zijn fascinatie voor de meetkundige analyse met een onderzoek naar kleurgebruik, en gaat zich toeleggen op de monochrome schilderkunst, een ontwikkeling die tot vandaag blijft verdergaan.

Philippe Van Snick, Monochrome Déstabilisé-re (green), 1980, tien keer acrylverf op doek op karton, 110 × 75 cm © Philippe Van Snick

In kunsthistorische termen associeert men Van Snick doorgaans met de internationale minimal art en concept art. Vormelijk vertonen werken als Monochrome déstabilisé (1980) en Kleuren en cijfercode (1983) inderdaad een zekere verwantschap met de didactisch ogende, uit monochrome kleurvlakken opgebouwde muurtekeningen van Sol LeWitt, de Amerikaanse minimal- en concept-kunstenaar. Bovendien is Van Snick in de loop van de jaren zeventig gaan schilderen met een gelimiteerd palet van slechts tien werkkleuren, een procedé dat in de lijn ligt van LeWitts arbitraire gebruik van blauw, geel, rood en zwart. En ook de tijdelijke aard van de ruimtelijke ingreep Sferen, die Van Snick in 2010 realiseerde in het Leuvense Museum M, leest als een verwijzing naar de conceptuele aspecten van de tekeningen van LeWitt. In dat opzicht verbaast het niet dat Van Snick naast onder meer Ann Veronica Janssens, Dan Van Severen en Willy De Sauter werd opgenomen in de tentoonstelling Minimal Art (de galerie van Ronny Van de Velde in Knokke, augustus tot september 2012).

Maar volstaan de maatstaven minimal en concept wel om het werk van Van Snick te toetsen? Zelf heeft hij meerdere malen gezegd dat hij zich laat inspireren door concrete aanleidingen uit het gewone leven. Het idee voor het patroon van een reeks in de muur geduwde naalden, een sleutelwerk uit 1974, ontstond bijvoorbeeld nadat hij in een supermarkt getroffen werd door het contrast tussen de eenheid van vorm en de meerduidigheid van inhoud van een doosje naalden. En het overlijden van Joseph Beuys vormde in 1986 de directe aanleiding voor het werk J. Beuys, M. Broodthaers, een postuum eerbetoon aan de Duitse kunstenaar en zijn artistieke tegenpool Marcel Broodthaers. Critica en curator Anny De Decker vindt de inspiratie door het alledaagse van groter belang voor Van Snicks werk dan de voor de hand liggende abstracte vormelijke aspecten ervan. Minimal en concept artist Van Snick is dus evengoed een anekdotische kunstenaar.

Philippe Van Snick, J. Beuys, M. Broodthaers, 1986, Schilderij, 40 x 415 cm, papier, waterverf, fotokopieën, Collectie M HKA, Antwerpen

Juist door deze eigenzinnige gelaagdheid kan Van Snick als kunstenaar vandaag rekenen op een bijzondere interesse van kunsthistorici en kunstwetenschappers. Al in 1972 leek deze heropleving overigens voorspeld te worden in het Nederlandse kunsttijdschrift Museumjournaal: Flor Bex en Hedwig Verschaeren kenmerkten Van Snicks werk als “onmiskenbaar verwant aan de methodes van wetenschappelijke disciplines”. Het Onderzoeksplatform Kunsten van de Associatie KU Leuven gebruikte zijn oeuvre in 2005 voor een meerjarige analyse van het discours over de naoorlogse abstracte schilderkunst. Op basis van Van Snicks schilderijen wilde men een kader schetsen voor een studie van de plaatselijke minimalistische schilderkunst, om zo iets te doen aan de “manifeste afwezigheid van een grondige en diepgaande receptiegeschiedenis van moderne kunst in België”. Vijf jaar later werd dit wetenschappelijke project beëindigd met een overzichtstentoonstelling in het Leuvense Museum M. Aan de hand van cruciale werken als Productie staat, Dag en nacht en Economy kreeg de bezoeker een inzicht in de veertigjarige carrière van Van Snick.

Installatiezicht Philippe Van Snick © M-Museum Leuven | foto: Dirk Pauwels

Het eindpunt dat in Leuven in 2010 werd bereikt, bleek evenzeer het begin van iets nieuws. De Gentse galeriehoudster Tatjana Pieters was zo overdonderd door de expositie in M, dat ze Van Snick nog datzelfde jaar een plaats gaf in haar tentoonstelling Three Belgian Painters (naast Damien De Lepeleire en Walter Swennen). Later zei Pieters in een interview met het Vlaamse kunsttijdschrift HART dat deze expositie de start betekende van de samenwerking tussen haar en Van Snick. Pieters werpt zich daarbij op als verdediger van een oeuvre dat wel respect geniet van de musea en de academische wereld, maar toch aan het oog van het grotere publiek is ontsnapt. Na Three Belgian Painters werd Van Snick in 2011 door de galerie vertegenwoordigd op de kunstbeurs Arco Madrid; in september 2012 opende Pieters het nieuwe galerieseizoen met de solotentoonstelling Philippe Van Snick / Allies / The Archive Revisited en in diezelfde maand nam de galerie met werk van Van Snick deel aan Expo Chicago, waar een internationale selectie van honderd galeries voor moderne en hedendaagse kunst wordt gepresenteerd.

Philippe Van Snick, Allies 1 (black), 2012, acrylverf op doek, 2 x (42 x 40 cm), foto: Kristien Daem

De huidige samenwerking tussen Van Snick en Pieters wordt wellicht een van de belangrijke hoofdstukken in de carrière van de kunstenaar. Waar hij doorgaans de gelegenheid krijgt historische stukken opnieuw aan het publiek te tonen (de zomertentoonstelling Minimal Art), laat Pieters ook nieuw werk zien, zoals de schilderijenreeks Allies (2012). Die bevat zowel de tienkleurige monochromie uit het verleden als een nieuw en intrigerend figuratief aandoend element, wat aangeeft aan dat de artistieke ontwikkeling van Van Snick nog niet is gestopt. Maakte de tentoonstelling in Leuven in 2010 een balans op van zijn gevestigde oeuvre, dan biedt Pieters de kunstenaar de mogelijkheid om de uitdieping van dit oeuvre op regelmatige basis te delen met een publiek. Verankerd in het verleden blijft Van Snick vernieuwen.

 

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed