Zestig jaar Ons Erfdeel: hoofdredacteur Luc Devoldere geïnterviewd door Knack en Doorbraak

Zestig jaar Ons Erfdeel: hoofdredacteur Luc Devoldere geïnterviewd door Knack en Doorbraak

In 2017 bestaat het tijdschrift Ons Erfdeel zestig jaar, en dat jubileum trok de aandacht van het Vlaamse weekblad Knack en de opiniewebsite Doorbraak.

Beide publicaties spraken met hoofdredacteur Luc Devoldere over Ons Erfdeel en de andere uitgaven van het huis, over Vlaanderen, over Nederland, over België, over Vlaams-Nederlandse samenwerking, over de Vlaamse ontvoogding, over de media en het publieke debat, over cultuur(berichtgeving) en taalonderwijs, en nog veel meer.

Het interview met Knack, afgenomen door Jeroen de Preter en Peter Casteels, vindt u hier (€). En hier staat het gesprek dat Karl Drabbe met Luc Devoldere had voor Doorbraak.

Hieronder leest u alvast een passage uit Knack en één uit Doorbraak.

Uit Knack:

Knack: Is uw gehechtheid aan Nederland en de standaardtaal niet vooral iets emotioneels?

DEVOLDERE: Nee, ik ben daar net heel pragmatisch in. In de wereld worden wij samen met Nederland gezien als de Lage Landen. Onze oude meesters zijn daar het beste voorbeeld van: die komen uit de Low Countries. Waarom zouden we die troef niet uitspelen? Daarnaast kan Vlaanderen nog altijd samenwerken met Duitsland, Frankrijk of voor mijn part Timboektoe.

We moeten blijven opkomen voor onze taal, ook als we meertaligheid bepleiten. Niemand gelooft dat de tussentaal tegen te houden valt, maar dat hier überhaupt nog Nederlands wordt gesproken, hebben we te danken aan voluntarisme en aan een bewuste cultuurpolitiek. België had in de negentiende eeuw evengoed helemaal kunnen verfransen.

Knack: Zijn de verschillen tussen Vlamingen en Nederlanders vandaag groter dan die tussen Vlamingen en Franstalige Belgen?

DEVOLDERE: Het gaat telkens om ándere verschillen. De Vlaamse beleidscultuur begint meer en meer op de Noord-Europese te lijken. Dat is een traag proces; de affaires rond mandaten en vergoedingen hebben dat onlangs opnieuw aangetoond. Maar de afstand tussen politiek en cultuur, bijvoorbeeld, is in Vlaanderen - net zoals in Nederland - veel groter dan in Franstalig België. Daar moet elk cultureel initiatief nog altijd de steun krijgen van een politicus of een partij. Zo'n vorm van beïnvloeding is bij ons bijna onmogelijk geworden.

Maar er zijn ook politieke verschillen met Nederland. De macht van politici is hier veel kleiner en het middenveld staat sterker. Een immense besparingsronde voor cultuursubsidies, zoals enkele jaren geleden in Nederland, lijkt me in Vlaanderen onmogelijk. Dat is misschien een van de weinige positieve neveneffecten van onze politieke cultuur. (lachje)

Uit Doorbraak

Doorbraak: Toen Ons Erfdeel 20 jaar bestond heeft Max Wildiers een essay geschreven dat begon met een interessante vraag, die ik u 40 jaar later opnieuw wil voorleggen: ‘Wat is de rol van een cultuurtijdschrift in het geestesleven van een gemeenschap?’ In welke mate kan Ons Erfdeel een leidinggevende rol spelen in haar cultuurgemeenschap?

‘Het overstijgen van de waan van de dag, het afstand nemen en het kritisch becommentariëren van wat zich cultureel en maatschappelijk voordoet in onze gemeenschap, en dat is de Vlaams-Nederlandse taalgemeenschap. We doen dat met kleine ingrepen, we laten Vlaamse boeken bespreken door Nederlanders en omgekeerd. Ons Erfdeel is een cultureel tijdschrift. Kijk, je hebt kunst nodig. Kunstenaars maken kunst. Zij laten kunstwerken achter in de publieke ruimte. Die kunstwerken moeten dan ook worden omringd. Zij krijgen een soort bestaan omdat er wordt op ingegaan, expliciterend, becommentariërend en opiniërend. Een boek of een kunstwerk bestaat niet als het niet wordt besproken. Kunst is primair, wij zijn secundair. Dat kritische discours over wat kunst is, is ongelooflijk belangrijk voor een gemeenschap. Door dat debat aan te gaan, bepaald je jezelf als gemeenschap. De natie is een voortdurend gesprek, zei de historicus Kossmann. En Thorbecke beweerde dat in een beschaafd land een krant het vehikel is voor de omgang van de natie met zichzelf. Je hebt dat nodig. Iedereen heeft altijd de mond vol van de agora, het forum, waar de ideeën botsen. De democratie is inderdaad misschien een georganiseerd meningsverschil, een arena van conflict, maar conflict speelt zich af in taal, dat mag hard zijn maar is in principe geweldloos omdat het een conflict is dat drijft op argumentatie, op een geloof dat debat zelf een intersubjectieve waarheid tot stand brengt. Dé waarheid bestaat niet …’

 

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed