H.H. ter Balkt in Ons Erfdeel

 

Op 8 maart 2015 is de Nederlandse dichter H.H. ter Balkt overleden. Hij werd in 1938 geboren in Usselo en debuteerde in de jaren zestig als Habakuk II de Balker. Op deze pagina vind je een overzicht van alles wat Ons Erfdeel in de loop der jaren heeft gepubliceerd over Ter Balkt. Alle artikelen zijn integraal online te lezen.

  • In Ons Erfdeel 4/2014 staat een uitgebreid artikel van Piet Gerbrandy over het oeuvre van Ter Balkt, naar aanleiding van zijn verzamelde gedichten die in 2014 zijn gepubliceerd onder de titel Hee hoor mij ho simultaan op de brandtorens (De Bezige Bij). Hieronder vind je een samenvatting van dat artikel, de volledige tekst kun je hier lezen.

Afkomstig uit een dorpje in Twente, zonder academische opleiding, heeft Ter Balkt zich altijd een buitenstaander gevoeld, en misschien heeft hij dat imago ook een beetje gecultiveerd. Nadat zijn debuut als onbehouwen rariteit was opgemerkt, werkte hij jarenlang aan een oeuvre dat op geen enkele manier aansloot bij de literaire mainstream, en doordat hij liever niet in de Randstad kwam en er geen moeite voor deed een netwerk op te bouwen, bleef hij tot in de jaren negentig enigszins een cultschrijver. Hij stond, en dat had hij natuurlijk aan zichzelf te wijten, bekend als boerendichter, die vlammende, maar vaak ook cryptische elegieën en balladen over varkens, aardappelen en obsoleet geworden landbouwwerktuigen schreef.

De afgelopen twintig jaar is Ter Balkt echter uitgegroeid tot een algemeen erkende grootheid, hetgeen culmineerde in de Constantijn Huygens-prijs in 1998 en de P.C. Hooft-prijs in 2003. Onder jongere dichters geldt hij als geliefd en inspirerend voorbeeld. Toen in april 2014 de verzamelde gedichten werden gepresenteerd, droegen onder anderen Mustafa Stitou, David Van Reybrouck, Alfred Schaffer, Mark Boog, Saskia de Jong en Maarten van der Graaff gedichten voor die ze speciaal voor hem hadden geschreven. Geen Nederlandse dichter roept zoveel liefde en enthousiasme op als Ter Balkt.

Dat is des te opmerkelijker omdat zijn poëzie verre van eenvoudig is. De bezwerende taal, vol imperatieven, blaast leven in gloeilampen, straatstenen, bosranden, turfrook en vliegtuigmagneten, ze hamert haar spreuken het brein in met behulp van drammende herhalingen, maar menige regelafbreking lijkt op het eerste gezicht willekeurig, en de conceptuele structuur van de gedichten is vaak buitengewoon ondoorgrondelijk – behalve dat het duidelijk is dat de dichter zich ergens tegen verzet. Daar komt bij dat Ter Balkt aan de lopende band verwijst naar cultuurverschijnselen die niet voor iedereen vanzelf spreken.

Al deze elementen samen zorgen ervoor dat het enige tijd en inspanning vergt om in Ter Balkts universum door te dringen, hetgeen verklaart waarom de interpretatie van dit oeuvre nog maar nauwelijks is begonnen. Daar staat tegenover dat de overtuigingskracht van klank, ritme en beelden zo sterk is dat geen poëzielezer zich eraan kan onttrekken, zelfs al blijft de betekenis in eerste instantie duister. Een van de verklaringen voor die betovering schuilt in Ter Balkts bijna klassieke gevoel voor vorm, al tracht hij de formele structuur vaak te verdoezelen door rijmwoorden op posities te plaatsen waar je ze niet verwacht.

  • Recensie van Onder de bladerkronen (2010) door Paul Demets, die deze bundel één van de hoogtepunten van 2010 vond. “Het is een groot plezier om het universum van Ter Balkt binnen te stappen, ook al gaat het er niet idyllisch aan toe. Maar het is fascinerend om mee te maken dat het universele en het particuliere, heden en verleden met elkaar verbonden worden”, schrijft Demets, en ook: “Neologismen en de klankkleur maken het allemaal heel plastisch. En ze behoeden de dichter en de lezer voor ongenuanceerde somberheid.” Lees hier zijn volledige recensie.

 

  • Recensie van Anti-canto's en De Astatica (2004) door Hans Groenewegen, onder de titel 'De duivelsicoon van de poëzie'. “Ter Balkt verzet zich tegen de inwisselbaarheid van alle meningen en mensen door in zijn poëzie betekenissen te vermenigvuldigen. Mocht hij daarbij onbegrijpelijk worden, dan moeten we onze oren en verstand daaraan maar scherpen”, stelt Groenewegen. Lees hier zijn overige bevindingen.

  • In 1999 schreef Paul Demets met ‘Een behoudsgezinde oproerkraaier’ een overzichtsartikel over het werk van Ter Balkt, naar aanleiding van de publicatie van Tegen de bijlen, een bundel die de criticus een voorlopig hoogtepunt in zijn werk noemt.  Volgens Demets blijft Ter Balkts poëzie “een hardnekkig licht op de letteren werpen, ondanks alle trends en golfbewegingen in de heersende smaak van open naar gesloten poëzie en weer terug. Het poëtisch oeuvre waaraan Ter Balkt al dertig jaar grondig sleutelt (…) is inhoudelijk en vormelijk nauwelijks vergelijkbaar met dat van andere dichters uit ons taalgebied”. Lees hier het integrale artikel.

 

  • 'Stekelige stukjes geschiedenis', een recensie van Laaglandse hymnen, een bundel waarin Ter Balkt fragmenten van de geschiedenis van de Lage Landen bijeenbrengt in zeventig lofzangen. Dit werk verscheen in 1993, het jaar waarin Ter Balkt ook de P.C. Hooft-prijs ontving. “Het fraaie van de stekelige, want rauwe, ronkende, ingewikkelde, maar zangerige en toegankelijke, kortom ongrijpbare, poëzie van Ter Balkt is dat zij voortdurend allerlei tot cliché gladgestreken stukjes geschiedenis doorprikt, openrijt, en vooral inleefbaar maakt”, schrijft Koen Vergeer. Lees hier het volledige artikel.

  • In 1986 publiceerde Ons Erfdeel voor het eerst over Ter Balkt, naar aanleiding van de bundel Verkeerde raadhuizen, waarin reisgedichten een belangrijke plaats innemen. De auteur van dit artikel, Jan van der Vegt, voert ons mee naar Ter Balkts negen voorafgaande bundels. Ter Balkt heeft zich volgens hem tot een authentiek dichter ontwikkeld "doordat het 'boerse' levensgevoel dat uit zijn achtergrond voortkomt en dat een vitale, aardse eenheid van mens en natuur veronderstelt, zijn poëtische middelen - de personifiërende beeldspraak met name - richting gaf. De humor is daarbij niet weg te denken, die minder relativerend is dan dat hij rauw en aards de poëzie steunt". Lees hier het artikel, dat vergezeld gaat van een bloemlezing.