Kees Fens in Ons Erfdeel

Op deze pagina vind je een overzicht van alles wat Ons Erfdeel in de loop der jaren heeft gepubliceerd over de Nederlandse literatuurcriticus en essayist Kees Fens (1929 - 2008). Alle artikelen zijn integraal online te lezen.

Biografie Kees Fens

• Cyrille Offermans  besprak in Ons Erfdeel 4/2014 Wiel Kusters’ biografie over Fens, Mijn versnipperd bestaan. Het leven van Kees Fens 1929 - 2008. Hieronder vind je een stukje uit dat artikel, de volledige tekst kun je hier lezen.

De titel (Mijn versnipperd bestaan) is treffend. Hij geeft aan dit Fens niet iemand was die zich in de psychologische weelde kon veroorloven zich op een paar thema’s of grote boeken te concentreren – als puntje bij paaltje komt, heeft hij zelfs niet één boek geschreven –maar iemand die, rusteloos en in alles tussen hemel en aarde geïnteresseerd, van het ene onderwerp naar het ander fladderde, lichtvoetig en vaak humoristisch als Simon Carmiggelt en Annie M.G. Schmidt, twee andere Amsterdammers uit de literaire subcultuur van de column respectievelijk het kinderboek voor wie hij graag een lans brak. Maar treffend is die titel ook vanwege de met “versnipperd” verbonden gedachte aan papier, aan krantenpapier, aan de eindeloze hoeveelheid krantenstukken en –stukjes waarin zijn werk uiteenvalt.

In memoriam Kees Fens

In 2009 verscheen in Ons Erfdeel het stuk 'De stilte na de muziek. Kees Fens en "Merlyn”', een in memoriam aan Fens door H.U. Jessurun d’Oliveira, die zijn vriend omschrijft als “een wereldse monnik”. Hij haalt herinneringen op aan een man met “een uiterst gevoelig orgaan voor het waarnemen van nauwelijks aanwezige elementen in een literaire tekst. Die fijne bewerktuiging, tezamen met een geschoolde ambachtelijkheid en later met een schat aan vergelijkingsmateriaal heeft een gigantisch aantal fijnzinnige opstellen en kritieken opgeleverd.” Lees hier het volledige artikel.

Teksten geschreven door Kees Fens

• In 2008 schreef Fens nog een fraai essay over de hernieuwde aandacht voor het werk van de Vlaamse dichter Karel Van de Woestijne (1878-1929). Hij vertelt er hoe Van de Woestijnes poëzie zich zowat zestig jaar geleden aan hem openbaarde: "Ik ontdekte een meester in de taal en in het ritme, dat onvergelijkelijk mooi (en betekenisgevend) door het metrum heen slaat. Ik ontdekte een grootmeester van de herhaling, in woorden, regels of halve regels." De volledige bespreking vind je hier.

• In  ‘Het eerste en het laatste. Bij een nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis’ beschrijft Fens de eerste twee delen van de nieuwe Nederlandse literatuurgeschiedenis als “een geschiedenis van verbanden, verrassende verbanden vaak” met als resultaat “een samenhangende betekenis van veel werken, proza en poëzie, en een nieuwe betekenis voor de afzonderlijke werken. Een literatuurgeschiedenis doet altijd het geheel en de delen oplichten. Een literair werk wordt pas volwaardig in de context van de geschiedenis zoals een boek in de bibliotheek. Dat is wat we in deze twee delen kunnen zien gebeuren”. Lees hier de volledige tekst.

• Naar aanleiding van de tentoonstelling Mélancolie reflecteert Fens in ‘Het verlangen naar het vooroorlogse Sjanghai. Notities over nostalgie en melancholie’ over de aard van beide begrippen. “Wat wij hier zien is de alles omvattende macht van de nostalgie. Vanuit een enkele ervaring waaiert zij uit en brengt ze de onverwachtste zaken met elkaar in een stil verband. Er is waarschijnlijk geen meer scheppende gewaarwording, geen meer literaire ook.” Het volledige artikel lees je hier.

• In 2003 schreef Fens de inleiding bij het nieuwe boek Dichters die nog maar namen lijken van Guus Sötemann. Volgens Fens vormt de bundel “een kleine geschiedenis van de Nederlandse poëzie uit de eerste helft van de twintigste eeuw. Die geschiedenis is niet geschreven vanuit de terugkijktoren van de wetenschap, maar met medenemen van de beleving die die poëzie voor de tijdgenoten had”. Lees hier zijn volledige tekst.

• In ‘Geen kerktoren in zicht. Over post-katholiek Nederland’, is Fens verbijsterd over de vanzelfsprekendheid waarmee de ontkerkelijking in Nederland is aanvaard, “zonder woord van spijt”. Hij voorspelt dat binnenkort de ontkerkelijking dan ook compleet zal zijn: “Geen kerktoren meer te zien. Wij zijn definitief de Lage Landen. De enige spitse torens, die beginnen talrijk te worden, zijn de minaretten.” Lees hier zijn overige bevindingen.

• Via het werk van Hugo Claus vergelijkt Fens in ‘Bloedworst en kaas’ de literatuur uit Nederland met die uit Vlaanderen. Hierin bekent Fens een Claus-lezer te zijn. “Waar de creativiteit haast zichtbaar is, ontstaat bij de lezer een graagte die een combinatie is van nieuwsgierigheid en wellust”. Volgens Fens heeft die graagte ook “met de taal te maken, met de overvloed per bladzijde vaak” en vooral met “ de vitaliteit, ook in de taal”. Hier staat het volledige essay.

• Bespreking van de dichtbundel De ravenveer van Ida Gerhardt, waarin Fens haar poëzie prijst als “getuigend van een zeer groot technisch kunnen, naar de vorm van een traditionaliteit als in Nederland haast niet meer geschreven wordt.” Deze traditionaliteit vindt Fens ook in de talrijke beschrijvingen van het Hollands landschap en van de Hollandse situaties, die “veel meer zijn dan impressionistisch: de dingen worden beschreven, opgeroepen in een tekenwaarde. En dat kan alleen gebeuren door een dichter met een samenhangend, gesloten wereldbeeld en een daaraan beantwoordende gesloten poëzie.” Lees hier Fens' recensie.

• Fens' allereerste bijdrage aan Ons Erfdeel in 1967 was een stuk over Simon Carmiggelt, waarin hij het “beeldend woordgebruik, vooral in de typeringen van mensen, het vermogen beelden en vergelijkingen in de dagelijkse werkelijkheid te vinden, hetgeen aan het proza een weinig geijkt literair karakter geeft en de ‘toon’, die persoonlijke kleur, die ‘smaak’ alle goed proza eigen, maar ontsnappend aan elke poging tot omschrijving” looft. Lees de volledige bespreking hier.

Recensies van Fens' essays

De kritieken en essays die Kees Fens publiceerde, zijn ook regelmatig het onderwerp van een bespreking in Ons Erfdeel geweest.

• Luc Devoldere besprak in 2004 Fens’ essaybundel Dat oude Europa, Nieuwe keuze uit de maandagstukken. “De flaptekst van dit boek noemt Fens ‘de belangrijkste letterkundige’ van Nederland: het is een intrigerende term die Fens dreigt weg te promoveren tot de kundigste pleitbezorger van de letteren. Maar er is natuurlijk veel te zeggen voor deze omschrijving. Hier is een lettré aan het woord, zoals er niet veel (meer) zijn, die meer een lezer is dan een schrijver”, schrijft Luc Devoldere. De volledige bespreking leest u hier.

• ‘Voorlopigheid en eeuwigheid’ is een recensie van Voetstukken; een keuze uit essays 1964-1980, waarin G.F.H. Raat kanttekeningen maakt bij de gemaakte selectie en het beeld van de auteur dat daaruit oprijst. Volgens Raat verstaat Fens de kunst het werk van de besproken auteurs “te verwoorden zonder in banaliteiten te vervallen, wat altijd een gevaar is bij het schrijven over literatuur die zich eenvoudig voordoet”. Lees hier zijn verdere bevindingen.

• G.F.H. Raat bespreekt in ‘De grootste lezer; Kees Fens en de literatuur’ de ontwikkelingen in de visie van de criticus op de literatuur: “Wie de globale inhoud van de twee bundels in de beschouwing trekt, ontwaart een verschil: de aandacht van Fens heeft zich verplaatst van de interpretatie als eindresultaat naar de interpretatie als het daaraan voorafgaande proces. Niet langer staat de tekst centraal, maar de activiteit van de lezer.” Hoe deze ontwikkeling tot stand kwam, leest u hier.

• In ‘Marieke van de bakker verveelt zich niet’, een recensie van o.a. Fens’ essayboek Een gedicht verveelt zich niet. Over poëzie, prijst Hugo Brems Fens als een goede lezer: “Fens leest veel en leest goed: hij leest altijd maar verder, hij leest vanuit het gedicht naar het verleden, en tegelijk in de breedte, naar andere teksten. Hij leest het gedicht open, voegt betekenissen toe vanuit die andere teksten; en meteen worden die andere er rijker door”. De volledige bespreking vindt u hier.

• Recensie van De tweede stem door Hugo Brems: een boekje over lezen, veel meer dan over poëzie, dichters of poëziekritiek. "Weinig boeken over poëzie zijn zo stimulerend, zo rijk aan onverwachte invalshoeken, zo prettig om te lezen en tegelijk toch zo erudiet als De tweede stem van Kees Fens", schrijft Hugo Brems. Lees hier zijn volledige recensie.