EEN SOLDAAT ACHTER EEN SCHRIJFMACHINE. De tolk van Java van Alfred Birney

(JAAP GRAVE) ONS ERFDEEL – 2017, NR 1, PP. 146-147

EEN SOLDAAT ACHTER EEN SCHRIJFMACHINE
De tolk van Java van Alfred Birney

Met De tolk van Java brengt Alfred Birney (1951) een “rilling” bij de lezer teweeg. Het is een roman over een getraumatiseerde vader, Arend, die tijdens de oorlog in Indonesië tientallen mensen heeft vermoord en voor wie de oorlog gewoon doorging in het gezin dat hij in Nederland stichtte. Die oorlog eindigt voor zijn zoon, de ik-verteller van de roman, pas met de dood van zijn vader. “Ik vecht niet langer, ik hou ermee op”, luidt zijn slotzin van de roman.

De tolk van Java begint met een zin van meer dan een pagina over Arend, waarin wordt meegedeeld wat hij zag, hoorde, wie hij verraadde, dat hij werd gemarteld en de geallieerden hielp. Het zijn verhalen die Arend altijd aan zijn zoon vertelde, zijn zoon, die hem haat, die hem als een massamoordenaar beschouwt en hem verwijt zijn leven voor een groot deel te hebben verknoeid. Arend voedt zijn kinderen op zoals hijzelf is opgevoed: hard en met veel slaag, versterkt door zijn oorlogstrauma. Hij slaapt bijvoorbeeld altijd met een mes binnen handbereik, neemt het zelfs mee in zijn fietstas als hij de stad ingaat en op een dag achtervolgt hij met dat mes een van zijn vermeende vijanden in Den Haag.

 

Het is een rijke roman over identiteit, trauma’s, racisme (in Indonesië, in Nederland en in het Nederlandse leger), de Japanse bezetting van Indonesië, de bloedige strijd van de Nederlanders tegen de Indonesische onafhankelijkheid, een vader die zijn kinderen mishandelt en het internaatsleven dat voor de ik-verteller en de vier andere kinderen uit het gezin begint als zij uit huis worden geplaatst. Hier vindt de lezer geen zoete nostalgie (dat is een “leugen”, schrijft de vader en de ik-verteller heeft er ook niets mee) of een beschrijving van een paradijselijke jeugd, zoals dat vaak bij bekende Nederlandse literatuur over Indonesië het geval is.

Birney heeft gevoel voor timing, want juist in 2016 is er in Nederland opnieuw en grondiger dan voorheen gediscussieerd over de oorlogsmisdaden van het Nederlandse leger dat het koloniale bestuur na 1945 in Indonesië moest herstellen en over de regering die de onafhankelijkheid niet wilde accepteren. De officiële versie tot dusver luidde dat er vooral sprake was van incidentele “excessen” (verkrachting, roof en plundering), niet van structurele oorlogsmisdaden die door het koloniale bestuur, de Nederlandse regering en de militaire justitie werden toegedekt. Na nieuw onderzoek  kan niemand er meer omheen dat het Nederlandse leger verantwoordelijk was voor stelselmatige oorlogsmisdaden.

Birney kiest voor zijn vader als centraal personage en diens identiteit is verre van eenduidig: geboren op Java als onwettige zoon van een Indo-Europese vader die hem niet erkent en een Chinese moeder, identificeert hij zich als enige van zijn familie met Nederland. Terwijl zijn medesoldaten pin-ups aan de muur hebben hangen, hangt boven zijn bed een portret van de Nederlandse koningin. Door de turbulente gebeurtenissen in Indonesië wisselt Arend regelmatig van positie en twijfelt over zijn keuzes: samen met zijn Indonesische vrienden vecht hij tegen de Japanse bezetters, maar hij kiest na 1945 de kant van de Nederlanders en bestrijdt zijn landgenoten. Indonesië is niet zijn land, zegt hij: hij is er als onwettig kind door de “Indische mensen” vernederd en bevond zich als Indische jongen tussen de Nederlanders en de Indonesiërs. Zijn zoon twijfelt aan zijn principes en vermoedt dat Arend domweg steeds de kant van de sterkste partij heeft gekozen. Vlak voor zijn vertrek naar Nederland wil Arend zijn naam veranderen in Noland, om zich “te distantiëren van koloniaal getinte Indo-Europeanen en dito blanke Indische Nederlanders”. Het is een naam die sprekend is voor zijn hybride identiteit. En die een voorspellende waarde had, want ook in Nederland zou hij zich nooit thuisvoelen. Het vermeende paradijs blijkt een land vol racisten te zijn. 

Als ik beweer dat Birneys roman een “rilling” bij mij heeft veroorzaakt, dan is dat een toespeling op een uitspraak van Van Hoëvell, lid van de Tweede Kamer, die in 1860 na de publicatie van Multatuli’s Max Havelaar zei dat er “de laatste tijd een zekere rilling door het land gegaan was, veroorzaakt door een boek”. Birney maakt diverse toespelingen op Max Havelaar: in de bijkeuken van de nieuwe vriend van zijn moeder vindt de ik-verteller de  scheepskist van mijn vaders overtocht naar Nederland”. Hij vervolgt: “Ik opende de kist en zag er allerlei papierwerk in: boeken, paperassen, brieven, foto’s en ordners.” Dat doet denken aan dat andere pak, dat eveneens uit Indonesië kwam, het Pak van Sjaalman uit Max Havelaar. Droogstoppel vermeldt: “Ik vond daar verhandelingen en opstellen”, waarna de lijst met onderwerpen volgt. Terwijl Stern grote delen van het Pak in Max Havelaar verwerkt, worden in De tolk van Java delen van het manuscript van zijn vader gepubliceerd.

Arend beschrijft in zijn manuscript, dat hij tevergeefs probeerde te publiceren, zijn jeugdjaren en de periode tot zijn gedwongen vertrek naar Nederland. Gedwongen, want hij stond op de zwarte lijst van Soekarno en was niet veilig in Indonesië doordat hij talloze Indonesische vrijheidsstrijders had vermoord. Dit bericht staat in de roman centraal en de ik-verteller confronteert zijn moeder, die vrijwel geen belangstelling voor Indonesië heeft, en zijn broer met de inhoud ervan, plaatst vraagtekens en geeft er commentaar op. Een deel, bijna tweehonderd pagina’s, waarin Arend vertelt over de gebeurtenisen vanaf 17 augustus 1945, de dag waarop Soekarno de onafhankelijkheid uitriep, tot hij Indonesië verlaat en met de boot naar Nederland vertrekt, wordt zonder onderbrekingen of commentaar van de ik-verteller opgenomen. Het bestaat uit soms gedetailleerde beschrijvingen van gruwelijke misdaden – ook van de zijde van de Indonesische vrijheidsstrijders. Daardoor en doordat het vanuit het perspectief van het Nederlandse leger, de verliezers, geschreven is, kan het worden vergeleken met de wreedheden in Curzio Malapartes roman Kaputt uit 1944. Ook Malaparte koos het perspectief van de verliezende partij.

De verantwoordelijken voor de Nederlandse oorlogsmisdaden in Indonesië zijn daar nooit voor vervolgd en de Nederlandse regering zal een nieuw standpunt over die periode moeten innemen. Terwijl het historische onderzoek geen ruimte laat voor twijfel, maakt Birney de hele kwestie gecompliceerder en minder simpel – de taak van literatuur. Want door het hele boek heen en in de discussie tussen de broers gaat het ook om de vraag of Arend de waarheid heeft geschreven en of zijn herinneringen juist zijn. Ook hier biedt Multatuli uitkomst, want de vraag is niet of alle details waar zijn, maar wat het bij de lezers teweegbrengt. Multatuli schrijft na het verhaal over Saïdjah en Adinda in Max Havelaar: “Maar ik weet meer dan dat alles. Ik weet en kan bewyzen dat er veel Adinda’s waren en veel Saïdjah’s, en dat, wat verdichtsel is in ’t byzonder, waarheid wordt in ’t algemeen.” 

De tolk van Java is meer dan een hedendaagse Max Havelaar, een Nederlandse versie van Malapartes Kaputt of een aangrijpende variant op Kafka’s brief aan zijn vader. Birney heeft inmiddels zo’n vijftien romans, essays en bloemlezingen gepubliceerd en dit  is misschien wel zijn belangrijkste boek, waarin hij op indrukwekkende wijze alle thema’s uit zijn eerder verschenen werk verenigt.

JAAP GRAVE

Recensie van: Alfred Birney, De tolk van Java. Waarin de herinneringen van een kamerolifantje, de memoires van een oorlogstolk gehamerd op een schrijfmachine, onderbroken met verhalen, brieven en gemopper van de oudste zoon, becommentarieerd door zijn broer, De Geus, Breda/Amsterdam, 2016, 541 p.

zoek opnieuw

Prijs (indien u een artikel uit ons archief bestelt, ontvangt u een pdf): € 3.00

leg in winkelmandje