Ons Erfdeel - 2015, nr 2

6 mei 2015

Op de kaft van dit Ons Erfdeel-nummer (klik hier voor de inhoudstafel) prijkt een werk van Sofie Muller. In een uitgebreid artikel wordt het oeuvre van deze Vlaamse kunstenares getypeerd als “een ontluisterende ode aan de zoekende mens”.

Bruno De Wever over Groot-Nederland
Het nummer opent met een artikel van Bruno De Wever over Groot-Nederland als politiek project. Vertrekkend van zijn eigen ervaringen – De Wever was als jongeman lid van de het Algemeen Vlaams Nationaal Jeugdverbond – schetst hij de evolutie van de Groot-Nederlandse gedachte, die hij plaatst in de extreem rechtse, radicaal antibelgicistische, Vlaams-nationalistische traditie.

Dit artikel is een voorpublicatie uit het boek Het (on)Verenigd Koninkrijk 1815-1830 - 2015. Een politiek experiment in de Lage Landen, dat Ons Erfdeel vzw later deze maand uitgeeft.

Terug naar Waterloo
Jeroen van Zanten, biograaf van Willem II, keert dan weer terug naar de slagvelden van Waterloo en Quatre-Bras. Hij vraagt zich daarbij af of het geen tijd is voor een Belgisch-Nederlandse revisie van de geschiedenis, als tegengeluid voor het Franse en het Engelse chauvinisme. "Door vrijwel direct na de veldslag de historische waarheid te ontkennen, gaven Napoleon en Wellington het startschot voor een nieuwe strijd, een strijd om de nagedachtenis van Waterloo, en belangrijker nog: om de controle over de Europese geschiedenis. (...) Na 19 juni 1815 kent Waterloo andere verliezers dan tijdens de veldslag zelf, namelijk de Pruisen, en vooral de Nederlanders en de Belgen, die met ruim 35.000 man aan Engelse kant meevochten", schrijft Van Zanten.

Schrijvers die nog maar namen lijken
In de nieuwe reeks Schrijvers die nog maar namen lijken herleest Thomas Heerma van Voss het oeuvre van A. Alberts (1911-1995). “Dat is de kracht van Alberts’ proza: de strakke, gekortwiekte toon nodigt uit almaar verder te lezen, en tegelijk suggereert hij met die zakelijkheid een complete achterliggende wereld (…) En toch had ik tot voor kort nooit van A. Alberts gehoord. (…) Hoe kan het dat zo’n interessant oeuvre (…) zo zelden genoemd wordt?”, verwondert Heerma van Voss zich.

Voor deze reeks hebben we aan jonge auteurs, literatuurcritici en -wetenschappers gevraagd om zich te buigen over twintigste-eeuwse schrijvers van wie de naam wel breed bekend is, maar van wie men zich kan afvragen of hun boeken nog worden gelezen. Op die manier willen we een onbevangen blik werpen op oeuvres die zijn vergeten of in de tijd dreigen weg te glijden. We hopen dat de confrontatie van vers bloed met het verleden van de Nederlandstalige literatuur frisse inzichten kan aanreiken.

Tegelijk met deze reeks in het tijdschrift plaatsen we op onze website een dossier met alles wat ooit in Ons Erfdeel van of over de besproken auteur is verschenen. Hier vind je het dossier over A. Alberts: www.onserfdeel.be/a-alberts.

Twee artikelen online uit recensierubriek
Zoals gewoonlijk geven we bij de publicatie van een nieuw nummer een artikel online vrij. Dit keer zijn het er twee uit de recensierubriek: de besprekingen van de boeken die onlangs zijn bekroond met de Libris Literatuur Prijs en de Goeden Boekenuil, Ik kom terug van Adriaan van Dis en Orgelman van Mark Schaevers.

De uitgebreide recensierubriek bevat daarnaast ook nog besprekingen van boeken van Atte Jongstra, Armando, Thomas Blondeau, Peter Terrin, Bernard Dewulf, Yves Petry, Joost de Vries, Luc De Vos, Willem Jan Otten, Luc Huyse, Christiaan Weijts, Margot Vanderstraeten en Anneke Brassinga.

André Krouwel over politiek
In een stevig stuk vooraan in het nummer analyseert politicoloog André Krouwel het verband tussen de Europese eenwording en het verval van de gevestigde politieke partijen. Hij signaleert daarbij onder meer de versplintering van België (nog los van het communautaire), de verzwakking van de gevestigde orde in Nederland, de toenemende ontevredenheid in het hele politieke spectrum en het vrij spel dat zo ontstaat voor conservatieve en ‘illiberale’ radicalen.

Voorts staat Lars Bernaerts stil bij de tachtigste verjaardag van dichter Mark Insingel, volgt Mirjam Noorduijn de artistieke zoektocht van illustratrice Kaatje Vermeire en uit Marc van Oostendorp bedenkingen bij wat mogelijk de laatste papieren editie wordt van het Van Dale-woordenboek.

Graffiti, foto's en fratsen
Tot slot is er veel aandacht voor de kunsten in al hun vormen: een vergelijking van de Amsterdamse fotografiemusea Huis Marseille en Foam, een verhaal over het Leuvense kunstencentrum STUK dat veel vertelt over het Vlaamse cultuurbeleid van de laatste decennia, en kronieken over de tekenkunst van Gideon Kiefer, de graffiticreaties van ROA, de veelzijdige muzikale uitingen van Bert Dockx, het documentaire theater van Sadettin Kirmiziyüz, de schilderijen van Werner Mannaers en de fratsen van zanger-songschrijver André Manuel.

zoek een andere editie

Artikelen in dit nummer

  • BE: €17,00 / NL: €18,00 / INT: €20,00
  • verzending en 6% BTW inbegrepen
leg in winkelmandje abonnementen