Torent een man hoog met zijn poëzie - Michaël Slory (1935-2018)

Torent een man hoog met zijn poëzie - Michaël Slory (1935-2018)

In Suriname is Michaël Slory overleden. “Een groter dichter vind je niet in de Nederlandse Cariben”, zegt Michiel van Kempen, hoogleraar Nederlands-Caribische literatuur.

Foto Ruth San A Jong / Werkgroep Caraïbische Letteren

Michaël Slory – in 1935 geboren in Coronie, Suriname – begon begin jaren zestig als anti-imperialistisch strijddichter. Zijn gedichten pasten in de Caribische négritude-beweging met zijn verheerlijking van de zwarte mens, met name de zwarte vrouw.

Zijn vroege poëzie was links, strijdvaardig, nationalistisch met een mondiale insteek, en vormde een aanklacht tegen politiek en maatschappelijk onrecht. Slory studeerde in die tijd Spaans in Amsterdam, en verkeerde daar in de kringen van Karel Appel, Hugo Claus en Harry Mulisch.

Sranan, Spaans en Nederlands

Slory schreef eerst alleen in zijn moedertaal, het Sranan, en later ook in het Spaans en Nederlands. Hij bleef schakelen tussen die talen, en tegenover het Nederlands had hij vaak een wat ambivalente verhouding, zoals blijkt uit deze verzen: 

Verwaaide taal, toch stel ik je op prijs
al is dat voor een heel andere wijs
van iemand die in vervoering is gevangen
in een verre flits van het vroegere Paradijs.

In 1970 keerde Slory terug naar Suriname. Zijn droom van een rechtvaardige(r) maatschappij werd aan stukken geslagen met de militaire coup in Suriname (1982), die uitmondde in de gruwelijke decembermoorden op vooraanstaande burgers. Slory ruilde daarna de nationalistische revo-droom en de idee spreekbuis van de verdrukte gemeenschap te moeten zijn in voor een persoonlijke poëtica. 

des te lichter de woorden

In Het Parool zegt Michiel van Kempen, hoogleraar Nederlands-Caribische literatuur, over Slory: “Een groter dichter vind je niet in de Nederlandse Cariben”. Van Kempen noemt de bloemlezing Ik zal zingen om de zon op te laten komen de beste kennismaking met het werk van Slory. Die verzamelbundel is destijds in Ons Erfdeel besproken, de tekst kun je hier lezen.

Nog dit jaar verscheen bij In de Knipscheer een andere verzamelbundel: Alsof men alles loslaat. Bij diezelfde uitgeverij kwam in 2012 de bloemlezing Torent een man hoog met zijn poëzie uit. De Ons Erfdeel-bespreking daarvan vind je hier. De laatste woorden zijn voor Slory:

Torent
een man hoog
met zijn poëzie,
des te lichter
de woorden
die stromen
uit zijn heelal.
Des te weidser
de verspreiding
van zijn gedachten
in het al.