Een zwarte Leeuw van Vlaanderen: de hybride identiteit van Roland Gunst

Een zwarte Leeuw van Vlaanderen: de hybride identiteit van Roland Gunst

Roland Gunst – half Vlaams, half Congolees – verwerkt zijn zoektocht naar een eigen identiteit binnen de normen die de samenleving oplegt in verschillende vormen: installaties, performances, film- en videowerk... Daarbij evolueerde hij van woede naar een verzoenende houding. ‘Afrikanen en Europeanen zijn diep verbonden.’ Zijn muziektheatervoorstelling Flandria is vandaag en morgen te zien in Gent, maandag in Brussel en later dit voorjaar in Oostende, Elsene en Antwerpen.

Door Evelyne Coussens

Het zou vreemd en zelfs onrespectvol zijn om Roland Gunst (1977) een “nieuwe” stem te noemen in het kunstenveld. Gunst is al minstens tien jaar cineast, muzikant en beeldend kunstenaar, dus nauwelijks een debutant te noemen. Met “nieuw” bedoelen we misschien dat we hem en zijn werk pas nu echt opmerken, een fenomeen dat wel vaker voorkomt bij kunstenaars van kleur, die plots in het blikveld van de reguliere witte kunstensector verschijnen. Echt nieuw is Roland Gunst slechts op het domein van de podiumkunsten, want met Flandria (2019) maakt hij voor het eerst muziektheater, in samenwerking met componist Benjamien Lycke, sopraan Emma Posman en het Kugoni Trio.

Het oeuvre van Gunst heeft sterk autobiografische wortels. Het vertelt in verschillende vormen (installaties, performances, film- en videowerk, …) steeds weer een verhaal van de zoektocht naar de eigen identiteit binnen de normen die de samenleving oplegt. Gunst, zoon van een Vlaamse vader en een Congolese moeder, komt eind de jaren tachtig met zijn gezin terecht in Nieuwpoort – de nakende opgang van het extreemrechtse Vlaams Blok (nu Vlaams Belang) laat zich dan al voelen.

Overlevingsstrategie

Als kind van kleur in een homogeen witte omgeving doet hij aanvankelijk zijn best om zo Vlaams mogelijk te worden, teneinde zijn plek in de gemeenschap te verzekeren. Het is een “overlevingsstrategie”, aldus Gunst, waarvan hij de reikwijdte pas begint te voelen tijdens de productie van de documentaire Colour Bar (2011). Gunst: “Ik heb de buitenwereld lang gezien als referentiepunt. Dat is de essentie van socialisatie: je zoekt een groep waarop je zo goed mogelijk tracht te lijken.”

Colour Bar

Op het college waar hij schoolliep, had de jonge Gunst de vooroordelen over zijn Afrikaanse afkomst gevoeld én geïnternaliseerd, waardoor hem de angst was bekropen dat hij niet “geciviliseerd genoeg” was. Gunst: “Ik voelde een sterke drang om mijn savoir faire, savoir vivre te bewijzen. Dus ging ik horen bij de top, bij de beste leerlingen van de school. Tegelijkertijd was ik een getroebleerde student, die het mijn leerkrachten niet makkelijk maakte met mijn gedrag.”

Het creatieproces van Colour Bar, waarin Gunst de zoektocht naar zijn identiteit reconstrueert, betekent voor hem een ommekeer. Dankzij de gesprekken met mensen die hetzelfde parcours doorliepen, beseft hij dat de taak om Vlaming onder de Vlamingen te worden (sterker: om de állerbeste Vlaming te worden) voor hem onhaalbaar is. Omdat “de Vlaming” simpelweg zelf niet weet wat het betekent om Vlaming te zijn. Gunst: “In de periode dat ik me daartoe inspande, vroeg ik Vlamingen om een heldere definitie, zodat ik me niet kon vergissen. Dat bleek een moeilijke oefening. Het is makkelijker om te benoemen wat je niet bent, waarvan je verschilt, dan om je eigenheid te zien. Maar als het voor Vlamingen al een moeilijke oefening is, hoe wil je dan een ander dwingen om in die moule te stappen?”

Pas dan beseft Gunst hoe groot de impact is van de gedwongen assimilatie, van het beleven van zijn zwart-zijn vanuit een blanke dominante visie op civilisatie. Die last zal hem lang achtervolgen en zadelt hem op met een gevoel van minderwaardigheid. Het verlangen dat hij als kind voelde om “erbij te horen”, vertaalt Gunst in een artistieke strategie.

Oefening in Vlaams worden

Het meest in het oog springend is misschien wel het LION-project, een meerjarige onderneming waarin ook de muziektheatervoorstelling Flandria past. In zijn eerste fase (2011-2013) is LION een oefening in Vlaams worden: aan de hand van video-installaties en lecture performances is te zien hoe John K Cobra, het alter ego van Gunst, op zichzelf een “therapeutisch model” toepast dat zijn integratie in de Vlaamse samenleving moet garanderen. Zo verschijnt hij onder meer met een wit latexmasker voor het gelaat om te verzekeren dat in Vlaanderen “enkel witte gezichten op straat te zien zijn” (foto hieronder). Tegelijkertijd blijft zijn “zwart-zijn” onlosmakelijk deel uitmaken van zijn identiteit.

  

LION

In de tweede fase van LION (2014-nu) extrapoleert Gunst zijn persoonlijke queeste naar een maatschappelijk niveau: “King LION” wil vanaf nu niet enkel voor zichzelf het integratieprobleem oplossen, maar voor heel Vlaanderen. “Integratie” of “assimilatie” wordt nu de te bevechten vijand: deze zwarte Leeuw van Vlaanderen strijdt om de illusoire droom van “zuiverheid” te vervangen door een bewustzijn over de gemengde roots van de Europese bevolking met een nieuw scheppingsverhaal waarin transnationalisme wordt omhelsd.

Gunst keert op een speelse manier de mythologie, de heraldiek, de symboliek van Hendrik Consciences roman op zijn kop. Zo wordt in de voorstelling Flandria een zwarte koning als verlosser onthaald: door zijn bruid Flandria te huwen zet hij de transformatie in gang van een eenkleurig wit denken naar de ideologie van het “afropeanisme”, het bewustzijn over de gedeelde voorgeschiedenis van Europa en Afrika.

Het afropeanisme is een oefening in historisch bewustzijn, waarbij de geschiedenis van de mensheid wordt herverteld in termen van wederzijdse Afrikaans-Europese beïnvloeding. Om dat te doen bedient Gunst zich van strategieën als de omkering, de fictionalisering en de ironie, maar de verzoenende geste die het afropeanisme schraagt is gemeend, vrij van spot. Net zoals de vertelling in Flandria weliswaar symbolisch is, maar de feiten historisch.

Flandria

Gunst: “Het is geen leugen dat vanaf 1500 steeds meer Europeanen naar Afrika zijn getrokken én omgekeerd, dat er zich een uitwisseling heeft voorgedaan van kennis en ervaring maar ook simpelweg van genen. Grote edellieden uit de familie de’ Medici of die van Poesjkin hadden Afrikaanse roots. Als je je bewust wordt van die vermenging op de domeinen van biologie, politiek, cultuur, wetenschap… dan kun je niet meer ontkennen dat Afrikanen en Europeanen diep verbonden zijn.”

Het is een denken dat vanzelfsprekend in lijn ligt met de eigen geschiedenis van Gunst: “Wij métisses leven met twee culturen, tussen twee ouders. Het zou voor mij onaanvaardbaar zijn om een kant te kiezen. De Vlamingen haten zou voor mij betekenen mijn vader haten en dus een deel van mezelf haten.”

Humor en zelfrelativering

In die verzoenende houding is het werk van Gunst sterk geëvolueerd – de woede die resoneerde in zijn oudere werk lijkt wat geluwd. In de documentaire N-ID: The Stigma of the Negro-Identity (2007) of in de reeks performances onder de noemer VELLER (2011-2013) slachtte Gunst bijvoorbeeld nog een “neger”. Vandaag gelooft hij sterker in de kracht van humor en zelfrelativering dan in de radicaliteit van de woede.

VELLER

Gunst: “Ik ben nog altijd een activist, maar de fase van brutaliteit ben ik voorbij. Woede helpt niet: je verzuipt erin, je wordt erdoor geconsumeerd, je verliest een heldere kijk op de situatie. Pas op: ik vind het uiterst noodzakelijk dat andere kunstenaars wél hun woede laten gelden, zodat we op verschillende fronten strijden. Ik ondersteun ten volle de kunstenaars die een radicale dekolonisatie eisen, die niet langer willen wachten op de beloofde veranderingen. Ik zie mijn werk als aanvullend op dat van hen. Maar je kunt je ofwel buiten het systeem plaatsen ofwel kun je erbinnen werken, en blijven proberen connectie te maken met de tegenpartij. Ik denk dat we beide strategieën nodig hebben.”

muzikaal ritueel

Met Flandria maakt Gunst voor het eerst zijn punt via de kracht van muziektheater, onder de vleugels van het Gentse LOD muziektheater. Flandria begint als een lezing door Gunst zelf, maar schuift gaandeweg op naar een muzikaal ritueel. De operamuziek die componist Benjamin Lycke schreef, zorgt voor een historische subtekst, sopraan Emma Posman verschijnt als de mystieke bruid Flandria. De transformatie die zij ondergaat, is degene die Gunst zelf heeft meegemaakt, en hij vraagt van zijn toeschouwers om dezelfde reis te maken, die resulteert in het omhelzen van de eigen, hybride identiteit. Als dat eenmaal is gebeurd, ligt reële sociale en politieke verandering binnen handbereik.

Flandria

Gunst: “Wie zijn eigen identiteit leert beleven vanuit een gemengd perspectief kijkt anders naar de migranten op straat. Zij zijn niet anders dan ons. Ze maken gewoon deel uit van de migratiestromen die een natuurlijk verschijnsel zijn sinds de vroegste homo sapiens.”

Nu steeds meer kunstenaars van kleur zichtbaar worden, is er een opening voor dat bewustzijn, denkt Gunst. Gunst: “We moeten hard werken nu, veel spreken, veel schrijven, veel produceren. Zodat we zoveel mogelijk mensen confronteren met de vanzelfsprekendheid van dat transnationalisme. Ik denk dat er een momentum is, we moeten het nu grijpen.”

Bekijk hieronder twee video's waarin Roland Gunst zijn Flandria-project toelicht.

 

 
 

 

 

 

Rester au courant

s'abonner au flux RSS