Jonge schrijvers, oude werken - Willem Pije vindt een verrassend dagboekfragment: ‘Sommige mensen leren het nooit’

Met de tentoonstelling 80 jaar oorlog blikt het Rijksmuseum terug op de Opstand die leidde tot de scheiding van de Nederlanden. Op vraag van deBuren wekken achttien jonge auteurs uit Vlaanderen en Nederland elk een artefact uit die expositie tot leven. U kunt al hun teksten op onze blog lezen. Vandaag vindt Willem Pije een dagboekfragment van een verongelijkte schildersassistent: ‘Uren hebben de schriele Johan en ik met een enorm laken staan wapperen.’

 

Lucas I van Valckenborch, 'Aartshertog Matthias als Publius Cornelius Scipio Africanus maior, 1580'. © KHM-Museumsverband, Wenen


Achterklap uit het atelier

Anoniem dagboekfragment van een verongelijkte schildersassistent, gevonden tussen de verzamelde papieren van Lucas I van Valckenborgh. Vertaald naar het modern Nederlands door Willem Pije.

2 november 1579

 

De aartshertog ziet zijn cape graag vliegen. Hij associeert het met het geluid van klapperend stof dat hem achtervolgt als hij met zijn paard door de Nederlanden raast, de provinciën die hij met zijn Habsburgs bloed denkt te verbinden. Niet door het te laten vloeien op de velden die jaren ongeploegd hebben liggen te verpieteren maar door simpelweg zijn naam te verbinden aan de hele onderneming. Uren hebben de schriele Johan en ik met een enorm laken staan wapperen zodat Lucas kon vangen hoe de cape golft. Hij moest constant op precies dezelfde manier langs zijn schouder heen vliegen en over zijn onderarm gedrapeerd worden. Het was bijna alsof er er een echte windvlaag voorbijtrok en hij werkelijk een succesvolle krijgsheer was.

Het wordt nog mooier. ‘Ik heb echt het gevoel dat we naar een gemeenschappelijk doel aan het werken zijn’, hoorde ik hem vandaag tussen neus en lippen beweren. Het enige nieuws dat we hier op het moment ontvangen is van reizigers die met de wildste vertellingen op de proppen komen. Als er ook maar een kern van waarheid zit in deze confabulaties – waar rook is, is vuur – dan lijkt het erop dat zijn zogenaamde bondgenoot Willem van Oranje achter zijn rug van alles aan het bekokstoven is en, in ieder geval, weinig vertrouwen heeft in onze Matthias. Niet dat ik het hem kwalijk neem. Overigens zag ik de aartshertog schichtig om zich heen kijken nadat hij deze woorden had gepreveld, alsof hij stiekem hoopte dat niemand zijn leugen had gehoord.

Voordat ik het vergeet: de aartshertog is een paar dagen geleden door een paard uit het zadel gegooid. Nu trekt hij telkens een pijnlijke grimas als hij op zijn linkerbeen moet leunen. In de loop van de poseersessie verschijnen er zweetdruppels op zijn voorhoofd. De trotse idioot weigert ook nog eens te gaan zitten als Lucas tussendoor zijn verf moet mengen om de gewenste tint rood te verkrijgen. Ook vandaag voegde hij aanvankelijk veel te veel wit toe. Hij doet dit zonder enige schroom en met een naïviteit die bijna aandoenlijk is terwijl hem dit beschamend vaak overkomt. Sommige mensen leren het nooit.

Ik moet wel toegeven dat er soms een glimp van grandeur opduikt tijdens de eindeloze poseersessies. Vandaag bijvoorbeeld. Het was het einde van de dag en het was duidelijk dat Matthias uitgeput was. Hij wist echter toch even, in vol ornaat, zijn gezicht zo te draaien dat hij letterlijk een staatshoofd had. Daaropvolgend zat hij weer met dat slappe handje aan zijn boord te frutselen en was hier weinig van over. Het is in ieder geval niet onopgemerkt gebleven.

 

Wie liever luistert dan leest, vindt hier de door Willem Pije zelf voorgedragen tekst, zoals die is uitgezonden door het literaire nachtprogramma Nooit meer slapen (VPRO) tijdens de Maand van de Geschiedenis.

 

© Marianne Hommersom

Willem Pije (1995) studeert Urban Studies aan University College London en werkt op dit moment aan een scriptie over de representatie van New York in het werk van David Wojnarowicz. Hij schreef eerder voor deFusie en werkt voor Sebes & Bisseling literair agentschap. 

Rester au courant

s'abonner au flux RSS