PEN Vlaanderen steunt levenslang opgesloten Turkse schrijver Ahmet Altan

PEN Vlaanderen steunt levenslang opgesloten Turkse schrijver Ahmet Altan

PEN Vlaanderen heeft de Turkse schrijver en journalist Ahmet Altan benoemd tot erelid. De Vlaamse afdeling van de wereldwijde auteursvereniging komt op voor vrije meningsuiting. De levenslange opsluiting van Ahmet Altan in een Turkse cel vormt daarop een ernstige inbreuk. Volgend jaar publiceert Altan een boek over zijn gevangenschap. In 2008 schreef hij voor Ons Erfdeel vzw een lofzang op zijn moedertaal: ‘Van niets ben ik zo bang het te verliezen als mijn taal.

door Luc Devoldere

 

Op 23 september 2016, in de nasleep van de mislukte coup in Turkije, werd Ahmet Altan (Ankara, 1950) gearresteerd. De schrijver werd ervan beschuldigd “subliminale boodschappen te hebben gegeven om de coupplanners aan te moedigen”. Nadien is hij veroordeeld tot onvoorwaardelijk levenslang met een extra zwaar gevangenisregime. 

Ahmet Altan schreef vijf essaybundels en negen romans, en geldt in sommige kringen als de beste hedendaagse romanschrijver van Turkije. In mei 2019 verschijnt bij uitgeverij De Bezige Bij de essaybundel Ik zal de wereld nooit meer zien, waarin Altan over zijn arrestatie en het leven in de gevangenis schrijft. Voorlopig zal het boek niet in Turkije verschijnen.

Naast Altan heeft PEN Vlaanderen nog een andere Turkse schrijver-journalist tot erelid benoemd: Ahmet Şık. Ook hij werd eind 2016 gearresteerd en gevangengezet. De eerste drie dagen zonder eten en drinken en de eerste acht maanden in eenzame opsluiting en zonder te weten waarvan hij werd beschuldigd. Zijn zaak werd toegevoegd aan die van Cumhuriyet, de krant waar hij voor werkte. Op 9 maart van dit jaar werd Ahmet Şık in voorlopige vrijheid gesteld, maar er hangt hem nog wel een gevangenisstraf van zeven jaar en zes maanden boven het hoofd.

 

Ahmet Altan zit vast in de Silivri-gevangenis, even buiten Istanboel. Hij heeft geen toegang tot boeken. In een interview met Times Literary Supplement had hij het dit najaar over schrijven als politieke daad: “You have to use your pen like a scalpel. We are forced to go outside literature and write directly political pieces. Writing becomes engulfed by politics.

 

 

We zullen Altan hier eren door zijn werk te citeren. In 2007 schreef hij in ons boek Overeind in Babel. Talen in Europa een lofzang op zijn Turkse taal:

 

MIJN MOEDERTAAL

Als ik naar een stad ga die ik niet ken, bezoek ik daar de begraafplaatsen.

Want een van de beste manieren om erachter te komen hoe de mensen in die stad omgaan met het leven is, naar mijn stellige overtuiging, te doorgronden wat hun relatie is met de dood.

Terwijl ik over de stille, schaduwrijke paadjes loop, stuit ik op aanwijzingen over het leven en over de dood.

Daarna bezoek ik de restaurants.

Ik proef er het eten.

De smaken waar ze van houden, de ingrediënten die ze gebruiken, geven me een idee van het klimaat, de grond, de welvaart waarin ze leven.

Ik wandel over straat en kijk naar de mensen die in die stad wonen.

Lopen mannen en vrouwen hand in hand, zoenen ze, lopen de mensen er gehaast, gejaagd, heerst er opwinding...

Op straat zoek ik naar tekenen die wijzen op hun relatie met liefde en tijd.

Ik ga in die stad naar de rechtbanken, de stegen waar de prostituees tippelen, grote warenhuizen waar mensenmassa’s in en uit lopen, bloemisterijen, parken.

Als een landkaart in reliëf begint zich in mijn geest langzamerhand een levenswijze af te tekenen, gefilterd uit het verleden van die stad.

Daarna komt er een geluid dat zich over dit alles heen legt en van al die dingen iets in zich draagt, de taal die de mensen in die stad spreken.

Die taal heeft iets van alles wat ik heb gezien. 

Het leven, de dood, de smaak, het klimaat, de liefde, de tijd klinken met verschillende klanken in die taal door.

Zo worden ook in mijn moedertaal het leven en de dood van mijn stad weerspiegeld.

Net als onze begraafplaatsen is het Turks nogal rommelig, schaduwrijk en weemoedig.

Net als ons eten doen ook heel wat woorden je de tranen in de ogen springen.

En net als er in armenkost veel tomatenpuree gaat, zo zit er in onze taal veel heroïek.

De ontoereikendheid van de rechtbanken wordt weerspiegeld in de taal, die zich niet zo aan regels houdt, geen grote bomen heeft van woorden die van elkaar zijn afgeleid.

Net als nomadische gemeenschappen vormen de woorden onderling kleine groepjes die ieder hun eigen weg gaan.

Als u tussen de woorden doorglipt en de diepte in duikt, treft u daar net als in onze stegen een intense seksualiteit.

Geen enkele taal heeft een tegenhanger van het woord dat wij gebruiken voor vrijen.

Westerlingen bedrijven de liefde, ons woord daarvoor betekent zoiets als wederzijds beminnen, wij vrijen op een manier die doet denken aan een samensmelting van liefde.

Net als op onze straten is ook in onze taal de vrijheid niet zo heel groot, het ligt niet allemaal zomaar open en bloot maar enigszins in het verborgene, betekenissen zijn weggestopt, staan tussen de regels.

Net als onze parken ligt onze taal er wat verwaarloosd bij.

Ook de onbezonnen vrolijkheid van de zigeuners die op hun vaste straathoeken bloemen verkopen, perst zich soms in een plotse uitbarsting tussen de woorden door.

En de kracht en de plundertochten van wat eens een oud imperium was, laten zich overal in de taal voelen, overal waar we zijn geweest hebben we het een en ander vergaard, overal vandaan hebben we woorden en begrippen meegebracht.

Op het eerste gezicht lijkt het Turks op een vijver met lelies, drijvend op de waterspiegel, maar het is ook enigszins te danken aan het verleden als wereldrijk dat de taal verandert in een weidse zee die dieper wordt naarmate je verder zwemt, die zich openstelt voor nieuwe betekenissen, nieuwe woordverbintenissen toestaat.

In zo’n taal schrijf ik.

En dat is de enige rijkdom die ik in het leven heb.

Ik neem deze taal, die getekend is door de dood, het leven, de liefde, vrijpartijen, leed, oorlogen, wraak, passie, moorden, en vind er nieuwe levens mee uit, nieuwe doden, nieuwe liefdes, nieuwe vrijages, nieuw leed, nieuwe vreugde.

Al heb ik geen draad meer aan mijn lijf, al ben ik moederziel alleen, zonder liefde, zonder een rooie cent, zonder vrienden, dan neem ik het Turks ter hand, raak de woorden aan en schep voor mezelf vrienden, liefdes, geld, levens.

In mijn leven begint alles met taal.

Al zou u alles vernietigen, dan nog kan ik als een god met het Turks alles herscheppen.

Van niets ben ik zo bang het te verliezen als mijn taal.

Met woorden val ik in slaap, en met woorden word ik wakker.

Een groot aantal feiten waar ik blind voor was toen ik ze meemaakte, dringen tot me door als ik de woorden naast elkaar zet, slechts met woorden kan ik afdalen in de diepte van ieder gevoel.

De weemoed van mijn landgenoten en mijn taal zet zich vast in bijna alles wat ik schrijf.

Mijn hele leven heb ik aan mijn moedertaal gegeven.

En mijn moedertaal schonk een leven aan mij.

In die taal leef ik.

In die taal wil ik sterven.

En als ik sterf is het die taal waaraan ik mezelf toevertrouw.

Na zoveel jaren vriendschap hoop ik dat deze taal me redt uit de vernietigende klauwen van de dood, dat die me voort laat leven als ik onder de hoge cipressen lig.

Vertaling: Hanneke van der Heijden

Ces articles peuvent également vous intéresser:

Rester au courant

s'abonner au flux RSS