‘Een stilistisch uitgepuurd boek’ - Tommy Wieringa wint de BookSpot Literatuurprijs met ‘De heilige Rita’

‘Een stilistisch uitgepuurd boek’ - Tommy Wieringa wint de BookSpot Literatuurprijs met ‘De heilige Rita’

Tommy Wieringa heeft gisteravond zowel van de jury als van het publiek de BookSpot Literatuurprijs gekregen. De jury had het over ‘een meesterwerk van een rasverteller’. Gwennie Debergh was in Ons Erfdeel wat kritischer, maar had ook lof: Je ziet op iedere pagina dat de auteur zijn métier beheerst.’ Hieronder kun je haar recensie lezen. 

 

IN HET DORP VAN WIM SONNEVELD
De heilige Rita van Tommy Wieringa

Tommy Wieringa schrijft zijn romans zoals een kleermaker in het Londense Savile Row maatpakken naait: de stijl zit als gegoten, de plot valt niet op losse draadjes te betrappen en je komt als klant nooit voor onaangename verrassingen te staan. Dat heeft iets geruststellends, maar wie houdt van gedurfdere couture gaat beter aankloppen bij een ander adres.

Traditie betekent herhaling, en dus roept De heilige Rita reminiscenties op aan Wieringa’s eerdere romans. Aan Joe Speedboot (2005, recensie): er duikt opnieuw een buitenstaander-met-een-vliegtuig op die een besloten gemeenschap ontregelt. Aan Caesarion (2009, recensie): ook de hoofdfiguur van De heilige Rita groeit op met een afwezige ouder, dit keer gaat het om de moeder. Aan Dit zijn de namen (2012, recensie) en De dood van Murat Idrissi (2017): de gevolgen van de wereldwijde migratie blijven Wieringa duidelijk inspireren, en opnieuw word je niet erg vrolijk van het beeld dat hij ermee associeert. 

Sukkels zonder talent

De heilige Rita speelt zich af in het fictieve Mariënveen, een krimpregio aan de Duitse grens waar de achtergebleven deplorables van middelbare leeftijd de hoop op betere tijden hebben opgegeven. “Sukkels zonder het talent om elders te slagen. Wie iets kon, verdween.”

Na drie pagina’s staan de belangrijkste protagonisten op het toneel: “Paul Krüzen had met Hedwiges Geerdink en Laurens Steggink in de klas gezeten.” Paul woont al 49 jaar samen met zijn intussen hulpbehoevende vader in een boerderij en combineert zijn bestaan als mantelzorger met een handeltje in parafernalia uit de Tweede Wereldoorlog. Hedwiges heeft een kruidenierszaak waar de meeste levensmiddelen over hun houdbaarheidsdatum zijn. Zijn klantenbestand neemt jaar na jaar af, een vicieuze cirkel waar hij zich niet meer uit weet te bevrijden. Laurens Steggink runt Club Pacha, een bordeel net over de Duitse grens, en rijdt rond in een rode Ferrari Testarossa. Hij “had geen biografie maar een strafblad.”

Voor het einde van het eerste hoofdstuk heeft Hedwiges al de fatale fout gemaakt die zal uitgroeien tot de katalysator van de roman: in de lokale bar schept hij op over zijn bij elkaar gespaarde kapitaal. Dom, beseft Paul. “Klein blijven, hij had het hem vaker gezegd, altijd kleiner en dommer lijken dan de anderen. Niks hebben en niks kunnen, dat kennen ze, daar kunnen ze mee leven.”

Nadat in het eerste hoofdstuk de hoofdlijnen zijn uitgezet, gaat het verhaal terug in de tijd – ook dat procedé paste Wieringa vaker toe – naar de wittebroodsweken van Pauls ouders, om langzaam terug te keren naar het heden. Het dorp Mariënveen heeft een hoog Wim Sonneveld-gehalte: in de loop der jaren verrijst op de plaats van de oude smidse een verzekeringskantoor en Bar-Feestzaal Kottink verandert in Shu Dynasty, gerund door Chinezen. Die vormen de voorhoede van latere gelukzoekers uit het Oostblok.

Paul bekijkt het met het nodige cynisme: “Steeds meer volk uit het oosten zag hij de laatste jaren komen. Veelal zigeuners, werd gezegd. Bulgaren, Roemenen – je zag het aan de nummerborden van de busjes en autotransporters. De Polen waren er al langer. Inbraken, diefstallen. De zegeningen van het nieuwe Europa. De lege, wetteloze grensstreek was geschikt jachtterrein voor ze.”

Complete paranoia

Het meest haat Paul de Russen, maar die afkeer heeft weinig met de hedendaagse migratiegolf te maken, wel met Anton Rubin, een man die tijdens de Koude Oorlog met een vliegtuigje vluchtte uit de Sovjet-Unie en per toeval neerstort in een maïsveld naast hun boerderij. Hij overleeft de klap en wordt opgevangen door het gezin, waarna Pauls moeder haar echtgenoot en achtjarige zoon voor de indringer in de steek laat. “Hier moeten we het mee doen, jochie” is het fatalistische commentaar van zijn vader. De dialogen tussen Krüzen senior en junior zijn even karig als het bord geprakte aardappelen waarboven ze worden uitgesproken.

Pauls haat voor de Russen zal uiteindelijk escaleren in complete paranoia en leiden tot een grotesk einde van de roman. In afwachting probeert hij zijn verlangen naar geborgenheid te stillen in Club Pacha, waar de prostituee Rita hem troost “als een moeder”. Rond haar nek draagt ze een kettinkje met het medaillon van de heilige Rita, “patrones van de hopeloze gevallen.” Cadeautje van Paul, gekocht tijdens zijn jaarlijkse seksvakantie op de Filipijnen.

Wieringa registreert de situatie van zijn personages zonder te moraliseren. Hij heeft meermaals aangegeven dat de roman op autobiografische ervaringen is gebaseerd en heeft weinig woorden nodig om over zijn herinneringen een sluier van algehele tristesse te draperen. Stilistisch is De heilige Rita een uitgepuurd boek. Ook in dat opzicht is de oude Wieringa de nieuwe Wieringa. Je ziet op iedere pagina dat de auteur zijn métier beheerst.

meer durf

In een gesprek met het Vlaamse weekblad Humo (24/10/2017) vergeleek Wieringa de tanende populariteit van de roman met de toenemende kijkcijfers van televisiereeksen. Anders dan die reeksen is de roman volgens hem “per definitie een halffabricaat: hij moet worden voltooid in het hoofd van de lezer, hij dwingt tot participatie en is daardoor onvervangbaar”.

Dat kan kloppen, maar wie beide genres met elkaar vergelijkt, moet ook toegeven dat het uitgerekend audiovisuele genres zijn die het voorbije decennium steeds meer narratologische durf hebben getoond. Verrassende vertelpatronen zijn meer mainstream geworden in films en televisieseries, terwijl zich in de literatuur de omgekeerde beweging lijkt te hebben voorgedaan: steeds verder weg van de (postmoderne) vormexperimenten, en terug naar het klassieke, lineair vertelde verhaal, waarin de lezer intellectueel helemaal niet zo hard op de proef wordt gesteld. Wieringa is in mijn ogen een belangrijke vertegenwoordiger van die evolutie sedert de voorbije vijftien jaar en ik vraag me af of de literatuur niet stilaan weer wat meer formele durf tentoon zou mogen spreiden.

Die bedenking doet geen afbreuk aan het vakmanschap waarmee De heilige Rita is gemaakt. Liever Savile Row dan Oxford Street, maar voor exuberantere stoffen en gewaagdere patronen moet je elders zijn.

Gwennie Debergh / Foto © Gary Doak

Tommy Wieringa, De heilige Rita, De Bezige Bij, Amsterdam, 2017, 286 p.

 

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed