‘Nederland en Vlaanderen spelen in de eredivisie van de grensoverschrijdende samenwerking’

‘Nederland en Vlaanderen spelen in de eredivisie van de grensoverschrijdende samenwerking’

‘Samenwerken loont’: trap je geen openstaande deur in met die stelling? Het was in ieder geval de titel van een colloquium dat op zaterdag 1 december in Bergen-op-Zoom werd georganiseerd door het Algemeen Nederlands Verbond (ANV) en de Beweging Vlaanderen-Europa, samen met nog een tiental andere organisaties. Dirk Van Assche van Ons Erfdeel vzw was erbij en noteerde zijn bevindingen. Hoe intenser de samenwerking wordt, hoe meer behoefte er is aan structuur.

door Dirk Van Assche

De inleiding van het colloquium ‘Samenwerken loont – Troeven voor de Lage Landen’ werd gehouden door Daan Schalck, ceo van North Sea Port, de fusie van het Vlaamse Havenbedrijf Gent en het Nederlandse Zeeland Seaports. Zo is een nieuwe grote haven gecreëerd en de voordelen daarvan zijn groot, zei de ceo. North Sea Port biedt toegang tot de Noordzee en tot het Europese netwerk van binnenwateren. Er zijn 525 bedrijven gevestigd en de haven verschaft rechtstreeks en onrechtstreeks werk aan bijna 100.000 mensen. 

Daan Schalck © Dirk Van Assche

De havenfusie is een voorbeeld van hoe samenwerking tussen Nederland en Vlaanderen ook in de “harde” sectoren loont. Maar er moet uiteraard nog heel veel werk gedaan worden. De twee vroegere havenbedrijven moeten nog verder geïntegreerd worden, er moet een grensoverschrijdende infrastructuur gerealiseerd worden, de arbeidsmarkten moeten beter op elkaar afgestemd worden, enzovoort. 

Toch is North Sea Port voor Schalck een voorbeeld van een succesvolle samenwerking. Hij gaf daarvoor vijf redenen:

  • men is niet vertrokken vanuit een bepaalde ideologie maar vanuit een verhaal
  • de partijen hebben elkaar van bij de start als gelijke beschouwd
  • de cultuurverschillen werden goed in het oog gehouden en zelfs gekoesterd
  • veel aandacht ging naar de stakeholders
  • er werd over gewaakt dat men nooit in een strijdmodel terechtkwam

Jan Hautekiet, Rint Sybesma, Nozizwe Dube, Godelieve Laureys en Maarten Vidal © Dirk Van Assche

debat 1: taal als drager van cultuur

Klonk Schalcks inleiding erg positief, dan was de toon tijdens het eerste panelgesprek, over “Taal als drager van cultuur”, al iets somberder. Al snel kwam de verengelsing van het hoger onderwijs ter sprake.

Rint Sybesma, sinoloog aan de universiteit van Leiden, was van oordeel dat we als taalgemeenschap een halt moeten toeroepen aan deze evolutie. Nozizwe Dube, studente rechten met Zimbabwaanse roots en tot in 2017 voorzitster van de Vlaamse jeugdraad, riep op tot meer nuance in dit debat. 

Godelieve Laureys, emeritus hoogleraar uit Gent en presidente van de Orde van den Prince, wees erop dat de evolutie in Vlaanderen en Nederland niet parallel verloopt. In Vlaanderen bestaat er een conscensus dat de bacheloropleidingen voornamelijk in het Nederlands worden gegeven. Engels kan maar vanaf de masteropleidingen. Die consensus zou voor het hele taalgebied moeten gelden, vond ze.

Er werd gevraagd om een duidelijk taalbeleid door de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO) en door de visitatiecommissies. Zij waarderen een duurzaam beleid dat “taal wil verankeren in alle domeinen van de opleiding”.

debat 2: Samenwerken aan een innovatieve ruimte

Het tweede panelgesprek ging over “samenwerken aan een innovatieve ruimte”, waarbij de focus meer lag op concrete, economische en beleidsmatige samenwerking. Moderator Axel Buyse had het in zijn inleiding over “welgemeend, gedeeld eigenbelang” als basis daarvan. Hij wist ook te vertellen dat de IJzeren Rijn, die nu 3RX genoemd wordt en al jaren de discussie domineert, vandaag naar een oplossing evolueert. Daar was echter ook nog inbreng vanuit Berlijn voor nodig.

Nederland en Vlaanderen spelen in de eredivisie van de grensoverschrijdende samenwerking, zei Hans Mooren (Benelux). Daardoor krijg je ook wel meer knelpunten in de wetgeving, zegt hij, en is er bijgevolg meer behoefte aan structuur in de samenwerking. Erik ter Hark, voorzitter van Benelux Business Roundtable, noemde de arbeidsmobiliteit een probleem waarvoor er dringend een oplossing moet komen.

De burgemeester van Bergen-op-Zoom, Frank Petter, sloot de namiddag en beaamde dit. De inwoners van zijn stad zijn zeer op Antwerpen gericht en toch gaan er maar weinig daar werken. Blijkbaar zijn de barrières, ook op bestuurlijk vlak, toch nog te hoog. Hij wees bijvoorbeeld op de gebrekkige informatie over de kerncentrale van Doel. 

Maar, zo besloot de burgemeester, we moeten vooral tonen waar de samenwerking wél is geslaagd. Tot slot gaf hij nog enkele thema’s aan waarover in de onmiddellijk toekomst moet wordensamengewerkt: het herdenkingstoerisme rond het einde van de Tweede Wereldoorlog (75 jaar geleden in 2020); samenwerking rond verduurzaming en ten slotte rond veiligheid en drugscriminaliteit.

Dat samenwerking loont, is duidelijk. Maar er zijn nog heel veel praktische problemen en hoe intenser die samenwerking wordt hoe meer knelpunten om een oplossing vragen. Het is dus zeker nuttig om daar zo nu en dan een colloquium aan te wijden.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed