Anneke Brassinga wint P.C. Hooft-prijs 2015 met omgekeerde, uitgeklede en opnieuw uitgedoste taal

 

 

 

 

 

Hoe stiller ik sta hoe meer ik minder –
de ruimte valstrik, genade neemt met sprongen af
tot vonk van dwaallicht rond het bokkige:
redeloos onding ik.

De nederlaag zal overwinning zijn op
al mijn schijngestalten -
om te willen wat moet:
ontketend ontbreken

       ‘Tak the dede’, uit: Het wederkerige, De Bezige Bij, Amsterdam, 2014.

“Je kan wel zeggen dat de mens zich overal bij moet neerleggen, dat hij moet genieten van het leven, maar dat vind ik onzin. Er zijn momenten die je moet verduurzamen. Daar besta je voor. En dat kan in een gedicht.”

       Anneke Brassinga in de Poëziekrant, jaargang 38, nummer 7-8, december 2014.

 

Anneke Brassinga (Schaarsbergen, 1948) krijgt de P.C. Hooft-prijs 2015 voor haar gehele poëtische oeuvre. “Wie gedichten van Anneke Brassinga leest, stapt binnen in een geestverruimend heelal van taal. In elk gedicht openen zich onvermoede vergezichten van zeggingskracht. De taal wordt omgekeerd, uitgekleed en weer opnieuw uitgedost totdat alle registers die er ooit in voorgekomen zijn weer meedoen”, schrijft de P.C. Hooft-jury over haar werk.

 

Ons Erfdeel heeft het oeuvre van Brassinga goed gevolgd. Hieronder vind je een overzicht met links naar de integrale artikelen.

Ver van het anachronisme
In 2011 besprak Patrick Peeters de bundel Ontij. “De inherente spanning tussen traditie en eigentijdsheid houdt Brassinga’s verzen levend en ver van het anachronisme”, schreef hij.

Lees hier de recensie.

Naakte strijdlust
Piet Gerbrandy karakteriseerde het oeuvre van Brassinga als “naakte strijdlust tegen het ontbrekende” in een uitgebreid artikel met die titel. “Poëzie is een natuurverschijnsel dat geboren wordt uit adem, hartslag, klanken, idiomatische uitdrukkingen en flarden literatuur, maar maakt deel uit van dezelfde wereld als fruitbomen, schilderijen, Parijse boulevards, Mozart en oma’s kraantjeskan. Brassinga laat zich graag inspireren door wat andere kunstenaars aan de wereld hebben toegevoegd.  (...) Gedichten zijn van woorden en zinnen gemaakt, maar hoe nieuw de taal van een gedicht ook is, zij heeft altijd een geschiedenis. Citeren en alluderen zijn bij Brassinga tot een tweede natuur geworden, waarbij er geen principieel verschil is tussen een verwijzing naar Gorter en het aanhalen van merelzang, een adagio van Beethoven of het ruisen van de branding”, schreef Gerbrandy over Brassinga's werk.

Lees hier de volledige tekst.

Poëzie om te proeven
Koen Vergeer besprak in 2005 de verzamelde gedichten van Brassinga. Dit schreef hij over de dichteres en haar werk: “Brassinga, die naast poëzie ook proza en essays schrijft en vertaalt uit het Duits en het Engels, is de jongste jaren uitgegroeid tot één van de belangrijkste auteurs van ons taalgebied. (…) Wachtwoorden is een bundel vol betoverende gedichten om bijna letterlijk te proeven, om je steeds weer aan te verlustigen, in te verliezen.”

De volledige recensie staat hier.

Het sublieme en het banale
In 1999 schreef Knack-boekenman Frank Hellemans over dichters die zich aan proza wagen, onder de titel: “De verteller als koele minnaar”. Hellemans citeert en analyseert Brassinga als volgt: “Het sublieme wisselt af met het banale maar uiteindelijk gaat het om de passie en die wil elke schrijver ondubbelzinnig vorm geven en zó aan de lezer doorgeven: ‘Nee, ik houd niet meer van het slobberige dat men vloeibaar of simultaan denken noemt. Ik kan wel mij een vergiet wanen waar impressies en gedachtengolven doorheen stromen maar ik kan niet uit het bezinksel een gescratchte sampling maken (...). Het bestaan is geen eindeloze reeks componeer- en assemblagetechnieken, het is muziek, gespeeld voor een hardhorend gehoor in een belendende zaal, dat af en toe een doffe flard opvangt. (...) Alleen passie - voor vlinders, personen, oude gebouwen - zorgt, soms, voor een keiharde, welluidende solo’ (...). Terloops noteert Brassinga hier haar eigen poëtica zonder echter een dergelijk duur woord te willen gebruiken.”

Lees hier zijn verdere bevindingen.

Fascinerende woordenbrij

Elke Brems recenseerde in 1999 de bundel Huisraad. “Anneke Brassinga produceert een fascinerende woordenbrij. Het is nodig om eventjes een gevoel van irritatie te overwinnen om daarvan te kunnen genieten. Ook is het niet verstandig krampachtig naar betekenis te verlangen. Alvast op het eerste gezicht valt er vooral muzikaal genot te halen uit deze poëzie”, noteerde ze.

Lees hier de volledige recensie.

Foto: Chris van Houts.

Hartstochtelijke gedichten
De bundel Thule werd in 1992 besproken door Ed Leeflang. Hij schreef: “Brassinga's poëzie is niet eenvoudig. De lezer moet bedacht zijn op subtiliteiten en heeft te vrezen dat hij er daarvan over het hoofd ziet. Het merkwaardige vind ik dat zoveel gedichten je ondanks de onzekerheid over de interpretatie meteen overtuigen. (…) In taalrijkdom en diepzinnigheid kan men zich als dichter niet zonder risico's begeven. Anneke Brassinga exploreert beide en het levert gewaagde, originele en ook hartstochtelijke gedichten op.”

Hier staat de volledige recensie.

Nieuw door ouderwetsheid
Jan van der Vegt schreef in 1988 over “Brassinga's tweede debuut” in een recensie van Brassinga’s officiële debuut uit 1987, Aurora. Dat blijkt een bewerking te zijn van Brassinga's debuut, een in 1985 in een beperkte oplage verschene bundel met zeventien gedichten. In Aurora zijn die tot negenendertig gedichten uitgebreid. Van der Vegt noemt het opvallend dat Brassinga hier “een stap terug doet in de poëziegeschiedenis en dat ze daarbij niet de inmiddels al tot een cliché geworden ironie van de vorm toepast”. Ook zie hij in “de ‘ouderwetsheid’ van een aantal gedichten in deze bundel iets nieuws”.

Lees hier de volledige tekst.

P.C. Hooft-prijs
Deze P.C. Hooft-prijs, die een jaarlijks een geheel oeuvre bekroont, is dit jaar bestemd voor poëzie en wordt uitgereikt op een feestelijke bijeenkomst in het Letterkundig Museum, op donderdag 21 mei 2015, de sterfdag van de naamgever van de prijs, de dichter P.C. Hooft (1581-1647). Recente eerdere laureaten in het genre poëzie waren Tonnus Oosterhoff (2012), Hans Verhagen (2009) en H.C. ten Berge (2006). Aan de prijs is een bedrag verbonden van € 60.000.

De P.C. Hooft-prijs 2015 voor Anneke Brassinga is toegekend na het oordeel van een jury met Wim Brands, Anja de Feijter, Rozalie Hirs en Erik Lindner, onder leiding van voorzitter Maaike Meijer.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed