Bericht uit Frankfurt: Habe ich das geschrieben?

Het was een goed idee om in Frankfurt schrijvers met elkaar in gesprek te brengen die, hoewel heel verschillend, in hun boeken toch met hetzelfde bezig zijn.

door Luc Devoldere vanuit Frankfurt (slot)

Zo hadden Douwe Draaisma en Tom Lanoye, bien étonnés de se trouver ensemble, het over dat wonderlijke en feilbare geheugen van ons, de eerste herinneringen en de distortie, de constructie, zelfs de volledige uitvinding van die herinneringen. Lanoye herinnerde zich bijvoorbeeld dat hij, toen hij uit zijn moeder floepte, onmiddellijk met haar begon te discussiëren. Draaisma stelde à la Max Frisch lastige vragen aan het publiek: “Zou u, gesteld dat er een vergeetknop bestond, een bepaalde herinnering uit uw geheugen willen wissen? En: “Zou u uit het geheugen van iemand anders een bepaalde herinnering over u willen wissen?” Waarom antwoordt u op de eerste vraag ”nee” en op de tweede “ja”? Waarna Lanoye ons nog – onverwacht en ongevraagd – vergastte op een stuk Risjaar ‘Modderfokker’ Den Derde in over elkaar buitelende talen. Altijd opletten met Tom of hij neemt het over.

(lees verder onder de video van Lanoye)

 

Van Reybrouck en Pfeijffer

David Van Reybrouck en Ilja Leonard Pfeijffer (op de foto bovenaan, met zijn uitgever) hadden het dan weer over de crisis van de democratie. De classicus Pfeijffer lichtte de cyclus van politieke systemen toe, zoals we die bij Aristoteles en Polybius vinden: hoe monarchie, de staatsvorm geleid door één sterke man, kan en zal ontaarden in tirannie; aristocratie, een staatsvorm waarin een elite heerst, in oligarchie, en democratie in “ochlokratie”, de tirannie van de massa (voor Aristoteles zou onze soort democratie overigens al gelden als ontaard). Het komt erop aan die cyclus te breken, maar hoe? Van Reybrouck hield het bij zijn stelling dat verkiezingen niet volstaan om van een echte democratie te spreken, dat we de burgers moeten betrekken bij het beslissingsproces, dat de representatieve democratie versterkt en gerevitaliseerd moet worden door een deliberatieve politiek, dat het systeem van “lottrekking” daarvoor kan gebruikt worden. Pfeijffer wierp op dat de meeste problemen waarover moet beslist worden, zo gecompliceerd zijn dat we ze eigenlijk aan specialisten, technocraten dus, moeten overlaten. Waarna de interviewster maar verderging met de vraag hoe het Pfeijffer in Genova beviel. De schrijver antwoordde dat het licht van het zuiden hem het meest had veranderd: het had hem minder angstig gemaakt om “helder” te zijn. Zo kan een gesprek dat hoffelijk en somberend verliep, ook eindigen.

Wankelende mensen

Veel zou nog te zeggen zijn over o.a. Turkije, Koerdistan, Armenië en Syrië, allen aanwezig met een stand in Frankfurt, op schietafstand; over wankelende mensen, met een immense bril blind gemaakt, en belast met een astronautenrugzak met beeldscherm, die duidelijk niet meer op een boekenbeurs in Frankfurt waren, alhoewel ze wel aarzelend hun weg zochten die ze niet vonden in de beursgangen: ze bevonden zich in een parallel, virtueel universum – god mag weten wat ze zagen, maar boeken zullen het niet geweest zijn; over de Libreria Editrice Vaticana, waar ik de encyclieken van de paus in alle mogelijke talen vond, maar niet in het Latijn.

Alleen nog dit.

Ik zag een oude, beroemde schrijver vermoeid zitten op een radiator, boos uithalend naar zijn vrouw omdat ze in het labyrint van de Buchmesse blijkbaar altijd de weg verloor.

Ik zag een meisje met een tas waarop stond: “Thank God it’s Friday”, maar dat wilde ik nog niet doen.

Ik zag een schrijver die na een nachtje stappen zich toch nog met gratie door een Duitse vertaling van zijn tekst heenwerkte, zichzelf verwonderd onderbrekend met “Habe ich das geschrieben?” en “Was is Deutsch eine wunderbare Sprache”, ons eraan herinnerend dat boeken niet bestaan zonder vertalers.

EINE LEIDENSCHAFT

Ik las in de Frankfurter Allgemeine van zaterdag 22 oktober (nog altijd un monsieur, ce journal) dat ook de meeste Duitse schrijvers nauwelijks van hun boeken alleen kunnen leven, maar dat is niet zo erg misschien, want Bodo Kirchhoff, die het wel redt met lezingen en cursussen, zei daarover: “Schreiben ist kein Beruf, bei dem man den Anspruch haben kann, Geld zu verdienen. Schreiben ist eine Leidenschaft.”

Schrijvers aller landen, niet alles, maar genoeg is door u gezegd. Maak uw valies. Kijk niet meer om naar uw hotelkamer. Terug naar uw honk, uw moleskineschriftje en laptop, en aan het werk. Schreiben ist eine Leidenschaft.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed