De Poëzieweek bij Ons Erfdeel (7 en slot): ‘Zelfde liedje’ van Lieke Marsman

De jongste mag het licht uitdoen in deze zevende en laatste aflevering van de Poëzieweek-special op onze blog: Lieke Marsman (1990).

Het gedicht dat in onze bloemlezing Un grand cru staat en dat je hieronder kunt lezen, heet ‘Zelfde liedje’.

Het gedicht komt uit Marsmans poëziedebuut Wat ik mijzelf graag voorhoud (Van Oorschot, 2010).

Die bundel was in het jaar na verschijnen meteen goed voor zowat alle belangrijke debuutprijzen.

Eerst ontving Marsman de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. Die schreef in haar rapport: “Door de eigenzinnige visie op de wereld, de beheersing van de poëtische trukendoos en het geloof in de poezie, waarbij humor en zelfspot niet ontbreken, biedt haar debuutbundel uitzicht op een authentiek dichterschap.”

Daarna ontving ze op één dag tijd twee prijzen: eerst de Debuutprijs Het Liegend Konijn, waarbij de jury sprak van “een opmerkelijk voldragen en overtuigend debuut”. Later die dag volgde de C. Buddingh’-prijs, met een alweer lyrische jury: “Haar gedichten hebben iets van onvoorspelbaar meanderende beken, draaikolken en taalwoelingen, waarbij je telkens even een glimp opvangt van de formidabele vis die hier in en uit het water springt.”

In 2014 verscheen bij Van Oorschoot  de tweede bundel van Lieke Marsman, De eerste letter. Die is samen met haar debuut besproken in Ons Erfdeel, door Kila van der Starre. Haar recensie kun je hier lezen.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed