En wat met het Nederlands ? - Et le néerlandais, alors ?

De belangstelling voor de Vlaamse streektaal van Frans-Vlaanderen neemt de laatste tijd zeer toe. Dat merkt men o.a. aan het groot aantal plaatselijke politici dat zich uitspreekt voor het gebruik van deze streektaal in het onderwijs en in het openbaar leven. De acties die de Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele voert, liggen daar zonder twijfel van aan de basis. Deze Akademie is de spreekbuis voor de  Frans-Vlaamse streektaal. Zij benaderde de Franse minister en het ministerie van onderwijs in Parijs met de vraag om het Frans-Vlaams dezelfde rechten te geven als de andere regionale talen in Frankrijk. Ze richtte zich nu ook tot de gemeenten in Frans-Vlaanderen om het  charter “Ja om ’t Vlamsch - Oui au flamand” te ondertekenen. In dat charter wordt aan de gemeenten gevraagd om hun gehechtheid aan het plaatselijk erfgoed en aan de regionale taal uit te spreken en ook te tonen. De Akademie doet een veertigtal voorstellen waarmee de gemeenten uiting kunnen geven aan hun gehechtheid aan erfgoed en taal. Die gaan van het aanbrengen van tweetalige signalisatieborden, een tweetalige huisstijl voor de gemeenten, het uitvoeren van studies over het regionale erfgoed en de taal en ten slotte uiteraard ook het geven van financiële steun. Verschillende gemeenten hebben het charter al getekend en nu is ook Belle (Bailleul) van plan om dat te doen.

Het is opvallend dat in al deze acties de band met het Nederlands niet of nauwelijks ter sprake komt en voor een stad als Belle (Bailleul) lijkt ons dit toch vreemd. Deze stad heeft sinds 1969 het voortouw genomen in het onderwijs van het Nederlands en ze werd heel vaak als voorbeeld genoemd van een goede aanpak van dit onderwijs, zeker in het kleuter- en lager onderwijs. Het is dan ook niet toevallig dat precies daar het Huis van het Nederlands is gevestigd. Het lijkt ons dan ook aangewezen dat men in deze actie niet streeft naar tweetaligheid, maar wel naar drietaligheid: namelijk Frans, Frans-Vlaams én Nederlands. En dat lijkt ons logisch voor alle grensgemeenten. Op die manier wordt de hand uitgestoken naar de taalgenoten aan de overkant van de grens, waar het Nederlands op alle niveau’s de standaardtaal is.

De kennis van het Frans-Vlaams is belangrijk. Het is immers niet alleen het oudste Nederlandse dialect, maar er zijn in Frans-Vlaanderen ook nog heel wat teksten in deze taal geschreven die nog moeten worden onderzocht. Volgens Dorian Cumps, docent aan de Sorbonne en belast met een inspectieopdracht voor het onderwijs van het Nederlands in Frankrijk, is de kennis van het standaard Nederlands de uiteindelijke doelstelling van het onderwijs Nederlands in Frankrijk, maar kan de kennis van “het Vlamsch” zeker een gunstige rol spelen in het behalen van dat doel.

De kennis van de Frans-Vlaamse streektaal is dus belangrijk, maar laten we toch vooral ook niet het Nederlands vergeten, de standaardtaal van 23 miljoen buren.

 

Le flamand de France connaît ces derniers temps un vif regain d’intérêt. Pour preuve, le grand nombre d’élus locaux qui en prônent l’usage dans l’enseignement et la vie publique. Les actions menées par l’Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele (Institut de la langue régionale flamande) n’y sont sans doute pas étrangères. L’ANVT-ILRF, porte-voix du flamand de France, a prié la ministre et le ministère de l’Éducation nationale d’accorder au flamand les mêmes droits que ceux dont jouissent les autres langues régionales en France. L’Institut s’est également adressé aux communes de Flandre française pour qu’elles signent la charte Ja om ’t Vlamsch - Oui au flamand. Dans ce document, il est demandé aux communes de signifier et manifester leur attachement au patrimoine local et à la langue régionale. L’Akademie voor Nuuze Vlaemsche Taele a dressé une liste de quarante actions à mener en faveur d’une signalétique bilingue et de la promotion du bilinguisme. Ces initiatives portent, entre autres, sur la mise en place de panneaux bilingues, sur une communication bilingue pour les mairies, sur la réalisation d’enquêtes sur le patrimoine linguistique flamand dans la région et, bien entendu, sur la recherche d’aides financières à différents projets. Différentes municipalités ont déjà signé cette charte et celle de Bailleul s’apprête à le faire.

Il est frappant de voir que toutes ces actions passent pratiquement sous silence le lien avec la langue néerlandaise. Dans le cas de Bailleul, cette démarche nous paraît pour le moins étrange. Cette ville  est depuis 1990 la figure de proue de l’enseignement du néerlandais, souvent donnée comme modèle pédagogique, notamment dans l’enseignement primaire. Ce n’est donc pas un hasard si la Maison du néerlandais y a été établie.  Nous pensons que ces actions devraient  viser non le bilinguisme mais le trilinguisme (français, flamand de France et néerlandais). Cette démarche n’aurait rien d’illogique, à notre humble avis, pour toutes les communes frontalières. Ce serait une main tendue à la Flandre belge, de l’autres côté de la frontière, où le néerlandais est la langue standard à tous les niveaux.

Il est important de connaître le flamand de France. Non seulement c’est le plus ancien dialecte néerlandais, mais  il reste en Flandre française de nombreux textes écrits dans cette langue qui méritent d’être étudiés. Selon Dorian Cumps, maître de conférences à la Sorbonne et chargé d’une mission d’inspection générale pour l’enseignement du néerlandais en France, la connaissance du néerlandais standard est le but ultime de l’enseignement de la langue néerlandaise en France, mais que la connaissance du « Vlaemsch » peut certainement jouer un rôle constructif pour y parvenir.

La connaissance en France de la langue régionale flamande compte, mais n’oublions pas, surtout, le néerlandais, langue standard de 23 millions de voisins.

Foto/photo: Michael Depestele