Gerrit Kouwenaar (1923-2014)

"Het is niet zo dat ik zit te werken om voor mezelf een standbeeld op te richten (...). Er komt een eind aan, en sommige bomen die groeien een beetje langer door dan andere, maar op een bepaald moment moeten ze altijd omgehakt worden en vallen ze om. Zo is dat. Ik zou het leuk vinden als ik na mijn dood nog een beetje blijf staan. Maar eeuwigheden houden mij niet bezig." 


In zijn woonplaats Amsterdam is vandaag de dichter Gerrit Kouwenaar overleden. Hij werd 91 jaar. Dat meldt zijn uitgeverij, Querido, in een persbericht.

In 2008 bracht Ons Erfdeel Gerrit Kouwenaar en zijn broer, de in 2011 overleden schilder David Kouwenaar, samen voor een reeks memorabele gespreken. Het uitgebreide verslag daarvan, waaruit ook bovenstaand citaat komt, kun je hier lezen. 

In onderstaande unieke filmpje zie je de broers Kouwenaar gedichten van elkaar voorlezen. 

 

 

Gerrit Kouwenaar (Amsterdam, 1923) was een van de grootste dichters van ons taalgebied. Hij maakte deel uit van de Vijftigers, de experimentele groep dichters die de Nederlandse vleugel van de Cobragroep vormde, en was redacteur van het tijdschrift Podium. Naast zijn oorspronkelijke oeuvre maakte Kouwenaar vertalingen van toneelstukken van onder anderen Brecht, Weiss, Sartre en Pinter. Voor deze vertalingen kreeg hij in 1967 de Martinus Nijhoff Prijs.

Rijk oeuvre - zie Ons Erfdeel-recensies

Gerrit Kouwenaar publiceerde talloze dichtbundels, die werden verzameld in Gedichten 1948-1978 en in Helder maar grijzer. Gedichten 1978-1996 (Ons Erfdeel-recensie hier).

De tijd staat open (1997, Ons Erfdeel-recensie hier) werd bekroond met de VSB Poëzieprijs, Totaal witte kamer (2003, Ons Erfdeel-recensie hier) met de Karel van de Woestijne-prijs en de KANTL-poëzieprijs.

In 2005 schreef hij de Gedichtendagbundel Het bezit van een ruïne. In het najaar van 2008 verscheen Vallende stilte, een keuze uit eigen werk ter gelegenheid van zijn vijfentachtigste verjaardag.

In het voorjaar van 2009 kreeg Kouwenaar de Meesterschapsprijs van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In 1970 was hem al de P.C. Hooftprijs toegekend, in 1989 werd hij bekroond met de Prijs der Nederlandse Letteren.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed