Hugo Brandt Corstius (1935-2014)

"Wie mij leest moet zelf ook werk doen. Hij moet uitzoeken wat ik meen, wat ik niet meen, wat ik lieg en een enkele keer waarin ik me vergis."

In Amsterdam is vandaag schrijver en wetenschapper Hugo Brandt Corstius op 78-jarige leeftijd overleden. Hij was al enige tijd ziek.

Polemist
Hugo Brandt Corstius werd bekend als schrijver van columns, recensies, artikelen en essays in onder meer de Volkskrant, NRC Handelsblad en Vrij Nederland. Niet zelden waren zijn teksten uiterst polemisch – meteen ook de reden voor de enorme rel rond de P.C. Hooftprijs in 1984. Die staatsprijs was toen door de jury aan Brandt Corstius toegekend voor zijn essayistische werk. De toenmalige minister van Cultuur weigerde de jury te volgen omdat hij meende dat Brandt Corstius “het kwetsen tot instrument had gemaakt”. Gevolg: de P.C. Hooftprijs werd drie keer niet uitgereikt, en kwam nadien in handen van een onafhankelijke stichting. In 1987 kreeg Brandt Corstius de prijs alsnog. De man bekeek het hele schouwspel naar verluidt met nauwelijks verholen plezier.

Tientallen pseudoniemen
Brandt Corstius publiceerde zijn werk onder diverse pseudoniemen, waarvan Battus, Stoker en Piet Grijs de bekendste zijn. Hij zou wel zestig pseudoniemen hebben gehad. Haast evenveel epitheta worden hem vandaag toegedicht in de artikelen die verschijnen naar aanleiding van zijn overlijden. Alleen al in Aleid Truijens’ in memoriam in de Volkskrant vinden we dit rijtje: wiskundige, taalkundige, atheïst, republikein, vegetariër, allesweter en alleskunner, bestrijder van domheid, taalknutselaar, briljante gelijkhebber, beroepskwetser, hartstochtelijk hater.

Wetenschapper

Naast schrijver was Brandt Corstius ook wetenschapper: hij studeerde wiskunde, werd al vroeg een specialist in de informaticawetenschap, promoveerde met een proefschrift over computertalen en schreef ook veel over de Nederlandse taal. Al houden de boeken en artikelen over dat laatste thema zich niet zelden schuil in de schemerzone tussen literatuur en wetenschap.

Zijn bekendste boeken zijn wellicht Opperlandse taal- & letterkunde uit 1981 en de opvolger Opperlans woordenboek uit 2007.

Brandt Corstius in Ons Erfdeel
Hugo Brandt Corstius schreef zeven artikelen voor Ons Erfdeel. Je vindt hieronder een overzicht. Alle artikelen zijn online te lezen:

Ons Erfdeel over Brandt Corstius
Twee maal besteedde Ons Erfdeel aandacht aan het werk van Hugo Brandt Corstius. In 2006 schreef Ewoud Sanders een recensie van de bundel met korte stukjes Klein maar zijn. Daarin citeert Sanders een tekst van de man uit 1965 waarin hij het internet lijkt te voorspellen, hij noemt het zelfs ‘denknet’:

"In mijn straat staan zeker honderd sets encyclopedieën, in heel Nederland wel over het miljoen. Een centrale computer kan de beste, meest up-to-date encyclopedie herbergen en iedere abonnee op het denknet kan op elk moment elke informatie krijgen die hij vraagt."

Ook deze quote, die je ook bovenaan dit bericht kon lezen, zegt veel over Brandt Corstius:

"Wie mij leest moet zelf ook werk doen. Hij moet uitzoeken wat ik meen, wat ik niet meen, wat ik lieg en een enkele keer waarin ik me vergis."

Lees hier de volledige tekst van Sanders.

In 1991 schreef Cyrille Offermans een uitgebreid artikel over de teksten van Piet Grijs (en andere pseudoniemen van Brandt Corstius). Daaruit dit mooie citaat over de columnist:

“Minstens éénmaal moet hij erin slagen om ons, voor we weer met de ernst van het leven worden geconfronteerd, te doen geloven dat alles, mits maar dom genoeg bekeken, onzin kan zijn. En dat is een taak waar Grijs zich voortreffelijk, en wat mij betreft als geen ander, van kwijt.”

Lees hier de volledige tekst van Offermans.

Jelle, Aaf en Merel

Hugo Brandt Corstius laat drie kinderen na: Jelle, Aaf en Merel. Zoon Jelle, journalist en reportagemaker, schreef bij de bekendmaking van het overlijden van zijn een vader een korte boodschap op Twitter: de palindromische zin "Pa, 'k loop tot poolkap". In 2010 schreef hij al een mooie ode aan zijn "excentrieke vader" in Het Parool. Aaf Brandt Corstius neemt vandaag in haar Volkskrant-column afscheid van haar vader, die ze "mijn god" noemt.

NIETgedicht

Tot slot hieronder nog een gedicht van zeventien achtregelige coupletten dat Hugo Brandt Corstius ons in 2010 toestuurde - waarbij hij de redactie aansprak met "Erfdeel!" - en dat hij "graag zonder nadere uitleg" in Ons Erfdeel wou zien. Later definieerde hij dit soort teksten als NIETgedichten: "Geen rijm, of verhaal, maar taalkundige idiotieën."

Langstaartblauwtje meedeint, euritmie omhoogvoert, vrouwcultuur uitbijt

Volk der Hongaren ziet vaak hangover van een valk.
Vloog van jouw huis de hele dag een vlag?
Voel je je goed na die ongelukkige dwaze val?
Houd jij echt weer van diezelfde  vrouw die je toen had?
Dus dat vod om je nek noem jij een das?
Huurt ze misschien voor een paar jaar jouw hart?
Duik je nog eens keer van dat lage dak?
Wijs je me nog eens waar je destijds was?

Vloog  die vlag de lucht in bij zo’n keiharde vlaag?
Moet ik mij echt houden aan die malle maat?
Houd jij dan werkelijk echt  van alles wat ik haat?
Hun kip is nog luidruchtiger dan hun haan.
Duur, heel erg duur, is het leven daar.
Huil jij altijd met  een verschrikkelijk lange haal?
Krijg jij ook wel eens vogelpoep op je kraag?
Lag zij daar echt altijd zo idioot laag?

Goes is niet de geboorteplaats van Gauss.
Douw me niet op het gras, daar ligt te veel dauw.
U mag mij slaan zo hard u wilt. Au!
Guur klinkt het gekrijs van zo’n grote gaur.
Suis lekker naar binnen met je heerlijke saus.
Fijn dat je nu eindelijk gaat trouwen met je faun!
Pas vorige week zag ik voor ‘t eerst van mijn leven de paus.
Haak haalde ik van mijn hengel en daaraan hing een verzopen hauk.

Jou vindt ze toch lief, of haat ze je?
Kun jij je nog herinneren hoe lang ik je nu al ken?
Stuur mij rustig naar een heel  verre ster.
Sluit je bloesje en je rokje, vieze slet.
Jij moet je nu eens goed gedragen, of ik sla je.
Bracht die regisseur zelf dat toneelstuk van Brecht?
Baad jij echt in je zweet gedurende elke nacht in je bed?
Kauw toch lekker op die blaadjes uit de Londense tuin van Kew

Hun mededogen en troost is kennelijk ver heen.
Puur plezier zit in het schillen van een peer.
Duid mij nou eens aan wat je precies deed.
Zwijg ik nu omdat jij je hele leven al zweeg?
Stal jij echt je fiets zonder slot, opdat ik hem steel?
Haar echtgenoot was wel een genot, maar hij was geen heer.
Gauw slaak ik als ik me verveel een luidruchtige geeuw.
Went het nooit als je moet horen dat ze weent?

Huur anders dat huis gewoon terug van je heir!
Zuil van mijn ziel is als de mast van mijn zeil.
IJs is wat ik in deze hitte altijd eis.
Plan van onze groep is: morgen opstand op het plein.
Gaat dat schaap daar echt vrijen met haar eigen geit?
Au, er gooit iemand van het dak een hardgekookt ei.
Hel zit vol heibel, hemel zit vol heil.
Wee die arme magere  dorstige koeien in de wei!

Ruik jij in dat dorp ook zo’n walgelijke reuk?
Hijs jij die honderd kilo heus?
Jacht op meiden was de hartstocht van mijn jeugd.
Kaas blijft bij elke maaltijd mijn favoriete keus.
Raus, knok of boks nimmer met een reus!
Pel onmiddellijk die grote groene gruwelijke peul.
Steen is voor een gebouw de beste steun.
Dein toch lekker met mij mee op die dreunende deun!

Mijn kleine paleisje is jou zeker te min?
Zat jij echt altijd op deze stoel waar ik nu op zit?
Slaap jij nog  altijd in die lekkere zwarte slip?
Paus spreekt noch preekt ooit over poep of pis.
Bed is de plek waar ik iedere avond tot hem bid.
Bleek leek zij met haar zielige stille blik.
Eieren is favoriet eten voor alle Ieren.
Leuk vind ik het als ik je vingers lik.

Zal jij doodgewoon sterven, of ga je voort als een ziel?
Baad jij lekker met mij in het bad als ik genoeg bied?
Paul van Ostaijen dichtte herhaaldelijk over zijn piel.
Net ben jij nu werkelijk absoluut niet.
Weer zit het water vol rotzooi en wier.
Leid je wandelaars door Leiden met een vrolijk lied.
Veul te veul was de hoogte waarvan ik viel.
Fris is elke netgewassen, uitgeslapen, stoere Fries

Raak me niet aan met je fikken onder mijn rok!
Au klinkt nogal pijnlijk, vrolijker klinkt volmondig: O
Gek dat ik altijd op jouw waarachtige liefde gok.
Scheet die kerel werkelijk of hoorde ik een schot?
Reis door heel Rusland op een stevige en gezonde ros.
Heus, ik beloof dat ik vanavond met je hos.
Slik zonder angst of hik van die groc een heerlijke slok.
Bied nou toch eens een echt serieus, dus hoog, bod.

Claus was een groter schrijver dan Kloos.
Er klonk een heel raar geluidje in mijn oor.
Heeft jouw vrouw net z’n prachtig mooi hoofd?
Peil de dikte van het ijs onder de Pool.
Reuk die ik ruik komt omdat ik nu niet rook.
Ik pik om je lekker terug te slaan zelf nog  een pook ook.
Liep nog harder naar jou dan dat ik naar school loop.
Lof is wat je echt verdient, vandaar dat ik je loof.

Vet is mijn been en even  vet is mijn voet.
Veel is de emotie, zowel  afschuw als liefde, die ik voor je voel.
Meid, wat jij echt nodig hebt is: moed!
Keu van biljarter, daarop lijkt de staart van een koe.
Kil en zuur  is deze drank,  geef mij maar zoet en koel.
Griep is erg besmettelijk, de ziekte voor een groep.
God is alles wat je wilt, maar hij is vooral goed.
Kook voor mij lekkere koffie en bak erbij een zalige koek.

Eed zwoer ze die avond: ze wordt niet oud!
Feit is en blijft: Jij zat hardstikke fout.
Keus voor je schoenen wordt bepaald door je kous.
Gids voor de smaak van kaas is zijn oorsprong: Gouds!
Wie was het die mij hebben wou?
God is zeker goed, maar wat ik nodig heb is: goud.
Stoot dat mens toch niet, dat vind ik echt stout.
Zoet is het tegenovergestelde van zout.

Ei met toast en koffie, is dat echt genoeg voor u?
Zus van Zeus noemde zich Hera, de echtgenote van Zeus.
Dit drankje is ideaal voor een heerlijke zoete dut.
Vlieg uit New York naar huis, dat gaat heel erg vlug.
Bosch schilderde eeuwen tevoren de verhalen van Busch.
Vloog net terug uit New York, dat ging heel erg vlug.
Droeg zij in dat geheimzinnige zakje soms haar drug?
Douw jij altijd met zo’n onvriendelijke harde duw?

Deur naar dat strandpaleis is enorm duur.
Kir maar eens heerlijk na die ideale kuur.
Dier dat je in je huis houdt en eten geeft is altijd duur.
Schor klinkt het schurend geschreeuw in de schuur
Goor weer is het weer, koud, windig en guur.
Stoer zat mijn buur, een boer, achter het stuur.
Fout is het om het geluid na te doen van een fuut.
Jut niet op het strand, want er loopt daar een juut.

Gris van die IJslandse berg maar een handvol met gruis.
Riek jij niet naar tabak? Ik geloof dat ik het ruik.
Snot is wat ik de godganse dag in mijn zakdoek snuit.
Kroop, floot, en woof jij? Vooruit: ik wuif, fluit en kruip.
Droef hing aan de wingerd een miezerige druif.
Houd je je hele leven dat vlekje op je huid?
Rust heerst hier in de stal terwijl het buiten ruist.
Luuk is een ouwe vriend van mij uit Luik.

Niet een kwestie van miet en meid, maar een zaak van nijd.
Spot ik steeds met jou? Daarover heb ik geen enkele spijt.
Stoof als een gek op mij af – ik stond stil en stijf.
Vloed is het bewijs van een oceaan met vlijt.
Wou zij dat werkelijk gaan doen, en wat doen wij?
Gun mij toch eindelijk eens wat gijn!
Ruud, het wordt tijd dat ik naar Berlijn rijd.
Kruis die kerel nou maar snel, of ik krijs!

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed