Jheronimus Bosch 500 (1): het Bosch Research and Conservation Project

2016 is het jaar van Jheronimus Bosch (circa 1450-1516). Ook Ons Erfdeel zet de schilder vijfhonderd jaar na zijn dood in de kijker. In het pas verschenen eerste nummer van 2016 herinnert Manfred Sellink er ons aan dat Bosch oeuvre "vanwege de verbluffende vindingrijkheid en het stilistische en technische meesterschap blijvend tot de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis gerekend wordt". En hier, op de blog van Ons Erfdeel, zal Frank van der Ploeg diverse aspecten en evenementen van het Bosch-jaar belichten. Zijn eerste blogbericht handelt over het Bosch Research and Conservation Project.

2016 is het 500ste sterfjaar van Jheronimus Bosch en als het aan de stad Den Bosch ligt, zullen we het weten ook! Het jarenlange onderzoek van het Bosch Research and Conservation Project zorgt voor een stevige bodem onder de expositie Jheronimus Bosch, Visioenen van een Genie, die komende zaterdag, 13 februari, de deuren opent. Om het bereik (gebied en tijdsduur) te vergroten, is de manifestatie Jheronimus Bosch 500 in het leven geroepen en is men in Noord-Brabant een partnerschap aangegaan zonder precedent. De handen zijn ineengeslagen tussen de zeven museale Brabantse instellingen Van Abbemuseum (Eindhoven), De Pont (Tilburg), MOTI (Museum of the Image, Breda), Natuurmuseum Brabant (Tilburg), Het Noordbrabants Museum (’s-Hertogenbosch), Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch en het TextielMuseum (Tilburg), waarbij een flink aantal exposities aanhaakt bij het fenomeen. Eén expositie is al even open, The Fish Pond Song van Jeroen Kooijmans, maar daarover later meer.

Onderzoek

Het Bosch Research and Conservation Project is opgericht in 2010 met als doel het werk van Jheronimus Bosch in kaart te brengen vanuit verschillende wetenschappelijke disciplines én met gestandaardiseerde onderzoeksapparatuur. Nederland heeft ervaring met zo'n aanpak, waarbij het Rembrandt Research Project baanbrekend is geweest. Uitgangspunt destijds was het met eigen ogen bestuderen van het volledige oeuvre (inclusief twijfelachtige toeschrijvingen en werk van zijn leerlingen) met alle mogelijke natuurwetenschappelijke hulpmiddelen. Dankzij bijvoorbeeld röntgenopnamen was het niet alleen mogelijk om onder de toplaag van een schilderij te kijken en zo opzetfases – zoals 'repentirs', tussentijdse overschilderingen als de meester zich had bedacht – van het werk te bekijken, maar ook bijvoorbeeld om draden van het doek te tellen. Het patroon kon dan worden vergeleken met dat van andere werken en daaruit bleek dat verschillende werken op textiel van dezelfde rol zijn geschilderd.

Werk van Bosch is altijd op paneel geschilderd en dan komt dendrochronologisch onderzoek van pas. Op basis van de jaarringen in de panelen – er is een uitgebreide database van gegevens verzameld – is vaak vrij nauwkeurig vast te stellen hoe oud een schilderij is. Dateert het van na het sterfjaar van de meester? Werk van een leerling of navolger! Naast röntgenfotografie zijn er andere technieken om door een schilderij heen te kijken. Met infrarood en infraroodreflectografie is het mogelijk om de ondertekening bloot te leggen. Bij sommige schilderijen uit de zestiende eeuw is de dun aangebrachte verf door een verzepingsproces van het gebruikte loodwit zo transparant geworden dat de ondertekening met het blote oog is te zien. Een fraai voorbeeld van dit onbedoelde effect is Landschap met Bathseba (ca. 1540-1545) van Jan van Scorel in het Rijksmuseum (goed zichtbaar door wat in te zoomen).

Infraroodopname ontmaskert struik als mansfiguur naast Johannes de Doper. Jheronimus Bosch, Johannes de Doper, ca. 1490-95. Madrid, Museo Fundación Lázaro Galdiano. Opname: Bosch Research and Conservation Project.

Verschuivingen

Bij de panelen van (en ook uit de omgeving van) Jheronimus Bosch volstaat het blote oog niet. En dan biedt infrarood- en vooral infrareflectografieonderzoek een uitkomst. Het BRCP-team maakte zich het geschilderde en 'getekende' handschrift van Bosch eigen en kon daaruit tamelijk verstrekkende conclusies trekken. Zo raakten het Prado (Madrid) en het Museum voor Schone Kunsten (Gent) respectievelijk het tafelblad met de Zeven Hoofdzonden en de Kruisdraging kwijt als eigenhandig werk.

De tekening Hellelandschap daarentegen blijkt niet van 'een assistent van een assistent', maar van Bosch zelf. Deze tekening, die in 2003 werd geveild, is eerder beschouwd als pastiche. Tekeningenexpert van het BRCP, Matthijs Ilsink kon na vergelijking met ander werk niet anders dan concluderen dat het hier om een werk van de meester zelf gaat. Deze onderzoeker roemt de kwaliteit van het totaal en de vele markante details, en vergelijkt het werk in de zoekende manier van componeren met het helleluik van de Tuin der Lusten (waarvoor de bezoekers naar het Prado moeten gaan, want niet te zien in Den Bosch). Het aantal tekeningen dat aan Bosch is toegeschreven, is sterk toegenomen.

Jheronimus Bosch, Hellelandschap, Pen en bruine inkt op papier; rode inkt in het rechteroog van het monster met de helm, 259 × 197 mm, Privécollectie. Foto Rik Klein Gotink en beeldverwerking Robert G. Erdmann voor het Bosch Research and Conservation Project.

Nieuwe vondst

Op 1 februari had het BRCP opnieuw heugelijk nieuws. Het schilderij met De verzoeking van de Heilige Antonius, dat decennialang in het depot was opgeborgen van het Nelson-Atkins Museum of Art in Kansas City, Missouri, blijkt van de hand van Jheronimus Bosch zelf. Weliswaar aan alle kanten verkleind – het is denkelijk gezaagd uit een (veel) groter geheel als een triptiek; een praktijk waar kunsthandelaren in het verleden hun hand niet voor omdraaiden … – en zwaar overschilderd, bleek bij nadere bestudering voldoende eigens aanwezig.

Ook hier kwam het ondertekeningonderzoek van pas. Bosch blijkt zijn tekeningen onder de feitelijke schilderlaag nogal zwierig, met penseel en een waterig medium, te hebben aangebracht (waar bijvoorbeeld de bovengenoemde Van Scorel laat zien dat er met een droge stof is getekend). Deze manier van schilderend tekenen sluit perfect aan bij wat de onderzoekers bij het kernoeuvre hebben aangetroffen. Ook het veranderen van details tijdens het schilderproces en het in elkaar over laten lopen van verschillende kleuren in de nog natte verf (nat-in-nat) zijn Boschiaanse karakteristieken.

Jheronimus Bosch, De verzoeking van de heilige Antonius, ca. 1500 -10, Olieverf op eiken, 38,6 × 25,1 cm, Kansas City, Missouri, The Nelson-Atkins Museum of Art, purchase William Rockhill Nelson Trust. Foto Rik Klein Gotink en beeldverwerking Robert G. Erdmann voor het Bosch Research and Conservation Project

Spectaculaire publiekspresentatie

Het BRCP heeft als doel uiteindelijk alle onderzoeksresultaten publiek te maken. Bij het Mercatorfonds verschijnen twee kloeke delen: Jheronimus Bosch, schilder en tekenaar. Catalogue raisonné, en Hieronymus Bosch, painter and draughtsman. Technical Studies. Daarnaast zal de website van het BRCP uitpakken met veel fotomateriaal in de door computerexpert Robert Erdmann ontwikkelde techniek van de 'curtain viewers'. Zoals de naam al aangeeft, zijn daarbij meerdere opnamen van één schilderij zo gekoppeld dat het met de muis een kleine moeite is om te schuiven van een hoge-resolutieopname naar een infraroodopname of een opname met strijklicht. Zo is het mogelijk om – bijna net als de onderzoekers zelf – op een werk tot in detail in te zoomen en de verschillende fases in het schilderproces te vergelijken. Dergelijke viewers zijn ook gemaakt om schilderijen te laten zien vóór en na restauratie.

Zoals straks zal blijken, is de tentoonstelling Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie geen eindpunt van het onderzoek, maar een (zeer belangrijke) tussenfase. Zoveel (eigenhandig) werk bij elkaar zal opnieuw leiden tot discussies, nieuwe inzichten en de drang naar nieuw onderzoek.

artikel geschreven door Frank van der Ploeg

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed