Jheronimus Bosch 500 (4): Nieuwe Lusten

Na het megasucces van Jheronimus Bosch – Visioenen van een genie is de koek nog niet op. Het werk van Jheronimus heeft Den Bosch dan wel verlaten, er zijn nog fotoreproducties op ware grootte te zien van alle nu bekende werken in het Jheronimus Bosch Art Center. En er is ook een “flankerend” programma uitgezet door een flink aantal Brabantse musea. Het meesterwerk van naamgenoot Jeroen Kooijmans, The Fish Pond Song is nog tot en met 5 juni te zien het Stedelijk Museum. Een absolute aanrader. Bij sommige exposities lijkt de link met de grote meester wat gezocht, zoals De jaren 80 – Begin van het nu? in het Van Abbe Museum in Eindhoven. Bij andere is beter te begrijpen waarom ze zijn opgenomen in de waaier van de Bosch Grand Tour, zoals Nieuwe Lusten (Breda, Moti Museum of the Image, t/m 31, december). Over deze laatste expositie gaat dit bericht, geschreven door Frank van der Ploeg.
 
Tuin der Lusten 2.0
Eén van de belangrijkste werken uit het oeuvre van Jheronimus Bosch is de Tuin der Lusten. Voor het Prado is de betekenis vergelijkbaar met wat de Nachtwacht van het Rijksmuseum in Amsterdam is. Deze triptiek zal dan ook nooit worden uitgeleend. In Den Bosch was een zestiende-eeuwse deelkopie te zien en verder moeten we het dus doen met de foto’s op groot formaat in het Jheronimus Bosch Art Center.
 
Jheronimus Bosch, Tuin der Lusten, Museo del Prado, Madrid, 1480-1490, olieverf op paneel, 220 x 389 cm
 
Breda zou ooit de eerste locatie geweest zijn waar de Tuin der Lusten publiekelijk te zien is geweest, voordat het tijdens de Tachtigjarige Oorlog in Spanje belandde. Het Bredase Moti Museum of the Image gaf een aantal kunstenaars de opdracht een eigentijdse versie te maken van een van de panelen. Persijn Broersen & Margit Lukács, Studio Smack, Eelco Brand en Floris Kaayk maakten animaties, waarmee ze de triptiek op een eigentijdse wijze tot leven brengen. Bosch zou zijn ogen uitkijken wat er vandaag de dag mogelijk is.
 
De zelden of nooit (in het echt getoonde) buitenluiken – in de tijd van Bosch was dat wel anders en werden altaarstukken als triptieken alleen met hoogtijdagen geopend – zijn toebedeeld aan Eelco Brand. Waar er in het MOTI met wat zoeken een fotoreproductie op ware grootte van het binnenwerk is te vinden, ontbreken de buitenluiken. Deze zijn nog onbevolkt. Het lijkt alsof Bosch de wereld heeft weergegeven na de derde dag van de Schepping, wanneer God droog en nat heeft verdeeld in aarde en zee. Duidelijk is ook het hemelgewelf, het uitspansel dat de bovenste helft domineert en de watermassa eronder (gecreëerd op dag 2). Door het zo voor te stellen, verkrijgt het leefoppervlak een plat karakter. Opvallend is dat het geheel is voorgesteld in een doorzichtige bol, compleet met lichtreflectie aan de buitenzijde, tegen een diepduistere achtergrond/omgeving, waar alleen een klein Godsfiguurtje zichtbaar is. Bol en landschap vormden voor Eelco Brand de uitgangspunten voor zijn herinterpretatie: The Birth of Landscape. Van lust is weinig sprake, hooguit zou je kunnen stellen dat Brand doorgaans in zijn werk de natuur graag perfectioneert. Zijn installatie bestaat uit twee delen, waarbij de beschouwer in het midden dient plaats te nemen. Aan de ene zijde trekt een glazen bol de aandacht. Erachter de projectie van een filmpje van een eilandje omgeven door water. De blik op het eilandje – meer dan een Minion met een grote pluk haar recht omhoog is het (nog) niet – wisselt van onder water en erboven. Het water klotst tegen de randen van de bol aan.
 
Eelco Brand, The Birth of Landscape - foto Barbara Keijzers
 
Het andere deel van de installatie is een coulissenlandschap, waarbij de coulissen van elkaar zijn losgesneden en in halve bogen achter elkaar zijn geplaatst als in een kijkdoos zonder doos. Hier duikt de schilder in Brand op; de schilder die de natuur, het landschap verbetert met nog wat meer diepte.
 
 
Eelco Brand, The Birth of Landscape - foto Barbara Keijzers
 
Belanden we bij After Eden van Persijn Broersen & Margit Lukács. Het linkerluik van Bosch' Tuin der Lusten is behoorlijk paradijselijk. In een fraai landschap bevolkt door uiteenlopende (fabel)diersoorten – hier en daar lijkt zelfs een visioen op de evolutietheorie verbeeld, waar dieren uit het water kruipen met een aanzet tot poten – met een centrale plek voor God en het eerste mensenpaar. Meer mens is er niet. Broersen en Lukács hebben hun visie op Eden zoveel mogelijk ontdaan van de mens. Hun filmloop is een in spanning opgebouwde jacht op het ongerepte. Veel maagdelijk groen dus, natuur zoals het bedoeld lijkt te zijn. Maar de mens loert. De cameravoering is schokkerig en nerveus, het beeld nergens lekker scherp. Hier en daar zijn sporen van menselijk ingrijpen waar te nemen. Grenzen ook: hekwerk en prikkeldraad bepalen “tot hier en niet verder”. Zoekend naar  –  ja naar wat eigenlijk? –  maaien automatische vuurwapens in het groen. De mens is in aantocht. In precies 16 minuten mondt hun uit mainstream Hollywoodfilmbeelden gecomponeerde werk via het nodige vuurwerk uit in een allesverbrandende kaalslag en zijn we terug bij af. Het paradijs op aarde is niet aan de mens besteed.
 
Persijn Broersen & Margrit Lukáçs, After Eden, Foto Wouter Stelwagen.
 
Vanuit een ooghoek trekt de moderne versie van Bosch’ middenluik dan al enige tijd de aandacht. Het is de bijdrage van Studio Smack. Deze filmstudio, gerund door Ton Meijdam, Thom Snels en Béla Zsigmund, levert geanimeerd commentaar op al dan niet zelf opgeworpen vraagstukken. Daarin gaan ze geregeld verder dan het maken van een filmpje alleen. Mooi voorbeeld is de campagne voor Rayfish Footwear, waarbij ze de wereld wilden doen geloven dat het (niet-bestaande) merkschoenen op de markt bracht met leer van – naar smaak van de klant – genetisch gemanipuleerde roggen. Hun visie op de Tuin der Lusten staat visueel dichter bij Bosch. Wie naar een letterlijke ontlening zoekt, zal echter niets vinden. Alle figuurtjes en figuurgroepen zijn eigen creaties van het animatietrio. De lusten zijn vertaald naar onze tijd en ogenschijnlijk net zo onschuldig als bij Bosch zelf. Waar daar eigenlijk vooral van (verboden?) vruchten wordt genoten – ondanks alle blote lijven valt het met de seks wel mee –, zien we in de Smack-versie gedrochtjes met gedragingen die we allemaal wel kennen (en niet zullen onderkennen als pertinent onoorbaar). Een gekroonde vrouwenbuste die een zwevende camera bespeelt als ware het de spiegel van de valse koningin in Sneeuwwitje, de logoman die als een slaapwandelende zombie met blinderende zonnebril zoekt naar de volgende aankoop (zijn pak verraadt zijn merkvoorkeuren) en een mannetje met graafmachinearmen dat links uit beeld speelgoed bijeengraait, om het rechts buiten beeld weer kwijt te zijn geraakt. De hedendaagse Tantaluskwelling: alles wat we doen, leidt tot niets. Elk figuurtje heeft zijn eigen loop. Door deze allemaal door elkaar heen in één landschap te plaatsen, is het beeld nooit gelijk. De animatie heeft met Bosch’ triptiek gemeen dat je ogen en tijd te kort komt om alles te zien.
 
Studio Smack, Paradise, 2016 - foto Barbara Keijzers
 
Deze basis deelt het werk met de laatste creatie in MOTI, Hell.exe, van Floris Kaayk. Ook hier bepalen de bewegingen van alle afzonderlijke scènes het totaalbeeld, dat voor een bezoeker nooit precies gelijk zal zijn aan een volgend moment van kijken. Kaayk vertrekt voor zijn animaties doorgaans vanuit de werkelijke wereld om er iets onwerkelijks van te maken, maar dan zo echt dat het voorstelbaar wordt. Films als The Order Electrus – geanimeerde elektrische “insecten” bevolken een desolaat, want verlaten industrielandschap – en Human Birdwings – een man realiseert de droom zelf te kunnen vliegen – zijn klassiekers. Voor zijn beleving van het luik met de Hel was het uitgangspunt juist de virtuele wereld van de games. Per slot van rekening is ook het werk van Bosch een geschilderde werkelijkheid. Kaayk zette gamesoftware in om de verdwazing en gruwelen die de mens ondergaat richting het reinigende hellevuur in losse patronen eindeloos te herhalen, zonder dat het totaalbeeld zich herhaalt.
 
Floris Kaayk, Hell.exe, 2016 - foto Barbara Keijzers
 
Om de gekte rondom het Jeroen-Boschjaar wat te relativeren mochten studenten van de AKV/St. Joost verpakkingen ontwerpen voor allerlei mogelijke merchandise-meuk met betrekking tot de animaties van de Nieuwe lusten. Het pseudomagazijn, dat de Tuin-der-Lustenkopie haast aan het zicht onttrekt is volgestapeld met rekken vol dozen action figures (Smack) en home editions (Eelco Brand). Er is vast een serieuze markt voor, belust als de museumbezoeker is op een aandenken voor thuis…
 
foto Barbara Keijzers
 
Nieuwe lusten te boek
Bij de geanimeerde expositie verscheen een bundel verhalen. Tweeëntwintig schrijvers is gevraagd vanuit de vele verschillende taferelen van het drieluik een verhaal te schrijven. Dat heeft een doos van Pandora opgeleverd. Het zijn niet altijd lusten die de boventoon voeren, ongemak is vaak een woord dat opborrelt. De meeste verhalen schuren. Anders dan bij Bosch of de visuele vertalingen van de animatoren is (de omgang) met seks vaak wel een dingetje.
 
Een vrouwelijke auteur (Hanna Bervoets) kruipt in de huid van een homofiele man en uiteindelijk ook nog in het rubberen zeemeerminpak van diens vriend. Ongemakkelijke lusten… en wat daarvan kan komen. Ook een vermeende Syriëreis kan zo maar passeren (Abdelkader Benali). De jihad als lust, de ervaring van de ik-persoon en het meelezen van diens gedachten voelt als buitengewoon ongemakkelijk. Zoals opgemerkt, de nodige seksuele escapades passeren de revue, maar toch ook zielenleed voor één persoon. Van de tatoeages van de lijdende en onder de getekende huid in het niets oplossende vrouw (Manon Uphoff), de trouwjurk voor een harige travestiet (Ilja Leonard Pfeijffer) tot de aanschaf van een zelfmoordpistool (Adriaan van Dis); in ons mensen zijn vele hunkeringen aanwezig die als een puistje op knappen staan. Het is aan schrijvers om ze te verbeelden.
 
Het boek leest anders dan het kijken is naar de triptiek van Bosch. Zijn werk blijft eindeloos raadselachtig. Vermoedelijk is het niet louter de factor tijd die is verstreken sinds het drieluik is ontstaan. Ook zijn tijdgenoten moeten de wenkbrauwen hebben gefronst bij zoveel afwijkingen van wat in de schilderkunst gebruikelijk was. De fijne selectie van auteurs van de Nieuwe lusten leidt tot een amalgaamwerk, waarvan we de losse verhaallijnen gemakkelijk kunnen volgen. Samengebald beklijft vooral die ene gevoelsuitdrukking: ongemakkelijk.
 

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed