Jonge schrijvers, oude werken – Yelena Schmitz bekijkt Duinkerke vanuit de lucht: ‘Ik voel me zo vaak vlak. Le plat pays.’

Met de tentoonstelling 80 jaar oorlog blikt het Rijksmuseum terug op de Opstand die leidde tot de scheiding van de Nederlanden. Op vraag van deBuren wekken achttien jonge auteurs uit Vlaanderen en Nederland elk een artefact uit die expositie tot leven. Vandaag bekijkt Yelena Schmitz Duinkerke vanuit de lucht.

 

Jacob van Deventer, manuscriptkaart Duinkerke, ca. 1550-1560. Bron: Koninklijke Bibliotheek van België

Bodem

Jacob was nog maar twaalf toen hij stiekem op kerktorens begon te klimmen. Hij zocht het hoogste punt van de stad en ging er uren zitten kijken. In zijn zak had hij altijd een stukje papier waarop hij alle wegen tekende - hij bewaarde alles in schriften. Jacob keek liever van bovenaf naar de straten dan er in te lopen. Elke dag schetste hij er een stukje bij, tot hij aan de randen zat van waar hij kon kijken. Dan was het af.

Jacob heeft ook mij getekend. Ik ben één van zijn tweehonderd kaarten. Hij reisde het hele land af met zijn landmeter en zijn penselen. Ik herinner me zijn hand nog goed. Als je een microscoopje neemt kan je aan mij zien dat de duinen met de hand getekend zijn. Heel precies. Zo was hij. Met waterverf zocht hij naar de juiste kleuren van de golven. Op het einde schreef hij met zwarte letters op mijn vel: ‘Duynkerke’.

Vanaf dat moment ben ik de stad gaan dragen. Ik, licht stuk stof, werd de stadsdrager. Duinkerke is op mij blijven plakken en ging er nooit meer af. We hangen aan elkaar vast. Ze is in de jaren na Jacob hard veranderd, maar dat kan je niet aan mij lezen. Ik blijf voor altijd een tekening van een dorp met molens. Die zijn nu allemaal verdwenen. Van wat ik er van gehoord heb, is Duinkerke één groot industrieterrein geworden. Een omtrek van leegte, gevuld met supertankers en scheepbouw. Boorplatformen. Het waait er hard en niemand stopt er voor koffie of een wafel. De meeste mensen drinken liever een bekertje oploskoffie op het dek van het schip dan op de pier. Ben jij ooit in Duinkerke geweest? Ik heb gehoord dat er de laatste tijd steeds meer mensen neerstrijken. Met tenten. Mensen van een verre zee vluchten de duinen in. Er vallen veel tranen. Het zeewater is zout.

Dat proef je niet aan mij. Ik blijf zoals ik was, lijnen, punten, vlakken. Ik voel me zo vaak vlak. Le plat pays. Ik was liever een bodemkaart geweest. In de grond vind je schelpen, botjes en bommen. Een papieren bloem of een bout van een boot. Je graaft en graaft in de stukjes klei en dan komt er plots een schrift van vijfhonderd jaar weer boven. Net onder het zandoppervlak ligt een kindersok, een pannetje, een tentzeil. Meter voor meter haal je boven wat vergeten is. Dat schrijf je allemaal op en breng je in kaart. Je maakt een legende van alles wat je vanaf het bovenaanzicht niet kan zien. Wat overspoeld werd, wordt weer blootgelegd. Wat vergeten moest worden, blijkt toch bewaard. Molenwieken steken de kop op. De haan van de kerktoren drijft boven. In de diepte ligt veel te wachten.

Ik zie alles van bovenaf gebeuren. Ik blijf zoals ik hier getekend ben. Een stuk papier, wat stof dat blijft. Ik laat dit niet los. Mijn hart ligt diep in het zand. Het bonkt.

 

Wie liever luistert dan leest, vindt hier de door Yelena Schmitz zelf voorgedragen tekst, zoals die is uitgezonden door het literaire nachtprogramma Nooit meer slapen (VPRO) tijdens de Maand van de Geschiedenis.

© Marianne Hommersom

Yelena Schmitz (1996) volgt de master Woordkunst op het Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Ze schrijft, maakt radiodocumentaires en is lid van schrijverscollectief en literair tijdschrift ZINK. In 2017 won ze de Nieuwe Types prijs voor beste afstudeerwerk van een Nederlandstalige schrijfopleiding. Ook won ze de Korte Golf Radioprijs 2017 en werd geselecteerd voor het talentontwikkelingsproject Talent op Tilt. Met het microverhaal 'Ich bin wie du' won ze het Flash Fiction Fest.

 

 

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed