Luchtvervuiling in Rijsel neemt dramatische proporties aan - La pollution de l’air à Lille devient dramatique

Luchtvervuiling in Rijsel neemt dramatische proporties aan  -  La pollution de l’air à Lille devient dramatique

Op 14 december jl. registreerde men in Rijsel voor de zestigste keer in 2018 een overschrijding van de milieunormen inzake fijn stof (PM 2,5). De Wereldgezondheidsorganisatie bepaalt dat deze norm maximaal drie keer per jaar mag worden overschreden.

De hoofdstad van de regio Hauts-de-France kroont zich hiermee bijna tot meest vervuilde stad van Frankrijk. Alleen Marseille doet nog slechter. Twee jaar geleden berekende de Franse nationale gezondheidsdienst dat deze toestand aanleiding is voor 1700 vroegtijdige overlijdens per jaar. Dat betekent 13 doden per dag in de departementen Nord-Pas-de-Calais. Het zijn schokkende cijfers. Tot maximaal 85% van de dagen van het jaar ademen de inwoners van Rijsel geen gezonde lucht in. De situatie is vaak het slechtst in de meer achtergestelde wijken. Uit een studie blijkt dat 17% van de kinderen die in de wijk Lille-Sud wonen, astma krijgen. Voor een gewone wijk is dat 7%.

Inwoners van Rijsel hebben een petitie gestart om burgemeester Martine Aubry te vragen iets aan deze dramatische toestand te doen. Het is duidelijk dat de problemen niet alleen zullen worden opgelost door een vignet Crit’Air in te voeren. Wordt het niet eerder tijd om deze problemen grensoverschrijdend aan te pakken? We weten dat de situatie aan de Belgische kant van de grens ook niet zo rooskleurig is. Milieuvervuiling is niet geneigd om zich iets van een grens aan te trekken. Bijna dag op dag tien jaar geleden organiseerde het jaarboek De Franse Nederlanden-Les Pays-Bas Français, samen met de provincie West-Vlaanderen, een colloquium over “De grens als milieuprobleem”. Daaraan namen tientallen experts van beide kanten van de grens deel. Het was vaak de eerste keer dat zij elkaar spraken. De belangrijkste conclusie was dat zij elkaar vaker moesten ontmoeten en ook hun meetresultaten systematisch met elkaar moesten delen. Ik denk wel dat de samenwerking sindsdien verbeterd is, dat was ook niet zo moeilijk, maar of ze nu optimaal verloopt, zou mij zeer verwonderen. Misschien is hier een taak weggelegd voor de Eurometropool Lille-Kortrijk-Tournai. Een doorgedreven samenwerking kan letterlijk levens redden.

 

Le 14 décembre  dernier, Lille a enregistré son 60e pic de pollution aux particules fines (PM 2,5) depuis le début de l’année 2018. L’Organisation mondiale pour la santé  recommande de ne pas dépasser ce seuil plus de trois fois par an.

La capitale des Hauts-de-France devient ainsi la ville presque la plus polluée de France. Derrière Marseille. Il y a deux ans, l’Agence nationale de santé publique avait calculé que cette pollution atmosphérique était responsable de 1700 décès prématurés par an dans la métropole lilloise. Soit 13 morts par jour dans le Nord et le Pas-de-Calais. Ces chiffres sont choquants. Jusqu’à 85% de l’année, les  habitants de Lille respirent un air malsain. La situation est souvent le plus critique dans les quartiers défavorisés. Une étude a révélé que 17% des enfants de Lille-Sud deviennent asthmatiques, alors que la moyenne pour un quartier ordinaire est de 7%.

Les Lillois ont lancé une pétition pour que leur maire, Martine Aubry, remédie à cette situation dramatique. Il est clair que les problèmes ne seront pas résolus par la simple introduction de la vignette Crit’Air. N’est-il plutôt pas temps d’adopter une approche transfrontalière ? La situation du côté belge n’est pas rose non plus. La pollution ne s’arrête pas aux frontières. Il y a dix ans, presque jour pour jour, les annales De Franse Nederlanden–Les Pays-Bas Français avaient organisé en partenariat avec la province de Flandre-Occidentale une colloque intitulé « La frontière, problème environnemental ». Des dizaines d’experts venus des deux côtés de la frontière y avaient participé. C’était souvent la première fois qu’ils se parlaient. La conclusion la plus importante avait été qu’ils devaient se rencontrer plus souvent et partager systématiquement leurs résultats de mesures. Je pense certes que cette coopération s’est améliorée depuis, ce qui n’était pas trop difficile, du reste, mais je serais très étonné d’apprendre qu’elle s’effectue de la meilleure façon qui soit. Peut-être que l’Eurométropole Lille-Kortrijk-Tournai devrait s’atteler à cette tâche. Une coopération plus poussée peut littéralement sauver des vies.