POEM OF THE DAY: The snow queen (Tjitske Jansen)

POEM OF THE DAY: The snow queen (Tjitske Jansen)

During Poetry Week, which runs from 31 January to 6 February, we treat you every day to beautiful verses by a contemporary poet from Flanders or the Netherlands. Today you can read De sneeuwkoningin (The snow queen) by Tjitske Jansen (°1971) from her debut Het moest maar eens gaan sneeuwen (Podium, 2003).

 

 

 
 
THE SNOW QUEEN

Kay has splinters in his eyes.
His heart’s a block of ice. Thus he believes
he has to be with me,
this cold’s sufficient. Ponds frozen,

blue palace gigantic all around him
and no one here but me,
than him, than ice.
Who says you have to be warm?

Stay here Kay. Here you’ll not decay.
You are just frozen, nothing more.
That’s better surely than being
lost to love?

His girl is seeking him, I hear her,
she’s asking the roses if he’s dead.
‘No,’ say the roses, ‘he’s not dead,
all that is dead is under the ground,
and none of us have seen him down there.’

His girl is borrowing a reindeer from a robber maiden,
she’ll be here very soon, Kay, do not listen to her,
don’t melt, just think of what you’ll miss if you should leave!
All space is yours, likewise all cold

and all the ice-cold blue you can see here
and all the stars are always visible.
And I so like to see your face,
frozen white water lily.

It is too late.
He has already seen her.
He is no longer here.

It’d better start snowing soon.

Translated by John Irons

 

 
DE SNEEUWKONINGIN

Kai heeft scherven in zijn ogen.
Zijn hart is een blok ijs. Dus denkt hij
dat hij bij mij moet zijn,
aan deze kou genoeg heeft. Bevroren vijvers,

blauw paleis reusachtig om hem heen
en niemand hier dan ik,
dan hij, dan ijs.
Wie zegt dat je warm moet zijn?

Blijf hier Kai. Hier bederf je niet.
Je bent bevroren, dat is alles.
Dat is toch beter dan verloren
aan de liefde?

Zijn meisje zoekt hem, ik hoor haar,
ze vraagt aan de rozen of hij door is.
‘Nee,’ zeggen de rozen, ‘hij is niet dood,
alles wat dood is, is onder de aarde,
wij hebben hem daar niet gezien.’

Zijn meisje leent een rendier van een roversdochter,
ze is al bijna hier, Kai, luister niet naar haar,
smelt niet, bedenk wat je zult missen als je weggaat!
Alle ruimte is van jou en alle kou

en al het ijskoud blauw dat je hier ziet
en alle sterren zijn hier altijd zichtbaar.
En ik zie jouw gezicht zo graag,
bevroren witte waterlelie.

Het is te laat.
Hij ziet haar al.
Hij is al niet meer hier.

Het moest maar eens gaan sneeuwen.

 

www.tjitskejansen.nl

Belangrijke blogartikelen

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed