Vijftig jaar na mei ’68: de prijs van de vrijheid - over de seksuele revolutie

In de jaren 1960 maakten de westerse samenlevingen sterke veranderingen mee, met mei ’68 als orgelpunt. Wat is daar een halve eeuw later van overgebleven in de Lage landen? We onderzoeken het een maand lang op de website van Ons Erfdeel met artikelen uit het tijdschrift en uit het jaarboek The Low Countries.

In het hierna volgende essay bekijkt BEATRIJS RITSEMA de gevolgen van de seksuele revolutie. “Het is tegenwoordig bon ton om de sixties af te schilderen als een beetje zwarte bladzijde in de geschiedenis van de mensheid, als een bandeloze bende, waar iedereen egocentrisch achter zijn eigen lusten aanliep met excessen tot kinderporno aan toe, maar ik herinner me vooral de luchthartigheid waarmee seks tegemoet getreden werd”, schrijft Ritsema. Toch hing er aan de vrijheid die met de revolutie mee kwam ook een prijskaartje.

door Beatrijs Ritsema

 

Alles zoop en naaide / heel Europa was één groot matras

Dat dichtte Remco Campert over de naoorlogse jaren, ook al bleef deze bevrijdingsroes beperkt tot een marginaal groepje kunstenaars en schrijvers die van de hand in de tand leefden in het verre Parijs. De rest van Europa hield zich in armoedige omstandigheden bezig met de wederopbouw en leidde een traditioneel leven onder de paraplu van vooroorlogse waarden en normen.

Pas in de loop van de jaren zestig begon de matrasgedachte met het bijbehorende drankgedrag buiten de bohemiensfeer aan te slaan om in de jaren zeventig tot volledige bloei te komen.

Aan wat nu bekend staat als ‘de seksuele revolutie’ lagen twee elementen ten grondslag: geld oftewel economische groei en betrouwbare anticonceptie (de pil). Zonder die twee voorwaarden had het matrasconcept geen schijn van kans gehad. Veel te gevaarlijk voor meisjes en vrouwen.

Vrije toegang tot de meisjeskamers

Zelf zit ik (geboren in 1954) in het staartje van de babyboomgeneratie, en heb ik nooit anders dan seksuele vrijheid meegemaakt. Toen ik op mijn zeventiende ging studeren en een kamer betrok in een studentenflat, heerste daar de totale vrijheid.

Het was een flat die pas net gemengd was (eerder woonden er uitsluitend jongens) met één wc, een urinoir, één douche en een kleine keuken voor zestien bewoners. Er woonde een stelletje op een kamer van drie bij drie-en-een-half, er liepen meisjes rond die er niet woonden, maar wel de nacht bij hun vriend doorbrachten.

Niets van dit al trof mij als merkwaardig of ongepast, hoewel ongetrouwd samenwonen en gescharrel met vriendjes zeker niet bij de waarden hoorden die ik van huis uit had meegekregen. Ik was vooral heel erg blij met mijn nieuwe onafhankelijkheid en de vrijheid om te gaan en staan waar ik wilde zonder verantwoording te hoeven afleggen. Aan seks was ik nog niet toe in dat eerste studiejaar, maar als het moment kwam, zou de vrijheid er zijn – daarover kon geen misverstand bestaan.

Over de Parijse studentenopstand van mei 1968 wordt wel eens gezegd dat het eigenlijk ging om afschaffing van de naar sekse gesegregeerde studentenbehuizingen, vrije toegang van de jongens tot de meisjeskamers en omgekeerd. Natuurlijk, studenten waren in de hele westerse wereld boos over autoritaire gezagsstructuren, ze eisten inspraak voor alle geledingen en bezetten in Amsterdam een jaar later het Maagdenhuis.

In Amerika kwamen de protesten voort uit de civil rights movement en uit woede over de oorlog in Vietnam, maar afgezien daarvan eisten studenten ook afschaffing van beperkende verordeningen die gekoppeld waren aan hun woonvoorzieningen.

Een eis die snel en geruisloos werd ingewilligd, want hoe valt het vol te houden om seks te verbieden voor jongvolwassenen die wel mogen autorijden en stemmen en die het leger in gestuurd kunnen worden om aan de andere kant van de wereld te sneuvelen? Met een verstandig gebruik van anticonceptiemiddelen hoefde niemand meer bang te zijn voor ongewenste zwangerschappen.

Het kleffe echtpaartje spelen

De beschikbaarheid van de pil voor ongetrouwde vrouwen (later zelfs voor minderjarige meisjes zonder medeweten van hun ouders) betekende zeggenschap over de eigen vruchtbaarheid en vormde daarmee een enorme impuls voor de seksuele bevrijding van de vrouw. Door alleen maar dagelijks een pilletje te slikken kon een vrouw zich aan seks overgeven, zoals mannen dat gewend waren: wel de lusten, niet de lasten.

Wat overigens niet inhield dat mannen en vrouwen als gelijkwaardige partners tegenover elkaar stonden op het gebied van seks en relaties. De man-vrouwverhoudingen zelf waren nog lang niet gemoderniseerd.

Ik zag dat op mijn studentenflat, waar dagelijks de vrouwelijke helft van dat hokkende stel in pannetjes stond te roeren, waarna de maaltijd samen op hun kamer opgegeten werd. Een routine die me deed gruwen – niet zozeer het feit dat het meisje kookte, als wel het kleffe echtpaartje spelen kwam mij verstikkend saai voor. Je ging toch niet op kamers wonen om net als je ouders gezapig op de bank (in hun geval een eenpersoonsbed) te zitten?

Het feminisme kwam een paar jaar na de seksuele revolutie op. Dat de twee bevrijdingsbewegingen niet gelijktijdig plaatsvonden, zoals met de burgerrechtenstrijd voor zwarten en het algemene verzet van jongeren tegen autoriteiten wel het geval was, is geen kwestie van toeval.

Behalve een autonome strijd van vrouwen om zich te ontworstelen aan patriarchale structuren (discriminatie in het onderwijs en op de arbeidsmarkt) en voor zelfontplooiing was het feminisme ook een reactie op die eerder met vreugde omhelsde seksuele revolutie. De pil had zich ontpopt als een tweesnijdend zwaard dat vrouwen weliswaar de vrijheid schonk om seks te hebben wanneer en met wie ze wilden, maar het tegelijk moeilijker maakte om mannen af te wijzen.

Angst voor zwangerschap, eeuwen lang een beproefd excuus om onwelkome avances te pareren, kon ineens niet meer worden aangevoerd als argument om nee te zeggen tegen seks. Niet binnen vaste verhoudingen, maar ook niet op de vrije seks- en relatiemarkt, waar elke jonge vrouw die een beetje met de moderne trends meedeed, geacht werd de pil te slikken, al was het maar uit voorzorg.

Volgens een apocrief, maar waarschijnlijk toch niet helemaal uit de lucht gegrepen verhaal werd de kiem van het feminisme in Nederland gelegd bij de Maagdenhuisbezetting, toen de jongens met z’n allen zaten te delibereren en te oreren, terwijl ze hun mede-actievoerende vriendinnen naar beneden verwezen om koffie te zetten en broodjes te smeren. Vrouwen kwamen er inhoudelijk niet aan te pas. Hun functie lag, waar die van oudsher lag: in de keuken en in bed.

‘Leve de lol’?

Het feminisme kende vanaf het begin twee stromingen: het gelijkheidsdenken, dat vooral maatschappelijk gericht was en gelijke behandeling van de seksen nastreefde op alle gebieden, en het verschildenken dat de leus ‘het persoonlijke is politiek’ voerde.

In het gelijkheidsdenken werden de biologische sekseverschillen geminimaliseerd, in het verschildenken, dat ertoe neigde de vrouw ofwel voor te stellen als zwak en een potentieel slachtoffer ofwel juist als een (moreel) superieur wezen, werden ze gemaximaliseerd. Beide denkrichtingen beoogden de bevrijding van de vrouw en niet verwonderlijk werd seks het grote strijdpunt.

De seksuele revolutie was er in de eerste plaats een van ‘leve de lol’. In snel tempo ontdeed men zich van maatschappelijke en door religie ingegeven kluisters. Seks kon heel goed op een recreatieve manier voor en buiten het huwelijk plaatsvinden, er was goedbeschouwd niet eens een relatie voor nodig, er kwam ruimte voor en acceptatie van homoseksualiteit, groepsseks, sm en parenclubs – zelfs voor pedofilie werd in de jaren zeventig een lans gebroken.

Een ideologische injectie met het destijds populaire marxistische gedachtegoed leidde tot het experimenteren met communes, waarin al het particuliere eigendom met inbegrip van privérelaties was afgeschaft. Jaloezie en claimgedrag golden in die kringen als bourgeois neigingen die de ware vrijheid belemmerden.

Het waren feministen van het verschildenken die een rem zetten op de ongelimiteerde vrije seks door te wijzen op de verschillende uitgangsposities die de seksen nog steeds aankleefden ondanks de schijnbare vrijheid.

‘Leve de lol’ is allemaal goed en wel, maar vrouwen werden uitgebuit in de pornografie en in de prostitutie, ze liepen het risico om mishandeld en verkracht te worden buiten én binnen relaties, ze werden seksueel geïntimideerd, ze werden beoordeeld op hun uiterlijk, ze kregen te maken met date rape, en als ze ‘nee’ zeiden werden ze niet serieus genomen of voor preuts uitgemaakt.

Vrouwen waren kortom niet alleen op maatschappelijk gebied achtergesteld en slachtoffer van de mannelijke overheersing, maar juist ook in de persoonlijke leefsfeer. De seksuele revolutie bediende vooral de mateloze mannelijke lusten, terwijl wat vrouwen zelf wilden werd veronachtzaamd.

De twee stromingen binnen het feminisme werken tot op de dag van vandaag door. Enerzijds heb je de cijferfetisjisten van de gelijkheidsnorm die zich bezighouden met het percentage vrouwen in de Raden van Bestuur, het percentage meisjes dat exact kiest, percentages vrouwen die door het glazen plafond breken, statistieken van ruimte in de media voor vrouwelijke schrijvers, kunstenaars of commentatoren, inkomensstatistieken naar sekse om ongelijke betaling aan te tonen en de dubbele belasting van werkende vrouwen.

Anderzijds levert het persoonlijke slachtofferschap van vrouwen in relatie tot zich misdragende mannen nog altijd nieuwe aanknopingspunten om aan de kaak te stellen. Neem de seksistische manier waarop haatdragende mannelijke trollen vrouwen uitschelden op de sociale media of de telkens weer opduikende seksschandalen waardoor bekende politici of topfunctionarissen te gronde worden gericht.

Luchthartige seks

De seksuele revolutie is al geruime tijd uitgeraasd. De neergang werd ingezet toen het aidsvirus zich manifesteerde halverwege de jaren tachtig. Ook al liepen homoseksuelen en heroïneverslaafden het grootste risico, ook voor hetero’s was de tijd van zorgeloze promiscuïteit voorbij. Het tijdperk van de vrije seks, waarin je geen ongewenste zwangerschap hoefde te vrezen en hooguit een via antibiotica makkelijk te bestrijden geslachtsziekte kon oplopen, heeft slechts vijftien jaar geduurd. 

Grappig genoeg valt die periode precies samen met mijn jaren als student en single volwassene. Bij mijn intrede op de seks- en relatiemarkt kwam ik in een gespreid bedje van grenzeloze mogelijkheden terecht. Ik heb alle vrijheden van ongebonden seks en ingewikkelde relaties opgesoupeerd en toen de aidsnoodklok luidde, trad ik in het huwelijk.

Misschien dat ik daarom een zwak heb gehouden voor de sixties (die zoals bekend pas echt op stoom kwamen in de jaren zeventig). Het is tegenwoordig bon ton om de sixties af te schilderen als een beetje zwarte bladzijde in de geschiedenis van de mensheid, als een bandeloze bende, waar iedereen egocentrisch achter zijn eigen lusten aanliep met excessen tot kinderporno aan toe, maar ik herinner me vooral de luchthartigheid waarmee seks tegemoet getreden werd.

Het feministische slachtofferdenken daarentegen maakte er een beladen onderwerp van. Seks bleek iets om voor uit te kijken en voorzichtig mee te zijn, omdat er altijd wel een trauma om de hoek loerde. Het beste voorbeeld daarvan zijn de gedragsregels voor seksuele ontmoetingen tussen studenten, zoals die op veel Amerikaanse universiteiten zijn afgekondigd. Hierbij is het mannelijke studenten verboden om op seks aan te sturen met dronken studentes en moeten zij bij elke voorgenomen handeling (zoenen, betasten, kleren uittrekken) eerst expliciet instemming vragen. Deze codes dienen ervoor om verkrachtingen te voorkomen.

In mijn jaren zeventig was dergelijke regulering van bovenaf onbestaanbaar. Niet dat ik louter op positieve, gezellige ervaringen terugkijk. Er gingen dingen mis, al was het maar door de ingewikkelde verknooptheid van seks en relaties en de rivaliteit met concurrenten die weer eindeloze moeilijke gesprekken vergde.

Maar er gingen ook dingen mis op het gebied van seks zelf. Dat iemand zich als een egoïstische hork gedroeg, waar ik een nare smaak aan overhield. Dat ik uit beleefdheid of medelijden met iemand naar bed ging, alleen maar omdat hij zo graag wilde. Of dat ik seks met iemand had om wraak te nemen op een ander.

Allemaal verkeerde motieven en zeker achteraf gezien een verkeerd soort ontmoetingen, maar geen reden om mezelf besmeurd of misbruikt te voelen. Zo belangrijk was seks nu ook weer niet. Aan die luchthartigheid over seksuele zaken denk ik nog wel eens met weemoed terug, want het huidige maatschappelijke discours is wel erg zwaar op de hand.

Vooral met betrekking tot tieners doen zich regelmatig erupties van morele paniek voor naar aanleiding van mediaberichten over sexting, grooming door pedofielen, loverboys of kelderboxseks. Akelige uitwassen inderdaad, maar gemiddelde jongeren hebben daar niets mee te maken. Die hebben andere gevaren te duchten, waarvan echtscheiding de belangrijkste is.

De werkelijke slachtoffers

De sixties hadden voor mijn generatie van twintigers nauwelijks kwalijke gevolgen, maar de babyboomers waren niet de enigen. Er deden ook lang en breed volwassenen aan mee, dertigers en veertigers, vaak met gezin en al. Zij begonnen openlijke relaties buiten hun gezin, experimenteerden met sleutelclubs, alternatieve gezinsvormen, antiautoritaire opvoeding en communes.

Hier ging nog veel meer mis dan bij de autonome vrije seks van jongeren. Dit waren de eerste gezinnen die massaal werden verscheurd door echtscheiding. In 1971 werd de zogeheten ‘grote leugen’ geschrapt uit de echtscheidingswet en terwijl het geboortecijfer daalde, stegen de echtscheidingscijfers.

Op de vleugels van het feminisme en met de zelfbeschikking over hun eigen voortplanting koos een substantieel aantal vrouwen ervoor om het maar helemaal zonder man te doen en omarmde het bewust ongehuwde (alleenstaande) moederschap.

De werkelijke slachtoffers van de seksuele revolutie waren de kinderen die te maken kregen met chaos door ouders die volop bezig waren zichzelf te ontplooien en niet genoeg aandacht hadden voor hun nageslacht. Er zijn twee films die dit op hartverscheurende wijze laten zien.

De ene is Ice Storm (2004) van Ang Lee. Hierin is een groepje bevriende echtparen, buren, tijdens een feestje verwikkeld in machinaties met autosleutels in een fruitschaal. Door een sleutel te trekken wordt bepaald wie met wie zal meegaan om het bed te delen. De kinderen hebben hun eigen besognes, waar ze hun ouders niet mee durven of willen lastig vallen. De eenzaamheid van de kinderen (hun emotionele verwaarlozing) valt nauwelijks aan te zien en het einde is rampzalig.

De andere film Kollektivet (2016) van Thomas Vinterberg is zo mogelijk nog akeliger. Van een echtpaar met een veertienjarige dochter haalt de vrouw haar man over om een commune te beginnen in een groot geërfd huis. De vrouw wil meer spanning in haar leven, omdat ze het saai vindt om alleen maar met haar echtgenoot aan tafel te zitten. Huisgenoten worden te hooi en te gras bij elkaar gezocht.

Later wordt haar man verliefd op een studente en haalt haar ook in huis. De vrouw kan dit niet aan en stort in, waarna de dochter (!) tegen haar zegt dat ze beter ergens anders kan gaan wonen, ‘omdat ze niet in de groep past’. Hier wordt het kind zo opgezogen door de ‘alles moet kunnen’-ideologie van de commune dat ze verraad pleegt aan haar eigen moeder.

Voor de generatie van mijn kinderen (twintigers) ziet de praktijk van seks en relaties er niet heel anders uit dan toen ik die leeftijd had, al hebben homoseksuelen het nu een stuk makkelijker. De ouder-kindrelatie is intiemer, minder op gezag en meer op onderhandeling gebaseerd, en alle vrijheid waarvoor jongeren vroeger het huis uitgingen kan tegenwoordig thuis worden genoten.

Ouders en adolescente kinderen gaan veel gezelliger en meer betrokken met elkaar om dan ten tijde van de jeugdrevolte, iets wat er toe bijdraagt dat het er, althans naar mijn indruk, onder jongeren een stuk tammer aan toe gaat dan in de bandeloze jaren zeventig.

Experimenten met vrije seks en polyamorie zijn marginale verschijnselen, eerder op lichtelijk besmuikte wijze door ouderen gepraktiseerd dan door jongeren. In de maatschappelijke hoofdstroom staat het huisje-boompje-beestje ideaal weer fier overeind.

De vrijheid om ervandoor te gaan

Het grote verschil met een halve eeuw geleden zit hem in zelfbeschikking als collectief omarmde waarde. Persoonlijke vrijheid en vrouwenemancipatie hebben zich definitief vastgezet in de cultuur. De overgang van een hiërarchisch gestructureerde maatschappij, waarin het groepsbelang prevaleerde boven het eigenbelang, naar een maatschappij die in het teken staat van individuele rechten en vrijheden is historisch gezien een omwenteling zonder weerga.

Het gevolg is echtscheiding. Het gezinsleven wringt altijd met individuele belangen en als de conflicten tussen partners te hoog oplopen, is er een uitweg. Voor kinderen is echtscheiding bijna altijd een grote klap, omdat hun gevoel van veiligheid wordt ondermijnd.

Op individueel niveau betekent echtscheiding voor kinderen verlies, verdriet en angst. Op maatschappelijk niveau betekent het slechtere schoolprestaties, meer crimineel gedrag, meer psychische problemen plus een grotere kans voor kinderen uit gebroken gezinnen om later zelf ook te scheiden.

Het instituut huwelijk als levenslange verbintenis, als veilige bedding voor kinderen om in op te groeien en als cement tussen twee families heeft serieuze averij opgelopen. Veertig procent van de huwelijken draait uit op echtscheiding, van de tweede huwelijken zelfs de helft. Echtscheiding vormt een enorme maatschappelijke en psychische kostenpost. Toch blijft bijna iedereen streven naar een monogame relatie om het leven mee te delen. Het is de prijs van de vrijheid.

Iedereen is vrij om zich geheel naar eigen inzicht zonder bemoeienis van wie dan ook diepgaand te verbinden met een ander, ook met iemand van hetzelfde geslacht, en tegelijkertijd even vrij om die verbintenis weer op te zeggen, als het tegenvalt.

De vrijheid om ervandoor te gaan is bevochten in de jaren zestig en hoe zeer er ook collectief ach en wee wordt geroepen over de pan uitrijzende echtscheidingscijfers, geen enkel individu is bereid om persoonlijke vrijheid op dit gebied in te leveren. Eenmaal verworven rechten laten zich niet meer herroepen.

 

Dit artikel verscheen oorspronkelijk in het Engels in het jaarboek The Low Countries, editie 2017.

Blijf op de hoogte

Abonneer je op de RSS-feed