Maarten 't Hart in Ons Erfdeel

Op deze pagina vind je een overzicht van alles wat Ons Erfdeel in de loop der jaren heeft gepubliceerd over de Nederlandse schrijver Maarten ’t Hart (°1944, Maassluis). Alle artikelen zijn integraal online te lezen.

 

 

  • In Ons Erfdeel 4/2014 staat een uitgebreid artikel over het oeuvre van Maarten ’t Hart. Hieronder vind je eerste twee paragrafen, het volledige artikel kun je hier lezen.

Maarten ’t Hart heeft het altijd moeten doen met de roep een populair en tweederangs auteur te zijn. In zijn lange carrière werd hij slechts bekroond met de Multatuliprijs in 1975 (een Gouden Strop niet meegerekend) en lagen zijn stijl en wereldbeeld geregeld onder vuur. Anders dan de meeste naar de B-groep verbannen en kennelijk meer timide collega’s betwist hij openlijk de criteria die aan zijn inofficiële rangschikking ten grondslag liggen. Hij is daarin bepaald onbescheiden – of oneerbiedig, want hij vergelijkt de communis opinio met een kerkleer. De dogma’s van meerduidigheid, functionaliteit van details of symbolische gelaagdheid zijn doorlopend doelwit van zijn kritiek en aan reputaties (Claus, Krol, Grunberg, etc.) heeft hij lak. Zodoende bevestigt hij in de ogen van zijn critici de dubieuze smaak die al bleek uit zijn literaire helden, ongecompliceerde vertellers als Dickens of Trollope. Gemakshalve vergeten deze critici dat ’t Hart eveneens grote bewondering heeft voor verklaarde modernisten als Faulkner en Proust.

Beeld en werkelijkheid zijn in meer opzichten niet met elkaar in overeenstemming in een oeuvre dat zijn kwaliteit soms lijkt te verbergen achter een masker van vermeende tekortkomingen – als van een ongemanierd persoon. Slordige stijl, eendimensionaal realisme, grof schilderwerk en plompheid: de voorbeelden zijn er. Toch weet de verteller ’t Hart mij steeds te boeien, de verteller die, zoals hij zegt in Een dasspeld uit Toela, graag evenals de natuur ruimte biedt aan chaos en toeval. Ondanks zijpaden arrangeert hij zijn geschiedenissen zorgvuldig en gaat hij vaak geraffineerd te werk. Een zekere mate van inconsistentie lijkt te horen bij deze persoonlijkheid, die intrigeert in zijn tegendraadsheid. Je bent daardoor steeds in gesprek met een stem – zowel over wat die te berde brengt als de toon waarop dat gebeurt. Dat geeft het werk van ’t Hart een grotere levendigheid dan het literaire gemiddelde. Hij lijkt wel de naoorlogse belichaming van de spreekwoordelijke vooroorlogse “vent”. Wat beweegt deze literaire persoonlijkheid?

  • Recensie van Verlovingstijd (2009) waarin August Hans den Boef stelt dat dit boek “niets meer of minder [is] dan Een vlucht regenwulpen revisited”, ’t Harts doorbraakroman uit 1978. Volgens de recensent herhaalt de tragedie die Een vlucht regenwulpen was zich in Verlovingstijd als een klucht, met een indrukwekkender boek als gevolg. Hier vind je de volledige tekst.

Illustratie: Maarten 't Hart (o1944) door Siegfried Woldhek. Pentekening. Collectie Letterkundig Museum, Den Haag.

  • Uitgebreide bespreking van de roman Lotte Weeda (2004) waarin recensent August Hans den Boef uitlegt waarom hij Maarten 't Hart steeds meer is gaan appreciëren als auteur. Daarbij blikt hij terug op 't Harts oeuvre. Onderstaande twee quotes uit het stuk illustreren Den Boefs veranderende appreciatie. Hier staat de volledige tekst.

't Hart wekte op mij destijds zowel in zijn essays als in zijn romans de indruk dat hij de epaterende details in zijn kruistocht tegen feminisme, popmuziek en moderne literatuur vooral gebruikte om te bewijzen dat hij als hbs'er en bioloog niet van de straat kwam. Voor het overige vond ik zijn fictie nogal schatplichtig aan de niet lang tevoren overleden Vestdijk, met alle nadelen van dien. De niet al te welgekozen stijl van de dialoog bijvoorbeeld. Mede door al zijn preoccupaties met de geest van de eeuw hing over de solipsistische problemen van 't Hans personages een zwaar puberwaas.
(…)
Deze roman heeft daardoor net als veel later werk van 't Hart iets bevrijds en monters dat het oudere werk niet kende. Een grote beheersing van stijl en structuur die als bijna vanzelfsprekend leest. Het oude werk fungeert hierbij - althans voor mij - als een verzameling interessante voorstudies.

  • ‘Geen superieure samenhang’ is de titel van een kritische recensie uit 1995 van een studie over 't Harts oeuvre. Criticus G.F.H. Raat noemt het een middelmatig boek zonder samenhang. Lees hier de volledige bespreking.

 

  • In 'Het gelijk van Maarten 't Hart' (1992) onderzoekt Yvan De Maesschalck waaruit het schrijverschap van Maarten ’t Hart bestaat. En speurt hij na wat ’t Hart zelf daarover heeft geschreven, in essays, polemische stukken en romans:

Wat Maarten 't Hart ook schrijft - romans, verhalen, essays, memoires - steeds wéér maakt de wordingsgeschiedenis van een idee, een voorkeurlectuur(3), een verlangen, een levenshouding deel uit van zijn schriftuur. Maarten 't Harts oeuvre wordt heel sterk gekenmerkt door het herinneringskarakter ervan.

    Nog in dit stuk gaat De Maesschalck het belang na van details bij Maarten ’t Hart, aan de hand van de roman De kroongetuige

Maar betekenisvol acht ik de details in dit boek wel, zelfs in die mate dat ze de ware aantrekkingskracht ervan uitmaken. Als lezer heb ik er, geloof ik, gewoon recht op.

   Lees hier het stuk van De Maesschalck.

 

  • In 1982 schreef Aldert Walrecht een stevig stuk over Maarten ’t Hart als bestsellerfenomeen onder de titel ‘Het klompje dat op het water dreef’. Zijn conclusie is niet mals: ’t Hart schrijft geen literatuur maar “smartlappen-aan-de-lopende-band”. Lees hier het stuk van Walrecht, waaruit ook volgend citaat komt.

Als Maarten ’t Hart werkelijk talent heeft (…), dan mag hij dat talent gaan bewijzen. Slappe-verhaaltjes-vertellers hebben we al meer dan genoeg.

  • Henk Buurman was in 1978, de eerste keer dat ’t Hart werd besproken in Ons Erfdeel, heel wat enthousiaster over twee toen pas verschenen boeken van de auteur, Mammoet op zondag en Laatste zomernacht, “twee zeer geslaagde romans”. Hier vind je Buurmans artikel.