About suffering they were never wrong, the old masters

(Luc Devoldere) ONS ERFDEEL – 2017, NR 4 PP. 8-11

Bovenstaand vers bedacht de Engelse dichter W.H. Auden, toen hij in de late jaren dertig van de vorige eeuw in het ‘Musée des Beaux Arts’ in Brussel voor het schilderij De val van Icarus stond.

In het lijden vergisten zij zich nooit,
de oude meesters: hoe goed begrepen zij
de plaats ervan onder de mensen, hoe het gebeurt
als iemand anders zit te eten, een raam
opent of verveeld wegloopt.
(…)

vertaald door Gabriël Smit

Het waren die oude meesters die ons op 9 september 2017 in het leeggehaalde, gestripte Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen samenbrachten voor de vierde en laatste Staat van de Unie. Het museum was die dag een letterlijke plaats van herinnering, met dien verstande dat die plaats zwanger was van verwachting, van opnieuw gevuld worden met kunst.

De keuze voor dit thema vertrok van de simpele vaststelling dat als de Lage Landen voor iets bekend zijn in de wereld, dat het dan voor onze schilders is, onze oude meesters uit dat laaggelegen deltagebied aan de Noordzee. In de meeste musea wereldwijd hangen onze Vlaamse en Hollandse meesters tussen 1400 en 1800 samen. Tot circa 1550 worden ze vaak nog gelabeld als al dan niet (early) netherlandish painting, Altniederländische Malerei – opnieuw die Neder-landen, die Lage Landen. Terwijl Italianen het in de zestiende eeuw dan weer over Fiamminghi hadden, ook als die kunstenaars uit Amsterdam, Keulen, Doornik en Atrecht (Arras) kwamen.

Voor de rest staan we in dit nummer stil bij de voltooiing van de Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. Eerder bespraken we in dit blad alle afzonderlijke boekdelen van dit prestigieuze project, waarschijnlijk het laatste in zijn soort en op papier. Het is waarschijnlijk ook de langst lopende schrijfopdracht in de geschiedenis van Ons Erfdeel, want we vroegen aan de auteur al in 2006, bij het verschijnen van de eerste delen van Hugo Brems en Frits van Oostrom, te schrijven over het volledige project bij zijn voltooiing. Honni soit qui mal y pense.

In dit nummer komen direct of indirect ook verjaardagen aan bod. Dit jaar bestaan de universiteiten van Gent en Luik, opgericht in 1817 door koning Willem I, tweehonderd jaar. En laat nu net in dit nummer de “schrijver die nog maar een naam lijkt”, August Vermeylen, figureren, een gerespecteerde politicus en kunstwetenschapper die in 1930 benoemd werd tot eerste rector van de vernederlandste Gentse universiteit. Tijdens de historische openingsplechtigheid van het academiejaar 1930-1931 op 21 oktober, overstemden de Vlaamse studenten de Brabançonne met de Vlaamse Leeuw en zongen ze het Wilhelmus en Vlaamse strijdliederen.

De jonge Vermeylen had in 1900 een opstel geschreven dat onlangs opnieuw werd uitgegeven in Hoe Vlaming te zijn?, een interessant boek met vier toespraken van Ons Erfdeel-oprichter Jozef Deleu en twee spraakmakende essays van Vermeylen. U leest een recensie van dat boek in dit nummer. Ik wil u uit Vermeylens opstel dit slot niet onthouden, dat anno 2017 nazindert:

Met de kennis van Nederlands en Frans houden wij den sleutel tot Germaanse en Romaanse talen, onze geest wordt gedrild door de nabijheid van Romaanse en Germaanse gedachtenwereld. Onze roeping is, in eigen grond geworteld, ook het cultuur-leven onzer buren in ons om te werken tot eigen leven. En daar nu alles meêgaat, het zelfstandiger optreden van den Vlaamsen geest, de rijke ontwikkeling onzer nijverheids- en handelskrachten, de groei onzer sterk ingerichte volksbeweging, zien zij niet, die jammerlijke franselaars, welke rol in het grootworden der algemene Europese beschaving door een ‘tussenland’ als het onze kan gespeeld worden? Onze toekomst hangt grotendeels af van de grondige vervlaamsing van Vlaanderen. En daarom, in twee regels samengevat: om iets te zijn moeten wij Vlamingen zijn. – Wij willen Vlamingen zijn, om Europeërs te worden.

De Russische Revolutie is dan weer een eeuw oud: een passend ogenblik om naar de literaire erfenis ervan te kijken in Vlaanderen en Nederland. Dit en zo veel meer kunt u vinden in dit blad, dat de vinger aan de pols houdt van de Lage Landen.

We zijn er volgend jaar opnieuw met onze eenenzestigste jaargang. Want dit blad is nog lang niet uitverteld. Men zegge het voort.

Luc Devoldere
Hoofdredacteur

zoek opnieuw