HEIBEL OVER DE TAALUNIE EN BEZUINIGINGEN IN DE BUITENLANDSE NEERLANDISTIEK

(Lut Missinne & Jaap Grave) Ons Erfdeel – 2015, nr 3, pp. 186-191

Sinds eind april 2015 rommelt het in de buitenlandse neerlandistiek. Het bericht dat de Taalunie flink zal bezuinigen op het onderwijs Nederlands in het buitenland heeft heel wat onrust en verontwaardiging opgewekt, ook in Nederland en Vlaanderen. Niet alleen de omvang van de besparingen en de gevreesde impact ervan, maar ook de manier waarop de beslissingen werden genomen en met de betrokkenen werd gecommuniceerd, deden de gemoederen hoog oplopen.

Overheidssteun voor taal- en cultuurverspreiding, voor onderwijs van het Nederlands in het buitenland is zinvol en noodzakelijk. Wanneer de Taalunie inderdaad meent wat op haar website staat: “Nederland en Vlaanderen moeten zich er meer van bewust worden dat het rendeert om te investeren in het Nederlands”, dan moet dit ook uit de praktijk blijken. Dan is dit niet verenigbaar met de bezuinigingen in de aangekondigde omvang. De centrale vraag voor verder overleg blijft deze die Matthias Hüning formuleerde: “Ziet de politiek in Nederland en Vlaanderen het onderwijs van het Nederlands in het buitenland nog als een overheidstaak of niet meer? Wil men blijven investeren in een infrastructuur die het mogelijk maakt om studenten in het buitenland op te leiden die beschikken over de nodige taalvaardigheid en de culturele kennis om te kunnen fungeren als bemiddelaars tussen Nederland/België en hun vaderlanden?” Het antwoord is aan de beleidsmakers.

zoek opnieuw

Prijs (indien u een artikel uit ons archief bestelt, ontvangt u een pdf): € 3.00

leg in winkelmandje