Het verbouwde museum

(LUC DEVOLDERE) ONS ERFDEEL – 2019, NR 1, PP. 8-9

Henk Wesseling, die in 2018 stierf, was als historicus van de Leidse, ironische school, een begenadigd stilist die helder, laconiek en vederlicht schreef. Wesseling vond het jammer dat er vandaag meer belang wordt gehecht aan de herinnering dan aan de geschiedenis.

Over het kolonialisme schreef hij dit: “In dit boek (Europa’s koloniale eeuw. De koloniale rijken in de negentiende eeuw, LD) zijn verschillende uitspraken te vinden die laten zien hoezeer de Europeanen indertijd overtuigd waren van hun eigen superioriteit, van het feit dat zij niet alleen het recht hadden te koloniseren, maar zelfs de plicht daartoe, omdat hierdoor beschaving werd gebracht aan volken die in duisternis leefden. Er zijn in dit boek ook voldoende gegevens te vinden die aantonen dat de werkelijkheid anders was. Men behoeft de krant slechts op te slaan om te zien dat tegenwoordig meer aandacht wordt gegeven aan het laatste dan aan het eerste gezichtspunt.” Ik hou van dit soort laconieke overwegingen.

Het AfricaMuseum in Tervuren is intussen opnieuw opengegaan. We stuurden Kiza Magendane ernaartoe. U kunt zijn bevindingen in dit nummer lezen. Overigens heette het museum in 1908, nog voor de opening in 1910, Museum van Belgisch-Kongo. In 1952 werd het omgedoopt tot Koninklijk Museum voor Belgisch-Kongo. En na de Congolese onafhankelijkheid in 1960 kreeg het de naam Koninklijk Museum voor Midden-Afrika.

Toen mijn vrouw het in de vijfde Latijnse van een Vlaamse school onlangs had over de eventuele teruggave van kunstvoorwerpen aan de landen van herkomst en het AfricaMuseum noemde, bleek ongeveer niemand in de klas van het bestaan ervan af te weten. Het is maar dat wij het weten.

Sommigen wilden het museum in Tervuren sluiten. Anderen wilden het onder een stolp zetten. Om te tonen hoe men vroeger was en dacht: hoe een koloniaal, zeg maar een “kolonialistisch” museum er vroeger uitzag. Weer anderen wilden de kunstvoorwerpen in een kunsthistorisch museum onderbrengen, de gebruiksvoorwerpen in een etnografisch museum, en een nieuw museum maken over de horror van het kolonialisme. Zoals men musea over de Holocaust heeft gemaakt.

Dat is dus niet gebeurd. Men heeft ervoor gekozen het bestaande museum te herdenken, te renoveren en opnieuw in te richten. Zeg maar: te verbouwen. Je weet dan op voorhand dat niet iedereen dat goed zal vinden. Het verleden is nu eenmaal aanwezig in het heden. Het is die rugzak die je altijd met je meedraagt. Het verleden is niet alleen dat vreemde land waar de mensen de dingen anders doen. Het is ook een huis met vele kamers: in sommige spookt het, of ligt er rommel die men maar niet opgeruimd krijgt. Het belangrijkste is dat men in dat huis blijft wonen, dat men het aanvaardt en er de verantwoordelijkheid voor opneemt.

Het verleden is het voortdurende gesprek over het verleden. Dat gesprek mag bits zijn, een heus debat. En op het eind ervan kan men misschien overeenkomen om van mening te blijven verschillen. We staan nog maar aan het begin van die gesprekken, die discussies. Maar beter laat dan nooit.

Nietzsche heeft ons geleerd dat we alles vanuit ons perspectief bekijken, zelfs moeten bekijken. En dat dit perspectief een toe-eigening is, een daad van macht. Vandaag heet het dat we verschillende perspectieven naast elkaar moeten laten bestaan, en ze zelfs uitlokken. Er wordt nu meer aandacht gevraagd voor de perspectieven van de andere – de ooit onderdrukte, de gekoloniseerde, … Men heeft het ook over meerstemmigheid, over het aan het woord laten van verschillende stemmen, over het vertellen van verschillende verhalen. Dat is winst. Als men elkaar maar laat uitspreken. En laat ons het museum en het huis intussen blijven verbouwen.

Luc Devoldere
Hoofdredacteur

zoek opnieuw